Alle news

13/04

Een Oudergemnaar aan het hoofd van de politiezone

Michel Deraemaeker is klaar voor een derde mandaat

Divisiecommissaris Michel Deraemaeker kreeg onlangs een derde mandaat aan het hoofd van de politiezone. Hoe ziet hij de politie van morgen? Wat zijn zijn prioriteiten voor onze gemeente? Een gesprek met de geboren Oudergemnaar die het bevel voert over 530 politieagenten. Zij verzekeren de veiligheid in Ukkel, Watermaal- Bosvoorde en Oudergem.

U maakt zich op voor een 3de mandaat aan het hoofd van de politiezone. Hoe kijkt u terug om uw twee vorige mandaten?

Michel Deraemaeker: In de voorbije  5  jaar  moesten  we  in  het kader van de terroristische dreiging heel wat middelen inzetten. Desondanks daalde de criminaliteit met een derde en zijn er met name minder gewelddelicten in de openbare ruimte. Tegelijk zetten we zwaar in op buurtpolitie en het onthaal van de bevolking.  Ik ben dan ook heel trots op onze politiezone.  Trots  op  de  inzet van onze medewerkers, zeker op de moeilijke momenten die we hebben gekend..

Is er u uit die voorbije jaren iets bijzonders bijgebleven?

M. D.: Uiteraard de verschillende terroristische aanslagen in Europa. En vooral die van 22 maart in Brussel en Zaventem, omdat heel  wat  slachtoffers  uit  onze politiezone afkomstig waren. Onze dienst slachtofferhulp heeft 77 mensen begeleid.   Na de  lockdown van  Brussel  klonk de roep om veiligheid enorm luid, zeker toen de scholen weer opengingen.   Wekenlang hebben we alle personeelsleden ingezet, ook zij die normaal meer administratieve taken vervulden. Dat zal ik nooit vergeten.

Hoe ziet u de evolutie van onze lokale politie?

M. D.: We moeten onze dienstverlening  afstemmen  op  de  verwachtingen van de burgers.  We moeten voeling houden met wat er bij de bevolking leeft.  Een degelijke wijkwerking is heel belangrijk. Precies daarom wou ik dat onze wijkinspecteurs zowat altijd te  bereiken  zijn. De bevolking communiceert  trouwens  steeds vaker  via  sociale  media  (Facebook), en daarmee moeten we rekening houden.  Initiatieven als 'Men flitst ook in mijn straat' of meer blauw op straat in commerciële centra zijn het gevolg van die interactie.   Via de veiligheidsenquête (Veiligheidsmonitor) die we in de loop van 2018 organiseren, peilen we inmiddels op een meer wetenschappelijke manier naar de verwachtingen van burgers. De resultaten worden straks gebruikt om ons nieuw zonaal veiligheidsplan uit te werken.

Werden daarvoor al prioriteiten vastgelegd?

M. D.: De wereldwijde digitalisering leidt tot nieuwe, vaak meer verborgen   vormen   van   criminaliteit. Die cybercriminaliteit vertaalt zich in feiten als fraude, afpersing  en  identiteitsdiefstal. De politie moet slachtoffers van dergelijke  criminele  feiten  kunnen  helpen,  bijstaan  en  adviseren.    Andere  prioriteiten?  De politie moet op straat zichtbaar aanwezig   blijven. De laatste jaren  heb  ik  de  gewoonte  het aantal  politiepatrouilles  dat  ik onderweg ontmoet te tellen. Het aantal politieagenten dat ik zie, is vrij indrukwekkend.   Doe gerust zelf de test: de toename van het aantal politieagenten op straat is een van de opvallendste aspecten van de inspanningen die de laatste jaren zijn geleverd. En dat zal ook zo blijven.

Wat  is  volgens  u  de  grootste verandering  in  het  beroep  van politieagent sinds het begin van uw carrière?

M. D.: Bij de politie staan we bin- nen  het  politielandschap  voor de   2dedigitale   revolutie   sinds het oude schrijfmachine naar de schroothoop verwezen werd. We moeten als politiezone zeker als eersten mee op de kar springen van deze New Way of Working.   De   toekomstige   nieuwe collega’s die geboren zijn in het digitaal tijdperk zullen hier weinig moeite mee hebben.  Maar iedereen moet mee kunnen en daar zullen we op moeten focussen, zodat we de bevolking nog beter kunnen dienen met moderne digitale toepassingen.