Nieuws

Terug naar news

Besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende sluiting van de bars en tot vaststelling van noodmaatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

7 OKTOBER 2020. - Besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende sluiting van de bars en tot vaststelling van noodmaatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

 

 

De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
Gelet op artikel 166, § 2 van de Grondwet;
Gelet op artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, zoals gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014;
Gelet op artikel 11 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, zoals vervangen door de wet van 7 december 1998;
Gelet op artikel 128 van de provinciewet;
Gelet op het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals gewijzigd door de ministeriële besluiten van 10, 24 en 28 juli, 22 augustus en 25 september 2020;
Gelet op het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 6 augustus 2020 houdende de verplichting van het te allen tijde dragen van een mondmasker op het openbaar domein en elke private maar publiek toegankelijke plaats over het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals gewijzigd door het besluit van 20 augustus 2020 ;
Gelet op het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van een internationale gezondheidscrisis;
Gelet op het advies 2.3 (82) van Celeval dat de zes gulden regels omschrijft die moeten worden toegepast in de verschillende stadia van de COVID-19 pandemie;
Gelet op de maatregelen waartoe is beslist tijdens het Overlegcomité dat plaatsvond op 6 oktober 2020;
Gelet op de vergadering van de provinciale Crisiscel uitgebreid met de Burgemeesters en de diensten van het Verenigd College, die op 7 oktober 2020 plaatsvond;
Gelet op de dringendheid en het gezondheidsrisico dat de ontwikkeling en de verspreiding van het coronavirus COVID-19 voor de bevolking op het grondgebied van het Brussels Gewest met zich meebrengen;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen aantast;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt te gebeuren via alle mogelijke emissies en voornamelijk via de mond en de neus;
Overwegende de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied, en in België; dat na de afname van het aantal besmettingen die zich in mei inzette, het totale aantal besmettingen in het hele land sinds een aantal weken opnieuw stijgt;
Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België over de voorbije zeven dagen is gestegen tot 2309 bevestigde positieve gevallen op 6 oktober 2020;
Overwegende dat in het advies Celeval 2.3. (82) de rode fase bereikt is vanaf 14 nieuwe ziekenhuisopnames per 100.000 inwoners per week OF meer dan 400 gevallen op twee weken tijd per 100.000 inwoners EN een positieve ratio van groter dan 6 % ;
Dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heden een incidentie kent van 502,4 besmettingen per 100.000 inwoners op twee weken tijd, dat de projectie op 15 dagen voorziet in cijfers die ruimschoots de 600 besmettingen per 100.000 inwoners zullen overstijgen;
Dat de positieve ratio, die beantwoordt aan het percentage positief geteste gevallen, meer dan 14% bedraagt;
Overwegende dat de ziekenhuisopnames blijven stijgen en heden in het Brussels Gewest het getal van 248 bevestigde COVID-patiënten en 82 vermoede COVID-patiënten heeft bereikt en dat de ziekenhuisomgeving onder grote druk staat;
Dat ook al wijzen de huidige opnamecijfers in de ziekenhuizen nog niet op een volledige verzadiging van het ziekenhuizennet, de exponentiële curve van het aantal besmettingen de voorbije dagen aangeeft dat dit weldra het geval zal zijn;
Overwegende dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als doelstelling hanteert dat een bezettingsgraad van 15 tot 25% aan COVID-bedden in de afdeling intensieve zorgen moet worden aangehouden om de continuïteit van het zorgaanbod te waarborgen en bedden beschikbaar te houden voor de behandeling van andere pathologieën; dat de bezettingsgraad van de COVID-bedden in de intensieve zorgen momenteel 19,7% bedraagt;
Dat het Gewest tevens de scholen van het verplicht basisonderwijs geopend wenst te houden en ze in code geel te laten;
Dat het Gewest ten slotte de weerslag op de verschillende economische sectoren van het Gewest wenst te beperken door te voorkomen dat men in een situatie komt waarin een volledige lockdown onvermijdelijk wordt;
Overwegende dat de gezondheidstoestand in Brussel op grond van het advies van Celeval verantwoordt dat bijkomende maatregelen worden genomen bovenop wat reeds bij ministerieel besluit van 30 juni 2020 is uitgevaardigd voor het hele land;
Dat deze toestand bevestigd wordt door de federaal woordvoerder die op 7 oktober stelt dat het land in een fase is getreden waarin het virus versnelt; dat deze versnelling zich doorzet in alle leeftijdsgroepen op heel het grondgebied en dat de opmerkelijkste toename wordt opgetekend in het Waalse landsdeel en in Brussel; dat hij verklaart dat Brussel momenteel de tweede plaats bekleedt van de steden waar het virus zich het snelst verspreidt, na Madrid en voor Parijs;
Overwegende dat de federale Minister van Volksgezondheid na afloop van het Overlegcomité van 6 oktober 2020 verklaard heeft dat de maatregelen waartoe tijdens dit overleg is besloten de "nationale sokkel" vormen en dat in de provincies waar de situatie ernstiger is de gouverneur verdere maatregelen moet voorstellen;
Overwegende bijgevolg dat de lokale overheden de mogelijkheid behouden om naast de maatregelen die al door de federale overheid zijn uitgevaardigd, bijkomende maatregelen in te voeren;
Overwegende dat het nuttigen van alcoholische dranken remmend werkt en ertoe kan leiden dat de gebruiker zijn handelen minder onder controle heeft en hierdoor de voorzorgsmaatregelen minder goed naleeft;
Overwegende dat zelfs de drankgelegenheden waar weinig of geen alcohol wordt geserveerd samenscholingsplaatsen zijn waar het cliënteel sterker in beweging is dan op restaurant.
Overwegende dat de interfederaal woordvoerder in dat verband bevestigd heeft dat, hoewel niet veel geweten is over de invloed van de bars op het aantal besmettingen in ons land, het wel vaststaat dat een aantal clusters terug te brengen zijn tot bars en dat die vaststelling overeenkomt met wat men ook elders in de wereld en in meerdere internationale studies vaststelt, dat deze omstandigheid verband houdt met de manier waarop mensen zich verplaatsen in een bar en door het feit dat de social distancing en de voorzorgsmaatregelen duidelijk minder goed worden nageleefd; dat deze gelegenheden een groter risico inhouden op het ontstaan van nieuwe clusters; dat deze vaststelling is gedaan op 28 september 2020 en sindsdien overal in Europa bevestiging heeft gevonden;
Dat feestactiviteiten met een privékarakter zoals verjaardagen, huwelijken enz. in feest- en polyvalente zalen hetzelfde besmettingsrisico vertonen aangezien hiervoor een groot aantal mensen samenkomt die elkaar kennen, de afstand tussen de mensen onderling verkleint en deze nauwe contacten daarmee afbreuk doen aan de naleving van de voorzorgsmaatregelen; dat de verplaatsingen en de veiligheidsafstand in dit soort zalen niet beperkt en gecontroleerd kunnen worden; dat het overlegcomité van 6 oktober privésamenkomsten thuis beperkt heeft tot hoogstens vier personen, dat om te voorzien in de efficiëntie van deze maatregel feestactiviteiten met een privékarakter eveneens verboden dienen te worden omdat in feest- en polyvalente plaatsen zijn waar veel mensen samenkomen.
Activiteiten als congressen en vernissages worden in het kader van dit besluit niet beschouwd als feestactiviteiten aangezien voor die activiteiten beroepsprotocollen verplicht zijn.
Dat in restaurants het aantal toegelaten verbruikers beperkt wordt door het aantal zitplaatsen; de interactie tussen verbruikers is van nature beperkt tot de overige personen aan hun tafel en het zaalpersoneel; dat verplaatsingen met een verplicht mondmasker er beperkt zijn, wat het risico op de verspreiding van het virus beperkt;
Dat openbare plaatsen zoals theaters, bioscopen, casino's enz. waar dranken worden geserveerd eveneens onderworpen zijn aan de verplichte sluiting van de kantine of barruimte; dat dit verbod evenwel niet geldt voor hun hoofdactiviteit of voor de restaurantruimten;
Dat al deze maatregelen en het daaruit volgende verschil in regime ten opzichte van restaurants proportioneel wordt geacht rekening houdend met de hogervermelde redenen en de korte toepassingsperiode (vier weken), omdat het de bedoeling is de trend van de besmettingen te keren en te voorkomen dat in de toekomst nog nadeliger maatregelen genomen moeten worden;
Dat deze overweging weliswaar reeds gemaakt is in het voormelde besluit van 28 september 2020 terwijl de maatregel voor diezelfde gelegenheden beperkt werd tot een sluitingsuur en voorzien was voor drie weken; dat wat aan de proportionaliteitstest moet worden onderworpen ondertussen evenwel rekening moet houden met de evolutie van de toestand; Dat deze evolutie hoger staat beschreven; dat alle indicatoren zijn geëvolueerd naar een wezenlijke verslechtering van de pandemie op het grondgebied van het Gewest; dat het verschillend regime tussen de restaurants en de andere gelegenheden verantwoord blijft door de hogervermelde overwegingen;
Dat om in te gaan tegen fenomenen van uitgesteld alcoholgebruik en feestgedrag in de openbare ruimte ten slotte het gebruik van alcohol op de openbare weg verboden dient te worden;
Overwegende dat zich een tijdslimiet opdringt aan boekhandels met een speelruimte of een zaal voor weddenschappen of speelautomaten en aan nachtwinkels, de zgn. "nightshops", omdat die plaatsen `s avonds een menigte aantrekken en het verkeer van deze personen moet worden beperkt; dat deze sluiting bovendien ook verantwoord is gelet op de sluiting van de drankgelegenheden;
Overwegende dat bepaalde bijeenkomsten in besloten en overdekte ruimten nog steeds een gevaar voor de volksgezondheid vormen;
Dat bijgevolg de aanwezigheid van kijkers bij amateursportwedstrijden moet worden verboden als deze indoor plaatsvinden;
Overwegende dat het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor wat betreft het dragen van het mondmasker geldt als een ononderbroken stedelijk gebied waar elke burger die zich in het Brussels Gewest begeeft, zich dient te verplaatsen door zones waar het dragen van een mondmasker verplicht is en zones waar dit niet het geval is; dat het zich opdringt dat men op het grondgebied van het Brussels Gewest steeds een mondmasker bij dient te hebben om te kunnen voldoen aan de verplichting om een mondmasker te dragen in de zones waar de gemeentelijke overheid dit heeft opgelegd;
Overwegende dat het ook buiten de verplichte zones verplicht blijft om een mondmasker te dragen telkens wanneer het niet mogelijk is om fysieke afstand te bewaren;
Overwegende dat activiteiten in de buitenlucht worden aangemoedigd, ook kermissen en markten, maar dat de consumptie van dranken en voeding ter plaatse verboden dient te worden omdat deze verhindert dat een mondmasker wordt gedragen op deze plaatsen waar dit normaal verplicht is en noodzakelijkerwijs risicocontacten inhoudt of het virus kan verspreiden via voorwerpen die vereist zijn voor de consumptie;
Overwegende het voorzorgsbeginsel dat inhoudt dat wanneer een ernstig en potentieel risico met een zekere mate van waarschijnlijkheid is vastgesteld, het de taak is van de overheid om dringende en voorlopige beschermingsmaatregelen te treffen op het meest aangewezen niveau;
Overwegende dat het gevaar zich over het volledige gewestelijke grondgebied heeft verspreid; dat het van algemeen belang is dat er samenhang bestaat tussen de maatregelen die worden genomen om de openbare orde te handhaven met het oog op een maximale efficiëntie,
Besluit :
Artikel 1 . Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° Drankgelegenheid: plaats toegankelijk voor het publiek bedoeld voor de consumptie van al dan niet alcoholische dranken ter plaatse, ook al Is deze activiteit slechts bijkomstig. Hiermee worden meer bepaald bedoeld cafés, bars, tapgelegenheden, theehuizen, cafetaria's en elke andere plek waar alcoholische en niet alcoholische dranken worden aangeboden voor verbruik ter plaatse
2° Restaurant: plaats toegankelijk voor het publiek in hoofdfunctie bedoeld om maaltijden te bereiden en/of ter beschikking te stellen van het publiek die ter plaatse worden genuttigd of meegenomen worden en die op zijn minst voldoen aan de volgende specifieke regels in geval van verbruik ter plaatse:
- de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafels wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
- een maximum van 10 personen per tafel is toegestaan;
- enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
- elke klant moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
- het dragen van een mondmasker of, wanneer dit om medische redenen niet mogelijk is, van een gelaatsscherm is verplicht voor het zaalpersoneel;
- het dragen van een mondmasker of, wanneer dit om medische redenen niet mogelijk is, van een gelaatsscherm is verplicht voor het keukenpersoneel;
- er wordt niet besteld aan de bar;
- terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de gemeentelijke overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden.

2° Restaurant: de inrichting die behoort tot de horecasector en die beschikt over de toelating 1.1 bedoeld in Bijlage III van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
3° Masker: elke voorziening of stuk stof die de neus en de mond van een persoon volledig bedekken.
4° veiligheidsafstand: een minimumafstand van anderhalve meter tussen het individu en elke andere persoon.
Art. 2 . Vanaf 8 oktober 2020

  • zijn alle drankgelegenheden  débits de boissons , met uitzondering van restaurants gesloten,
  • zijn feestactiviteiten met een privékarakter in feest- en polyvalente zalen verboden,
  • is het op heel het grondgebied van het Gewest verboden in de openbare ruimte alcohol te verbruiken,
  • is het verboden om op markten en elke andere plaats waar meerdere handelszaken in de buitenlucht zijn samengebracht dranken, voeding of enige andere vorm van snacks te nuttigen.
  • is het verboden enkel dranken te verbruiken in restaurants

Art. 3 . Boekhandels die beschikken over een speelruimte en alle andere winkels die drank of voeding verkopen, ook al is dit een nevenactiviteit, sluiten uiterlijk om 22u00.
Art. 4 . Indoor sportcompetities voor amateurs dienen met gesloten deuren plaats te vinden, behalve voor kinderen van 12 jaar en jonger, die begeleid mogen worden door hoogstens één volwassene.
Art. 5 . Iedereen vanaf 12 jaar die zich op het openbaar domein of voor het publiek toegankelijke private plaatsen begeeft is over heel het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verplicht een mondmasker dat de neus en de mond bedekt bij zich te hebben.
Het dragen van een mondmasker is steeds verplicht wanneer het voor de houder onmogelijk is de veiligheidsafstanden in acht te nemen.
Het dragen van een masker is niet verplicht voor mensen met een handicap die hen verhindert een masker of een gelaatsscherm te dragen. De fysieke afstand moet in alle gevallen gerespecteerd worden. Wanneer het dragen van een masker of elk alternatief in stof niet mogelijk is om medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.
Art. 6 . De bevoegde bestuurlijke overheden op het grondgebied van de Brusselse agglomeratie worden belast met de uitvoering van dit besluit. De politiediensten zijn verantwoordelijk voor de naleving van dit besluit, zo nodig met dwang en/of geweld.
Dit besluit zal worden meegedeeld aan het nationaal crisiscentrum en zal door de burgemeesters worden gepubliceerd door middel van affiches op de gebruikelijke plaatsen voor officiële bekendmakingen en door elk ander publicatiemiddel om een zo breed mogelijke verspreiding te waarborgen.
Art. 7 . Het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 6 augustus 2020 houdende de verplichting van het te allen tijde dragen van een mondmasker op het openbaar domein en elke private maar publiek toegankelijke plaats over het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals gewijzigd door de besluiten van 20 augustus 2020 en van 28 september 2020 wordt ingetrokken.
Art. 8 . Inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden bestraft met de straffen bepaald door artikel 1 van de wet van 6 maart 1818, zoals gewijzigd door de wet van 5 juni 1934 en de wet van 14 juni 1963 betreffende de overtredingen van administratieve reglementen.
Art. 9. De maatregelen opgelegd door dit besluit gelden tot en met 9 november 2020.
Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 10 . Overeenkomstig artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan een beroep tot nietigverklaring van dit besluit worden ingediend bij de afdeling administratie van de Raad van State, wegens schending van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht. Het verzoek tot nietigverklaring moet, op straffe van onontvankelijkheid, worden ingediend binnen de 60 dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Het verzoekschrift wordt ofwel per post aangetekend verzonden naar de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel, ofwel wordt het ingediend volgens de elektronische procedure met behulp van de identiteitskaart op de beveiligde website van de Raad van State http://eproadmin.raadvst-consetat.be. Er kan tevens een vordering tot schorsing van het besluit worden ingediend, conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State.
Art. 11 . De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt belast met de uitvoering van dit besluit.


Brussel, 7 oktober 2020.
De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
R. VERVOORT

 

Update 14.10.2020