Agenda

Terug naar agenda

24 oktober tot 27 december - Philippe Geluck & Friends

 

24/10 vernissage | 19:00 > 22:00

 

Een eerbetoon aan Philippe Geluk door zijn illustratorvrienden.

 

De Kat in al zijn glorie

De eerste tekening van Philippe Geluck maakte een blijvende indruk: het was een huwelijks- aankondiging met de afbeelding van twee  parende katten. Van één naar twee, en binnen- kort misschien zelfs drie (of meer, afhankelijk van onze prestaties). Drie – zoveel plaatjes  telde de eerste strip die op 22 maart 1983 in Le Soir verscheen. Het zou de norm worden  voor de reeks, en voor velen ook het handels- merk: een kat geflankeerd door twee tekstbal- lonnen. Een, twee, drie, … twintig zelfs, want de titel van de rubriek was L’humour en 20 leçons.

De 15.560 wekelijkse publicaties die vijfendertig jaar lang volgden, spreken dat alleszins niet  tegen. Vanaf het begin en tot op de dag van vandaag blijft het oeuvre trouw aan hetzelfde  principe. Logischerwijze, na de eerste bundel in 1986, bleef de auteur alle mogelijke middelen, variaties, knipsels, leenwoorden, samenvoe gingen, lettertypes, collages, omzeilingen,  opmerkingen en referenties naar klassieke en hedendaagse kunst vergaren op de laatste  pagina van de zaterdageditie van Le Soir.

Alles passeert de revue. Jarenlang fungeerde de pagina als een laboratorium, een speeltuin waar alles mag en alles kan, in alle opzichten, zelfs een grap van een collega heruitvinden of bewerken. Altijd een stap verder gaan. Geen  uitdaging is te groot. Neem nu bijvoorbeeld de film die op de grote tentoonstelling van Parijs te zien was in 2003. De Kat figureert erin op  300 manieren – grafisch, twee- of driedimen- sionaal, maar ook in de vorm van verrassende evenementen en installaties die opduiken op  onverwachte terreinen! De succesformule krijgt een vervolg in de vorm van tv-clips – een mix van 2D-animaties, 3D en stop-motions, tot en met het gebruik van de nieuwste technologieën voor smartphones, zoals bijvoorbeeld augmen- ted reality. Terwijl het figuurtje van de Kat in de eerste strips in het begin van de jaren tachtig  nog dun en sjofel was, kreeg het al snel de vor- men van een opgeblazen ballon. Zijn lichaam  zette in de loop der jaren uit. Net als het oeuv- re. Philippe Geluck heeft zijn typetje lange tijd gemodelleerd in klei, in klein formaat, just for fun, of misschien gewoon om eens iets anders te doen dan te tekenen. De tekstballonnen  en platen worden driedimensionaal, en de maquettes worden op steeds grote schaal  geconcretiseerd. De klei wordt ingeruild voor brons, de beeldjes worden steeds groter,  compacter, zwaarder. Tot het enorme kunstwerken op een sokkel zijn van enkele meters  hoog. Als je eronder staat, roepen ze hetzelfde gevoel op als wanneer het Atomium in Brussel voor het eerst in je gezichtsveld verschijnt:  een beeld van omvangrijkheid en massa. De Kat, als een verzameling hetelucht-  ballonnen of zeppelins. Het idee om een  collectie aan te leggen van originelen gemaakt door andere kunstenaars (onder het motto

“Dit zou wel passen in mijn museum”) past  alweer in die uitdeiningslogica. Het verkennen van nieuwe horizonten was immers van bij het begin de drijvende kracht achter Gelucks werk.

Vincent Baudoux