Nieuws

Terug naar news

Verplichting om te allen tijde een masker te dragen in het publieke domein

6 AUGUSTUS 2020. - Besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende de verplichting van het te allen tijde dragen van een mondmasker op het openbaar domein en elke private maar publiek toegankelijke plaats over het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

 

De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
Gelet op artikel 166, § 2 van de Grondwet;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
Gelet op artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, zoals gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014;
Gelet op artikel 11 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, zoals vervangen door de wet van 7 december 1998;
Gelet op artikel 128 van de provinciewet;
Gelet op het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
Gelet op het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals gewijzigd door de ministeriële besluiten van 10, 24 en 28 juli 2020;
Gelet op het ministerieel schrijven van de minister van Binnenlandse Zaken van 24 juli 2020 inzake het beheer van de federale fase en de uitvoering van lokale maatregelen;
Gelet op de vergadering van de provinciale crisiscel (PCC), uitgebreid met de burgemeesters en de diensten van het Verenigd College, die op 6 augustus 2020 heeft plaatsgevonden;
Gelet op het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van een internationale gezondheidscrisis;
Gelet op de dringendheid en het gezondheidsrisico dat de ontwikkeling en de verspreiding van het coronavirus COVID-19 voor de bevolking op het grondgebied van het Brussels Gewest met zich meebrengen;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen aantast;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 in december 2019 in de regio Wuhan in China is verschenen;
Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de sterke besmettelijkheid en het sterfterisico;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 op 11 maart 2020 door de WHO bestempeld werd als een pandemie;
Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande het COVID-19-virus, dat de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
Overwegende de verklaring van de regionale directeur van de WHO voor Europa van 3 juni 2020, die stelt dat de overgang naar "een nieuw normaal" dient te zijn gebaseerd op de principes van volksgezondheid, alsook op economische en maatschappelijke overwegingen, en dat de besluitvormers op alle niveaus het leidende principe moeten volgen op grond waarvan de overgang progressief en behoedzaam dient te gebeuren;
Overwegende de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied, en in België; dat na de afname van het aantal besmettingen die zich in mei inzette, het totale aantal besmettingen in het hele land opnieuw stijgt;
Overwegende dat er op regelmatige basis overleg wordt gepleegd tussen de deelstaatregeringen en de bevoegde federale overheden in de Nationale Veiligheidsraad;
Overwegende dat de Nationale Veiligheidsraad op 27 juli 2020 de versoepelingsfases voor het land heeft stopgezet en terug strikte maatregelen heeft genomen om de nieuwe stijging van het aantal besmettingen af te remmen; dat de getroffen maatregelen onder meer bestaan uit het terugschroeven van de contacten tot een sociale bubbel van 5 personen, de beperking van bijeenkomsten tot 10 personen, de uitbreiding van de verplichte registratie van contactgegevens bij het bezoeken van bepaalde plaatsen, de beperking van evenementen binnen tot 100 personen en evenementen buiten tot 200 personen, de beperking van het winkelen tot 1 persoon gedurende 30 minuten, enz.; dat de Nationale Veiligheidsraad eveneens de verplichting om een mondmasker te dragen heeft uitgebreid tot allerlei openbare plaatsen, zoals onder meer de winkelstraten; dat de gemeenten verzocht werden om te bepalen wat de winkelstraten op hun grondgebied zijn; dat de meeste Brusselse gemeenten hun winkelstraten hebben bepaald;
Overwegende dat, vermits het grondgebied van het Brussels Gewest een aaneengesloten stedelijk gebied is, de begrenzing van de plaatsen waar het dragen van een mondmasker verplicht is, voor de burgers niet duidelijk genoeg is gebleken;
Overwegende dat de lokale overheden de mogelijkheid behouden om naast de maatregelen die al door de federale overheid zijn uitgevaardigd, bijkomende maatregelen in te voeren;
Overwegende dat op vergaderingen die de diensten van het Verenigd College coördineren, de door Sciensano bezorgde cijfers waaruit blijkt dat het aantal besmettingen op het Brusselse grondgebied heropflakkert, bevestigd zijn;
Overwegende dat die heropflakkering niet eigen is aan Brussel; dat zij uitgesproken is in de dichtbevolkte gebieden en dus voornamelijk in de steden;
Overwegende dat de gemiddelde incidentie op het grondgebied van het Brussels Gewest gemeten over de voorbije zeven dagen neerkomt op 50 gevallen per 100.000 inwoners, wat hoger is dan de "alarmdrempel" die door de federale gezondheidsautoriteiten is vastgelegd;
Overwegende dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof een belangrijke rol speelt in de strategie om het virus te bestrijden; dat het dus aangewezen is om het dragen van een mondmasker verplicht te maken voor iedereen die zich op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest begeeft;
Overwegende dat evenwel voorzien moet worden in uitzonderingen op het verplicht dragen van een mondmasker;
Dat de Wereldgezondheidsorganisatie namelijk stelt dat een mondmasker niet opgezet moet worden bij het sporten, omdat dit het minder makkelijk kan maken om te ademen en het mondmasker door het zweten sneller vochtig kan worden, wat de ademhaling bemoeilijkt en de groei van micro-organismen bevordert; dat die redenen ook relevant kunnen zijn voor arbeiders die intensief werk verrichten op de openbare weg;
Dat tevens aandacht moet worden geschonken aan de situatie van mensen met een handicap die een mondmasker of zelfs een alternatief zoals een gelaatsscherm niet kunnen verdragen; dat de verplichting om een mondmasker of een gelaatsscherm te dragen tot gevolg kan hebben dat de bewegingsvrijheid van die mensen te sterk wordt ingeperkt;
Dat er in die gevallen desalniettemin altijd voor moet worden gezorgd fysieke afstand te bewaren;
Dat het dragen van een mondmasker tot slot niet opgelegd dient te worden, wanneer dat omwille van medische redenen wordt afgeraden; dat in dat geval een gelaatsscherm mag worden gebruikt;
Overwegende de dringendheid ingevolge de snelle uitbreiding van de epidemie en de noodzaak om die op het Brusselse grondgebied in te dijken en af te zwakken om de gezondheid van de burgers te vrijwaren en te vermijden dat de opvangcapaciteit van de Brusselse ziekenhuizen verzadigd zou geraken;
Overwegende het voorzorgsbeginsel dat inhoudt dat wanneer een ernstig en potentieel risico met een zekere mate van waarschijnlijkheid is vastgesteld, het de taak is van de overheid om dringende en voorlopige beschermingsmaatregelen te treffen op het meest aangewezen niveau;
Overwegende dat het gevaar zich over het volledige gewestelijke grondgebied heeft verspreid; dat het van algemeen belang is dat er samenhang bestaat tussen de maatregelen die worden genomen om de openbare orde te handhaven met het oog op een maximale efficiëntie,
Besluit :

Artikel 1. Het dragen van een mondmasker dat de neus en de mond bedekt, is verplicht voor alle personen van 12 jaar en ouder op de openbare plaatsen en op de voor het publiek toegankelijke private plaatsen over het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Onder "mondmasker" wordt verstaan: elke voorziening of stuk stof dat de neus en de mond van een persoon volledig bedekt.

Art. 2 . Het dragen van een mondmasker is niet verplicht tijdens het beoefenen van een sport, bij het uitvoeren van intensief fysiek werk op de openbare weg en voor mensen die door hun handicap geen mondmasker of gelaatsscherm kunnen dragen. De fysieke afstand moet in alle gevallen gerespecteerd worden.
Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.

Art. 3. Inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden gestraft met de straffen bepaald door artikel 1 van de wet van 6 maart 1818, zoals gewijzigd door de wet van 5 juni 1934 en de wet van 14 juni 1963 betreffende de overtredingen van administratieve reglementen.

Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
De bevoegde bestuurlijke overheden op het grondgebied van de Brusselse agglomeratie zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit. De politiediensten zijn verantwoordelijk voor de naleving van dit besluit, zo nodig met dwang en/of geweld.
Dit besluit zal worden meegedeeld aan het nationaal crisiscentrum en zal door de burgemeesters worden gepubliceerd door middel van affiches op de gebruikelijke plaatsen voor officiële bekendmakingen en door elk ander publicatiemiddel om een zo breed mogelijke verspreiding te waarborgen.

Art. 5. Overeenkomstig artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een beroep tot nietigverklaring van dit besluit worden ingediend bij de afdeling administratie van de Raad van State, wegens schending van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht. Het verzoek tot nietigverklaring moet, op straffe van onontvankelijkheid, worden ingediend binnen de 60 dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Het verzoekschrift wordt ofwel per post aangetekend verzonden naar de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel, ofwel wordt het ingediend volgens de elektronische procedure met behulp van de identiteitskaart op de beveiligde website van de Raad van State http://eproadmini.raadvst-consetat.be. Er kan tevens een vordering tot schorsing van het besluit worden ingediend, conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State.

Art. 6. De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 6 augustus 2020.
De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
R. VERVOORT

 

Veelgestelde vragen