Nieuws

Terug naar news

Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

28.10.2020 - Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

 

HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° "onderneming" : elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft;
2° "consument" : elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die niet onder zijn commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of activiteit van een vrij beroep vallen;
3° "protocol" : het document bepaald door de bevoegde minister in overleg met de betrokken sector dat de regels bevat die de ondernemingen en verenigingen van de bedoelde sector dienen toe te passen bij de uitoefening van hun activiteiten;
4° "vervoerder", bedoeld in artikel 21 : de openbare of private luchtvervoerder, de openbare of private zeevervoerder, binnenvaartvervoerder;
5° "gouverneur" : de provinciegouverneur of de krachtens artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen bevoegde overheid van de Brusselse agglomeratie;
6° "huishouden" : personen die onder hetzelfde dak wonen;
7° "gebruiker" : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon bij wie of voor wie door personen bedoeld in artikel 3 rechtstreeks of in onderaanneming werkzaamheden worden verricht;
8° "grensarbeider" : een werknemer die arbeid in loondienst verricht in een Lidstaat maar in een andere Lidstaat zijn woonplaats heeft waarnaar die werknemer in de regel dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeert;
9° "personeelslid" : elke persoon die werkt in of voor een onderneming, vereniging of dienst.
HOOFDSTUK 2. - Organisatie van de arbeid
Art. 2. § 1. Telethuiswerk is de regel bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent, in de mate dat de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten en de dienstverlening dit toelaat.
Alle ondernemingen, verenigingen en diensten kunnen eveneens goed georganiseerde terugkeermomenten organiseren, en met respect voor de sanitaire voorschriften.
Indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de ondernemingen, verenigingen en diensten de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
De handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in de bijlage van dit besluit, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten, de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 om de regels van de social distancing in de mate van het mogelijke toe te passen.
§ 2. De ondernemingen, verenigingen en diensten nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de regels van social distancing te garanderen en een maximaal niveau van bescherming te bieden.
Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan", die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.
Deze passende preventiemaatregelen worden op het niveau van de onderneming, vereniging of dienst uitgewerkt en genomen met inachtneming van de geldende regels van het sociaal overleg, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken personeelsleden, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.
De ondernemingen, verenigingen en diensten informeren de personeelsleden tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hun een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.
Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen.
§ 3. De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers van de ondernemingen en verenigingen, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die gelden in deze ondernemingen, verenigingen en diensten overeenkomstig paragrafen 1 en 2.
Art. 3. § 1. Iedere werkgever of gebruiker die tijdelijk een beroep doet op een in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige voor het uitvoeren van werkzaamheden in België in de sectoren bouw, schoonmaak en land- en tuinbouw bedoeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en in artikel 1, 1° van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970, met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde alsook activiteiten in de vleessector bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van artikel 6ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, is verplicht om, vanaf het begin van de werkzaamheden tot en met de veertiende dag na het einde ervan, een geactualiseerd register bij te houden met volgende gegevens :
1° volgende identificatiegegevens van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige :
• de naam en voornamen;
• de geboortedatum;
• het identificatienummer bedoeld in artikel 8, § 1, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
2° de verblijfplaats van de werknemer of zelfstandige gedurende zijn werkzaamheden in België;
3° het telefoonnummer waarop de werknemer of zelfstandige kan worden gecontacteerd;
4° in voorkomend geval, de aanduiding van de personen waarmee de werknemer of zelfstandige tijdens zijn werkzaamheden in België samenwerkt.
De verplichting tot registratie bedoeld in deze paragraaf is niet van toepassing op de tewerkstelling van grensarbeiders en geldt evenmin wanneer het verblijf van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige in België minder dan 48 uur duurt.
De gegevens bedoeld in het eerste lid mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met inbegrip van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten op eenzelfde adres.
De gegevens bedoeld in het eerste lid worden vernietigd na 14 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het einde van de betreffende werkzaamheden.
Het register bedoeld in het eerste lid wordt ter beschikking gehouden van alle diensten en instellingen die belast zijn met de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, alsook van alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
§ 2. Indien de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige ertoe gehouden is het Passagier Lokalisatie Formulier bedoeld in artikel 21 in te vullen, dan dient de werkgever of gebruiker die tijdelijk op hem een beroep doet voor de uitvoering van werkzaamheden in de sectoren bouw, land- en tuinbouw en schoonmaak bedoeld in artikel 20, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en in artikel 1, 1° van het voornoemd koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 of activiteiten in de vleessector bedoeld in artikel 2 van het voornoemd koninklijk besluit van 27 december 2007 in België, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, vóór de aanvang van de werkzaamheden na te gaan of het Passagier Lokalisatie Formulier effectief werd ingevuld.
Bij gebrek aan bewijs dat dit formulier werd ingevuld, dient de werkgever of gebruiker erover te waken dat het Passagier Lokalisatie Formulier ingevuld is uiterlijk op het moment waarop de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige de werkzaamheden in België aanvat.
Art. 4. In het kader van de toepassing van de maatregelen voorgeschreven door dit besluit en voor zover de operationele behoeften het vereisen, worden de afwijkingen van de bepalingen betreffende de organisatie van de arbeids- en rusttijden voorgeschreven door Deel VI, Titel I van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten toegelaten voor de geldigheidsperiode van dit besluit.
HOOFDSTUK 3. - Ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten
Art. 5. De ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten oefenen hun activiteiten uit overeenkomstig het protocol of de daartoe op de website van de bevoegde overheidsdienst bekendgemaakte minimale algemene regels.
Bij gebrek aan een dergelijk protocol of van toepassing zijnde Gids dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd :
1° de onderneming of vereniging informeert de klanten en personeelsleden tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken de werknemers een passende opleiding;
2° een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd;
3° de klanten worden toegelaten gedurende een periode van maximum 30 minuten of zolang als gebruikelijk in geval van een afspraak;
4° één klant per 10 m 2 wordt toegelaten;
5° indien de voor klanten toegankelijke vloeroppervlakte minder dan 20 m 2 bedraagt, is het toegelaten om twee klanten te ontvangen, mits een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon gegarandeerd is;
6° mondmaskers en andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden steeds sterk aanbevolen in de onderneming of vereniging en worden er gebruikt indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit;
7° de activiteit moet zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden;
8° de onderneming of vereniging stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de klanten;
9° de onderneming of vereniging neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
10° de onderneming of vereniging zorgt voor een goede verluchting;
11° een contactpersoon wordt aangeduid en bekendgemaakt, zodat klanten en personeelsleden een mogelijke besmetting met het coronavirus COVID-19 kunnen melden met het oog op het vergemakkelijken van contact tracing;
12° terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de gemeentelijke overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden.
Er wordt individueel gewinkeld of met maximum één andere persoon.
In afwijking van het derde lid, mag een volwassene de minderjarigen van hetzelfde huishouden of de personen die nood hebben aan begeleiding, vergezellen.
Art. 6. § 1. De inrichtingen die behoren tot de horecasector en andere eet- en drankgelegenheden zijn gesloten, behalve voor het aanbieden en leveren van afhaalmaaltijden en niet-alcoholische dranken om mee te nemen tot ten laatste 22.00 uur. Afhaalmaaltijden mogen samen worden aangeboden en/of geleverd met alcoholische dranken tot 20.00 uur.
In afwijking van het eerste lid mogen de volgende inrichtingen openblijven :
1° alle logiesvormen, met inbegrip van hun restaurant maar met uitzondering van hun andere drankgelegenheden, en dit uitsluitend voor de gasten die er verblijven;
2° de grootkeukens voor verblijf-, school-, leef- en werkgemeenschappen;
3° de collectieve faciliteiten voor dak- en thuislozen;
4° de eet- en drankgelegenheden in de transitzones van de luchthavens.
§ 2. Voor de horeca-activiteiten die door dit besluit worden toegelaten, gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten, onverminderd artikel 5 :
1° de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafelgezelschappen wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
2° een maximum van 4 personen per tafel is toegestaan;
3° enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
4° elke persoon moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
5° het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het personeel;
6° er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan;
7° de contactgegevens van één klant per tafel, die zich kunnen beperken tot een telefoonnummer of een e-mailadres, worden geregistreerd bij aankomst en bewaard, met respect voor de bescherming van de persoonsgegevens, gedurende 14 kalenderdagen teneinde enig later contactonderzoek te faciliteren. Voor de klanten die dit weigeren wordt de toegang tot de inrichting bij aankomst geweigerd. Die contactgegevens mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen COVID-19, en ze moeten worden vernietigd na 14 kalenderdagen.
In afwijking van het eerste lid, 2°, mag een huishouden een tafel delen, ongeacht de grootte van dat huishouden.
Art. 7. Het individueel en collectief gebruik van waterpijpen is verboden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.
Art. 8. De inrichtingen of onderdelen van inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector worden gesloten voor het publiek, met inbegrip van onder meer :
1° de casino's, speelautomatenhallen en wedkantoren;
2° de wellnesscentra, met inbegrip van onder meer sauna's, jacuzzi's, stoomcabines en hammams;
3° de discotheken en dancings;
4° de feest- en receptiezalen, behalve voor de organisatie van rouwmaaltijden na begrafenissen en crematies;
5° de pretparken;
6° de binnenspeeltuinen;
7° de bowlingzalen;
8° de kermissen, jaarmarkten, brocantemarkten, rommelmarkten, kerstmarkten en winterdorpen;
9° de zwembaden;
10° de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons;
11° de bioscopen.
In afwijking van het eerste lid, mogen geopend blijven :
1° de buitenspeeltuinen;
2° de buitengedeelten van dierentuinen, dierenparken, natuurparken en openluchtmusea, met inbegrip van de ingang, uitgang, sanitaire voorzieningen, eerste hulp en noodgebouwen;
3° de bibliotheken;
4° de gebouwen der erediensten en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening;
5° de buitengedeelten van sportinfrastructuren voor het individueel uitoefenen van sport;
6° de overdekte paardenpistes in manèges en paardenrenbanen, en dit enkel met het oog op het welzijn van het dier;
7° de culturele plaatsen, maar enkel voor :
• groepen van kinderen tot en met 12 jaar, in het kader van schoolse of buitenschoolse activiteiten van het verplicht onderwijs;
• stages en activiteiten voor kinderen tot en met 12 jaar;
• de personeelsleden in het kader van hun professionele activiteiten;
8° sportzalen en -voorzieningen, maar dit enkel voor :
• voor zover het geen zwembad betreft, groepen van kinderen tot en met 12 jaar in het kader van schoolse of buitenschoolse activiteiten van het verplicht onderwijs;
• voor zover het geen zwembad betreft, sportstages en -kampen georganiseerd door de lokale overheid voor kinderen tot en met 12 jaar;
• trainingen van professionele sporters;
• professionele wedstrijden;
• andere activiteiten dan sportactiviteiten, voor zover deze zijn toegelaten volgens de bepalingen van dit besluit en de geldende protocollen.
In de inrichtingen bedoeld in het tweede lid dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd :
1° de uitbater of organisator informeert de bezoekers en personeelsleden tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken de personeelsleden een passende opleiding;
2° een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd;
3° mondmaskers en andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden steeds sterk aanbevolen in de inrichting en worden er gebruikt indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit;
4° de activiteit moet zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden;
5° de uitbater of organisator stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de bezoekers;
6° de uitbater of organisator neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
7° de uitbater of organisator zorgt voor een goede verluchting.
Art. 9. In de winkelcentra gelden bij het ontvangen van bezoekers minstens de volgende specifieke modaliteiten :
1° één bezoeker per 10 m2 wordt toegelaten;
2° het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de bezoekers bij de in- en uitgang;
3° het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties;
4° bezoekers verplaatsen zich individueel of met maximum één andere persoon, met uitzondering van volwassenen die minderjarigen van hetzelfde huishouden of personen die nood hebben aan begeleiding mogen vergezellen.
Art. 10. Winkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren, behoudens andersluidende bepalingen.
Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 22.00 uur.
Art. 11. De verkoop van alcoholische dranken is in alle inrichtingen, met inbegrip van automaten, verboden vanaf 20.00 uur tot 05.00 uur `s morgens.
HOOFDSTUK 4. - Markten en organisatie van de openbare ruimte rond de winkelstraten en -centra
Art. 12. Onverminderd de artikelen 5 en 9 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings door de bevoegde gemeentelijke overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
Art. 13. De bevoegde gemeentelijke overheid kan markten, met uitzondering van de jaarmarkten, brocantemarkten, rommelmarkten, kerstmarkten en winterdorpen, toelaten onder de volgende modaliteiten :
1° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een markt bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam;
2° de marktkramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker, elk ander alternatief in stof of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, met een gelaatsscherm;
3° de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt;
4° de marktkramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
5° de marktkramers mogen geen voeding of dranken aanbieden voor consumptie ter plaatse;
6° bezoekers mogen op de markten geen voeding of dranken nuttigen;
7° er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt aanwezig zijn;
8° er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt.
Er wordt individueel gewinkeld of met maximum één andere persoon en gedurende een periode van maximum 30 minuten.
In afwijking van het tweede lid, mag een volwassene de minderjarigen van hetzelfde huishouden of personen die nood hebben aan begeleiding, vergezellen.
Onverminderd artikel 5 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan".
HOOFDSTUK 5. - Verplaatsingen en samenscholingen
Art. 14. Het is verboden om zich op de openbare weg en in de openbare ruimte te bevinden tussen 0.00 uur en 05.00 uur 's morgens, behalve in geval van essentiële, niet-uitstelbare verplaatsingen, zoals onder meer :
• om toegang te hebben tot medische zorgen;
• om bijstand en zorgen te voorzien voor oudere personen, voor minderjarigen, voor personen met een handicap en voor kwetsbare personen;
• het uitvoeren van de professionele verplaatsingen, met inbegrip van het woon-werkverkeer.
Behalve in geval van een dringende medische reden, wordt de reden van aanwezigheid of verplaatsing op de openbare weg of in de openbare ruimte aangetoond op eerste vraag van de politiediensten.
Art. 15. § 1. Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan vier personen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld, enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel.
§ 2. Ieder huishouden mag maximum vier dezelfde personen per 14 dagen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld, in huis ontvangen, onverminderd artikel 23.
§ 3. Een maximum van 40 personen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld, mag de volgende activiteiten bijwonen :
1° de burgerlijke huwelijken;
2° de begrafenissen en crematies andere dan de activiteiten bedoeld in 3°, zonder de mogelijkheid van blootstelling van het lichaam, alsook de rouwmaaltijd die nadien plaatsvindt met naleving van artikel 6, § 2;
3° de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening, alsook de activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, met naleving van de regels voorzien door artikel 17.
Tijdens de activiteiten bedoeld in het eerste lid dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd :
1° de uitbater of organisator informeert de bezoekers en personeelsleden tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken de personeelsleden een passende opleiding;
2° een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd;
3° mondmaskers en andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden steeds sterk aanbevolen in de inrichting en worden er gebruikt indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit;
4° de activiteit moet zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden;
5° de uitbater of organisator stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de bezoekers;
6° de uitbater of organisator neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
7° de uitbater of organisator zorgt voor een goede verluchting.
§ 4. Een maximum van 50 kinderen tot en met 12 jaar mag de volgende activiteiten bijwonen :
1° de activiteiten in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter;
2° de kampen, stages en activiteiten met naleving van de regels voorzien in artikel 18.
§ 5. Professionele sportieve wedstrijden en professionele sporttrainingen kunnen enkel plaatsvinden zonder publiek.
§ 6. Niet-professionele sportieve wedstrijden en niet-professionele sporttrainingen kunnen enkel plaatsvinden voor deelnemers tot en met 12 jaar. Deze wedstrijden en trainingen mogen enkel worden bijgewoond door één lid van het huishouden van de deelnemers.
§ 7. Wanneer een wedstrijd wordt georganiseerd op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde lokale overheid overeenkomstig artikel 16 vereist.
§ 8. Een maximum van 100 deelnemers mag statische betogingen bijwonen die plaatsvinden op de openbare weg, waar de social distancing kan worden gerespecteerd, en die voorafgaand werden toegelaten door de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16.
Art. 16. De bevoegde lokale overheid gebruikt de matrix bedoeld door de Nationale Veiligheidsraad tijdens diens vergadering van 24 juni 2020, die haar daartoe ter beschikking wordt gesteld, wanneer ze een toelatingsbeslissing neemt met betrekking tot de organisatie van de door dit artikel toegelaten activiteiten.
Art. 17. De collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, evenals de individuele bezoeken van gebouwen der eredienst en van gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening zijn toegestaan.
De representatieve organen van de erediensten en van de organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing nemen de nodige maatregelen en vaardigen richtlijnen uit, met inachtneming van volgende voorwaarden :
1° het respect van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, behalve voor personen die onder hetzelfde dak wonen;
2° het respect van het maximum van 40 personen in eenzelfde ruimte, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld;
3° het verbod op fysieke aanrakingen van personen en van voorwerpen door verschillende deelnemers;
4° de terbeschikkingstelling van middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien bij de in- en uitgang.
Art. 18. Kampen, stages en activiteiten zonder overnachting, alsook de speelpleinwerking zijn toegestaan voor kinderen tot en met 12 jaar, overeenkomstig het toepasselijke protocol.
Deze kampen, stages en activiteiten mogen georganiseerd worden voor één of meerdere groepen van maximum 50 kinderen tot en met 12 jaar bestaande uit de deelnemers en de begeleiders. De personen die samenkomen in het kader van deze kampen, stages en activiteiten moeten in eenzelfde groep blijven en mogen niet samen worden gezet met de personen van een andere groep.
De begeleiders respecteren de regels van social distancing in de mate van het mogelijke, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon en zijn verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof.
HOOFDSTUK 6. - Openbaar vervoer
Art. 19. Het openbaar vervoer blijft behouden.
Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd. Wanneer het dragen van een masker of van een alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.
In afwijking van het tweede lid is het rijdend personeel van de openbare vervoersmaatschappijen niet verplicht om de mond en de neus te bedekken, voor zover enerzijds de bestuurder goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de bestuurder geen masker draagt.
HOOFDSTUK 7. - Onderwijs
Art. 20. De instellingen van hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs mogen hun lessen en activiteiten voortzetten overeenkomstig de richtlijnen van de Gemeenschappen en de bijkomende maatregelen voorzien door de federale regering. Enkel indien de configuratie van de infrastructuur het toelaat, kunnen de Gemeenschappen beslissen om het deeltijds kunstonderwijs te laten plaatsvinden eventueel met beperkingen in het kader van de veiligheid.
In het kader van het leerplichtonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs worden de specifieke voorwaarden voor de organisatie van lessen en scholen door de Ministers van Onderwijs vastgesteld op basis van het advies van experten, rekening houdend met de gezondheidscontext en de mogelijke ontwikkelingen daarvan. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op het aantal dagen aanwezigheid op school, de normen die moeten worden nageleefd met betrekking tot het dragen van een mondmasker of andere veiligheidsuitrustingen binnen de inrichtingen, het gebruik van infrastructuren, de aanwezigheid van derden en de extramurale activiteiten. Indien er op lokaal niveau bijzondere maatregelen worden genomen, stellen de Ministers van Onderwijs een procedure vast, waarbij het advies van de experten wordt gevraagd en waarbij de bevoegde gemeentelijke overheid en de desbetreffende actoren worden betrokken.
HOOFDSTUK 8. - Grenzen
Art. 21. § 1. Niet essentiële reizen naar België zijn verboden.
§ 2. In afwijking van de eerste paragraaf is het toegelaten om :
1° te reizen naar België vanuit alle landen van de Europese Unie, van de Schengenzone en van het Verenigd Koninkrijk;
2° te reizen naar België vanuit de landen die zijn opgenomen in de lijst bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken.
§ 3. Voor de overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 toegelaten reizen naar België vanuit een land dat geen deel uitmaakt van de Schengenzone is de reiziger er toe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.
Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen en te ondertekenen.
De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek aan dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.
Bij gebrek aan deze verklaring of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
§ 4. In geval van een reis naar België vanuit een gebied in de Schengenzone is de reiziger ertoe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.
Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan de vervoerder. De vervoerder is ertoe gehouden deze verklaring onverwijld te bezorgen aan Saniport.
De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek van dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.
§ 5. In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3 en 4 waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is de reiziger, van wie het verblijf in België meer dan 48 uur duurt, en het voorafgaand verblijf buiten België meer dan 48 uur duurde, er persoonlijk toe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en te ondertekenen.
Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan Saniport.
§ 6. De persoonsgegevens ingezameld via het Passagier Lokalisatie Formulier in uitvoering van paragrafen 3, 4 en 5 kunnen worden opgeslagen in de Gegevensbank I bedoeld in artikel 1, § 1, 6° van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat,
de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano, en worden verwerkt en uitgewisseld voor de verwerkingsdoeleinden bepaald in artikel 3 van dat samenwerkingsakkoord.
Art. 22. In het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19, kan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, in de hoedanigheid van verwerker ten behoeve van de contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams, gezondheidsgegevens inzake het coronavirus COVID-19, contact-, identificatie-, tewerkstellings- en verblijfsgegevens met betrekking tot werknemers of gedetacheerde zelfstandigen bedoeld in artikel 137, 8°, a en b) van de programmawet (I) van 27 december 2006 die werkzaamheden uitvoeren in België, verzamelen, samenvoegen en verwerken, met inbegrip van datamining en datamatching, met het oog op het ondersteunen van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten.
De persoonsgegevens die voortkomen uit de verwerkingen bedoeld in het eerste lid worden bewaard met respect voor de bescherming van persoonsgegevens en niet langer dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt en worden vernietigd uiterlijk op de dag van inwerkingtreding van het ministerieel besluit dat het einde van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 aankondigt.
HOOFDSTUK 9. - Individuele verantwoordelijkheden
Art. 23. § 1. Onverminderd andersluidende bepaling voorzien door een protocol of door dit besluit, neemt eenieder de nodige maatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
§ 2. De regels van social distancing zijn niet van toepassing :
- op personen die onder hetzelfde dak wonen onderling;
- op kinderen onderling tot en met de leeftijd van 12 jaar;
- op personen onderling die elkaar ontmoeten in het kader van een duurzaam onderhouden nauw contact;
- tussen begeleiders enerzijds en personen die nood hebben aan begeleiding anderzijds.
§ 3. In afwijking van de eerste paragraaf moeten de gebruikers van het openbaar vervoer de onderlinge afstand van 1,5m respecteren in de mate van het mogelijke.
Art. 24. Het dragen van een mondmasker of elk ander alternatief in stof om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.
Art. 25. Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof wanneer het onmogelijk is om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 23, § 2.
Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is in elk geval verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen :
1° de winkels en de winkelcentra;
2° de conferentiezalen;
3° de auditoria;
4° de gebouwen der eredienst en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening;
5° de bibliotheken;
6° de winkelstraten, de markten, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is;
7° de inrichtingen en plaatsen waar horeca-activiteiten toegelaten zijn, zowel de klanten als het personeel, tenzij gedurende het eten, drinken, of aan tafel zitten.
Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.
De personen die in de onmogelijkheid zijn een mondmasker, een alternatief in stof of een gelaatsscherm te dragen omwille van een beperking, gestaafd door middel van een medisch attest, moeten niet voldoen aan de bepalingen van dit besluit die deze verplichting voorzien.
HOOFDSTUK 10. - Sancties
Art. 26. Inbreuken op de bepalingen van de volgende artikelen worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid :
- artikelen 5 tot en met 11, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer;
- artikel 13, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer, en op de verplichtingen van de bevoegde gemeentelijke overheid;
- artikelen 14, 15, 19, 21 en 25.
HOOFDSTUK 11. - Slot- en opheffingsbepalingen
Art. 27. § 1. De lokale overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
De bevoegde lokale overheden kunnen, in overleg met de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten, aanvullende preventieve maatregelen nemen ten opzichte van deze voorzien in dit besluit. De burgemeester overlegt hieromtrent met de gouverneur.
Wanneer de burgemeester of de gouverneur door het gezondheidsorganisme van de betrokken gefedereerde entiteit wordt ingelicht over een plaatselijke toename van de epidemie op diens grondgebied, of wanneer hij dit vaststelt, moet de burgemeester of de gouverneur bijkomende maatregelen nemen vereist door de situatie. De burgemeester informeert de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten onmiddellijk over de aanvullende maatregelen, genomen op gemeentelijk niveau. Indien de beoogde maatregelen evenwel een impact hebben op de federale middelen of een impact hebben op naburige gemeenten of op nationaal niveau, is een overleg vereist overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.
De burgemeester is verantwoordelijk voor de organisatie van de mondelinge en visuele communicatie van de specifieke maatregelen genomen op het grondgebied van zijn gemeente.
De minister van Binnenlandse Zaken geeft de instructies over de coördinatie.
§ 2. De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt.
§ 3. Naast de politiediensten vermeld in paragraaf 2 van dit artikel, hebben de statutaire en contractuele inspecteurs en controleurs van de dienst Inspectie van het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als opdracht toe te zien op de naleving van de verplichtingen vermeld in de artikelen 5 tot en met 11 van dit besluit, en dit overeenkomstig de artikelen 11, 11bis, 16 en 19 van wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten.
Art. 28. De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot en met 19 november 2020.
Art. 29. Bepalingen van een protocol of gids die minder strikt zijn dan de regels van dit besluit worden buiten toepassing gelaten, onverminderd de toepassing van artikel 23, § 1.
Art. 30. Het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 32.
Art. 31. Dit besluit treedt in werking op 29 oktober 2020.
Brussel, 28 oktober 2020.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. VERLINDEN

 

Het besluit downloaden