Belastingreglement op prive-clubs en op de inrichtingen waarvan de toegang voorbehouden is aan personen die zich onderwerpen aan zekere formaliteiten

Artikel 1 

Er wordt vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, een jaarlijkse belasting geheven op privéclubs en op de inrichtingen waarvan de toegang voorbehouden is aan personen die zich onderwerpen aan zekere formaliteiten.

Onder prive-clubs en inrichtingen waarvan de toegang voorbehouden is aan personen die zich onderwerpen aan zekere formaliteitenmoet worden verstaan :

De inrichtingen waarvan de toegang ofwel voorbehouden aan bepaalde personen is ; ofwel ondergeschikt aan de vervulling van bepaalde formaliteiten ; ofwel verboden aan minderjarigen en waarvan de activiteit impliceert : ofwel het gebruik van kansspelen ; ofwel fysieke prestaties van de uitbaters, van hun aangestelden of onderaannemers zonder dat het doel van de gezegde prestaties enkel van therapeutieke, sportieve of culturele natuur zijn ; ofwel dat de klanten er gewoonlijk dansen en dranken verbruiken.

Artikel 2 

De aanslagvoet wordt gebracht op 2.040 euro per jaar en per inrichting.

De aanslagvoet wordt gebracht op 3.060 euro wanneer de vloeroppervlakte die dient voor de uitbating van de privé-club of inrichting 100 m² bereikt of meer.

Hij wordt opgetrokken tot 5.100 euro wanneer de vloeroppervlakte 100m2 bereikt of meer voor de inrichtingen waarvan de toegang verboden aan minderjarigen is en waarvan de activiteit impliceert a. of het gebruik van kansspelen ; b. of fysieke prestaties van de uitbaters, van hun aangestelden of onderaannemers zonder dat het doel van de gezegde prestaties enkel van therapeutieke, sportieve of culturele natuur zijn.

Vanaf het belastingjaar 2027, worden de belastingtarieven elk belastingjaar aangepast aan de hand van de consumptieprijsindex die op de website van Stabel wordt gepubliceerd. Ze worden elk jaar op 1 januari aangepast aan de index van januari van het voorgaande jaar volgens de formule R x (i/I), waarbij:

  • R = hierboven vastgestelde belastingtarieven
  • i = index van de maand januari van het lopende jaar
  • I = index van de maand januari van het afgelopen jaar (basis 2013 = 100)

De aangepaste belastingtarieven worden naar boven afgerond op twee decimalen.

Artikel 3 

De belasting is solidair verschuldigd door de persoon of alle leden van een vereniging zonder juridische persoonlijkheid, die de privé-club of inrichting, waarvan sprake in het 1ste artikel, uitbaten en door de eigenaar van het gebouw waar de privé-club of inrichting, waarover sprake in het 1ste artikel, uitgebaat wordt. 
De belasting is geïnd door inkohiering.

Artikel 4 

De belasting is onverdeelbaar. Zij is voor het ganse jaar verschuldigd, welke ook de datum 
van de ingebruikstelling of van de overname van een bestaande inrichting. Er wordt geen elke vermindering om het even welke reden toegestaan. 
De personen die de activiteiten genoemd in artikel 1 uitvoeren zonder winstogend doel en die officieel erkend zijn door het college, zijn vrijgesteld van de belasting.

Artikel 5 

Het Gemeentebestuur richt een aangifteformulier aan de belastingplichtige, dat hij, naar behoren ingevuld, gedateerd en ondertekend, moet terugsturen binnen een maand na de verzenddatum. 

Belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet er een aanvragen vóór 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. De aangifte blijft geldig totdat deze wordt ingetrokken. Bij wijzigingen moet de belastingplichtige binnen tien dagen na de wijziging spontaan een nieuwe aangifte indienen

Artikel 6 

Bij gebrek aan aangifte binnen de bepaalde termijn of onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte door de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt.

Alvorens tot ambtshalve belastingheffing over te gaan, stelt het gemeentebestuur de belastingplichtige bij aangetekende brief in kennis van de redenen voor deze procedure, de elementen waarop de belasting wordt gebaseerd, de wijze waarop deze elementen worden bepaald en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.  De belastingplichtige moet de juistheid van de door hem aangevoerde elementen bewijzen.

Het gemeentebestuur zal overgaan tot ambtshalve heffing op basis van de elementen waarop de inkohiering gevestigd is en die vooraf aan de belastingplichtige werden gemeld, indien de belastingplichtige na afloop van deze termijn geen opmerkingen heeft gemaakt die de annulering van deze procedure rechtvaardigen

De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd als volgt:

  • eerste ambtshalve inkohiering: 20% van het verschuldigde of geraamde verschuldigd recht;
  • tweede ambtshalve inkohiering: 50 % van het verschuldigde of geraamde verschuldigd recht;
  • vanaf de derde ambtshalve inkohiering: 100% van het verschuldigde of geraamde verschuldigd recht.