Nieuws

Terug naar news

Besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot bepaling van bijkomende maatregelen naast degene die bepaald zijn door de minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
Gelet op artikel 166, § 2 van de Grondwet;
Gelet op artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, zoals gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014;
Gelet op artikel 11 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, zoals vervangen door de wet van 7 december 1998;
Gelet op artikel 128 van de provinciewet;
Gelet op het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
Gelet op het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van een internationale gezondheidscrisis;
Gelet op het advies 2.3 (82) van Celeval dat de zes gulden regels omschrijft die moeten worden toegepast in de verschillende stadia van de COVID-19 pandemie;
Gelet op de maatregelen waartoe is beslist tijdens de Overlegcomités die plaatsvonden op 6, 16, 23 en 30 oktober 2020;
Gelet op de nota van de gezondheidsexperts die op 23 oktober 2020 gericht is aan het Overlegcomité, en op de nota die op 24 oktober 2020 door de gezondheidsexperts van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is opgemaakt ter attentie van de provinciale crisiscel;
Gelet op de vergadering van de provinciale Crisiscel uitgebreid met de Burgemeesters en de diensten van het Verenigd College, die op 24 oktober 2020 plaatsvond;
Gelet op het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 26 oktober 2020 tot bepaling van bijkomende maatregelen naast degene die bepaald zijn door de minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
Gelet op het ministerieel besluit van 1 november 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
Gelet op de contacten met het kabinet van de minister van Binnenlandse Zaken;
Gelet op de dringendheid en het gezondheidsrisico dat de ontwikkeling en de verspreiding van het coronavirus COVID-19 voor de bevolking op het grondgebied van het Brussels Gewest met zich meebrengen;
Overwegende dat de bijzonder kritieke situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vereist om bijkomende maatregelen te nemen naast degene die al bepaald zijn door de minister van Binnenlandse Zaken, welke niet volstaan om de exponentiële curve van de voorziene besmettingsgevallen op het Brusselse grondgebied te beperken;
Overwegende dat in artikel 27, § 1, tweede lid van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken bepaald is dat "wanneer de burgemeester of de gouverneur door het gezondheidsorganisme van de betrokken gefedereerde entiteit wordt ingelicht over een plaatselijke toename van de epidemie op diens grondgebied, of wanneer hij dit vaststelt, hij bijkomende maatregelen moet nemen vereist door de situatie";
Dat de lokale overheden bijgevolg de mogelijkheid behouden om, naast de maatregelen die al door de federale overheid zijn uitgevaardigd, omwille van de bijzondere gezondheidssituatie op hun grondgebied bijkomende maatregelen goed te keuren;
Overwegende dat de minister van Binnenlandse Zaken op 28 oktober en 1 november 2020 ministeriële besluiten heeft aangenomen om enerzijds alle maatregelen voor het hele Belgische grondgebied te stroomlijnen en anderzijds de reeds genomen maatregelen strenger te maken om de besmettingscurve zo snel en radicaal mogelijk om te buigen;
Dat die ministeriële besluiten maatregelen bevatten die reeds waren uitgevaardigd via het politiebesluit van 26 oktober 2020 van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
Dat de ministeriële besluiten van 28 oktober en 1 november 2020 daarentegen de sluiting van zaken opleggen waarin niet voorzien was door het politiebesluit van 26 oktober 2020; dat het daarbij met name gaat om zwembaden en binnenspeeltuinen die toegankelijk bleven voor kinderen tot en met 12 jaar;
Dat het Brusselse politiebesluit van 26 oktober 2020 tot slot strengere maatregelen voor het Brusselse grondgebied bevat; dat het gezien de gezondheidssituatie op het Brusselse grondgebied aangewezen is om sommige van die strengere maatregelen te behouden, meer bepaald:
- de sluiting van de winkels om 20u;
- het verbod om alcohol te drinken in de openbare ruimte;
- de algemene mondmaskerplicht;
Dat in het licht van die opmerkingen en met het oog op de goede verstaanbaarheid voor de burgers het politiebesluit van 26 oktober 2020 aangepast dient te worden, waarbij enkel de bovenvermelde bijkomende maatregelen behouden blijven;
Besluit :
Art. 1. De artikelen 1 tot 9 en 11 van het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 26 oktober 2020 tot bepaling van bijkomende maatregelen naast degene die bepaald zijn door de minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, worden opgeheven.
Art. 11. Artikel 16 van datzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"De maatregelen opgelegd door dit besluit gelden tot en met 13 december 2020. "
Art. 12. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 13. Overeenkomstig artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een beroep tot nietigverklaring van dit besluit worden ingediend bij de afdeling administratie van de Raad van State wegens schending van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht. Het verzoek tot nietigverklaring moet, op straffe van onontvankelijkheid, worden ingediend binnen de 60 dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Het verzoekschrift wordt ofwel per post aangetekend verzonden naar de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel, ofwel wordt het ingediend volgens de elektronische procedure met behulp van de identiteitskaart op de beveiligde website van de Raad van State http://eproadmin.raadvst-consetat.be. Er kan tevens een vordering tot schorsing van het besluit worden ingediend, conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State.


Brussel, 3 november 2020.
De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
R. VERVOORT