Schriftelijke vraag van de heer Pierre Blackman: verschil van 1.000 euro – verzoek om verduidelijking

HET COLLEGE,

Gelet op de Nieuwe Gemeentewet, de artikelen 84 en 84bis;

Gelet op het Huishoudelijk Reglement van de Raad, de artikelen 58 tot 60;

Gelet op zijn beslissing #002/10.02.2026/B/0090#, waarbij akte werd genomen van de vraag en de Burgemeester werd belast met het verstrekken van een antwoord;

Overwegende het volgende :

Op 08.02.2026 heeft de heer Pierre Blackman, gemeenteraadslid, per e‑mail een schriftelijke vraag overgemaakt aan de heren Didier Gosuin, Voorzitter van de Raad, en Étienne Schoonbroodt, Gemeentesecretaris.

Mijnheer de Voorzitter,

Mevrouw de Burgemeester,

Dames en heren Schepenen,

Beste collega’s,

In december 2025 ontving elke Oudergemse inwoner een officiële communicatie waarin mevrouw de Burgemeester de verdiensten van de gemeentelijke belastingen toelichtte en verklaarde dat de Oudergemnaren “gemiddeld meer dan 1.000 euro minder belastingen betalen dan de andere Brusselaars”.

Wij wensen graag enkele verduidelijkingen over dit bedrag van 1.000 euro:

  • Kunt u ons het detail van uw berekening bezorgen?
  • Wat is volgens u de relevantie van deze gegevens?
  • Wat is het gemiddelde verschil tussen Oudergem en zijn eerste “challenger” wat betreft gemeentelijke belastingen (de gemeente met de op één na laagste belastingen volgens uw berekening)?
  • Hoe heeft dit verschil met onze “eerste challenger” zich ontwikkeld na de beslissing van de gemeente om het onroerende voorheffingstarief (OP/PRI) te verhogen?

Wij danken u alvast voor uw duidelijke en volledige antwoorden.

Pierre Blackman, gemeenteraadslid Ecolo‑Groen

Op 17.03.2026 antwoordde mevrouw Sophie de Vos als volgt:

Mijnheer Blackman,

In uw schriftelijke vraag van 8 februari jongstleden vroeg u ons naar de berekening die ons in staat had gesteld te stellen dat de Oudergemnaren gemiddeld bijna 1.000,00 euro minder belastingen betalen dan de andere inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Hieronder vindt u het detail van de berekening. Deze is opgebouwd zoals een aanslagbiljet voor een particulier, maar dan geaggregeerd met macro‑economische gegevens.

  • De statistische dienst verstrekt ons het globale kadastraal inkomen voor Oudergem: 41.203.221.
  • Op dit globaal kadastraal inkomen wordt eerst de indexeringscoëfficiënt (2,2499) toegepast.
  • Vervolgens wordt de gewestbelasting (1,25%) toegepast, wat het bedrag van de opcentiemen oplevert.
  • Dat bedrag wordt vermenigvuldigd met:
    • enerzijds het aantal gemeentelijke opcentiemen van Oudergem (a),
    • anderzijds het gemiddeld aantal opcentiemen van de andere gemeenten (b).

Dit levert een globaal bedrag op dat vervolgens wordt gedeeld door het aantal huishoudens in Oudergem (15.000).

Voor onze verhoging van de opcentiemen gaf de berekening:

41.203.221 × 2,2499 × 1,25 × 1.990 = 23.059.903 (a)

41.203.221 × 2,2499 × 1,25 × 3.414 = 39.561.059 (b)

b – a = 16.501.157

Dat is, per huishouden: 1.100 euro.

Het aantal van 15.000 huishoudens wordt gebruikt hoewel niet alle huishoudens eigenaar zijn, maar deze informatie is niet beschikbaar. Het gaat dus om een gemiddelde.

De zelfde berekening na de verhoging in Oudergem geeft vandaag: 979 euro per huishouden.

In Oudergem heeft de Raad immers een belasting vastgesteld van 2.440 opcentiemen op de onroerende voorheffing. Voor de andere gemeenten van het Gewest bedraagt het nieuwe gemiddelde 3.664 opcentiemen. Ik vestig uw aandacht erop dat nog niet alle gemeenten hun reglement ter zake hebben gestemd en dat bijgevolg niet alle cijfers definitief zijn.

Wat de relevantie van deze gegevens betreft: het gaat inderdaad om een gemiddelde, maar ons nieuwe tarief vertegenwoordigt momenteel 66% van het gemiddelde van de andere gemeenten. Het ligt dus aanzienlijk lager.

Wat u onze “eerste challenger” noemt, is de gemeente Sint-Pieters-Woluwe, die een belasting van 2.700 opcentiemen heeft goedgekeurd. De berekeningen zijn echter steeds uitgevoerd op basis van het gemiddelde van alle andere gemeenten van het Gewest. Wij beschikken dus niet over een detail van de vergelijking met deze “eerste challenger”.

KEURT GOED

  • het antwoord op de schriftelijke vraag;
  • de verzending van het antwoord aan de fractieleiders van de Gemeenteraad;
  • de publicatie van de vraag en het antwoord, na vertaling, op de gemeentelijke website.