Schriftelijke vraag van de heer Christophe Magdalijns over stedenbouw

HET COLLEGE,
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet, artikels 84 en 84bis;
Gelet op het Huishoudelijk Reglement van de Raad, artikels 55 tot 60;
Overwegende wat volgt:
Op 19.06.2019 stuurde de heer Christophe Magdalijns, via e-mail, een schriftelijke vraag:
Beste,
Overeenkomstig artikel 55 van ons Huishoudelijk Reglement zou ik het College de volgende vragen willen stellen:
  1. In het bijzonder in verband met punt 40 van het College van 28 mei 2019, stel ik vast dat we kennis nemen van de vergunningen met betrekking tot grote reclameborden (8m²). Niets ongewoons. Hoeveel reclameborden van 8m² en meer hebben we in Oudergem? Zijn we van plan de invloed van grootschalige reclame in de gemeente te verminderen, die bovendien het vaakst merken en producten met negatieve effecten in de kijker plaatst: krachtige auto's, alcohol?
  2. Wat betreft punt 36 van het College van 4 juni 2019: zijn de twee extra verdiepingen in de Vorstlaan 288/290 in overeenstemming met of wijken ze af van het BWRO en de GSV? Wanneer er sprake is van een afwijking, wat zijn dan de toekenningsvoorwaarden? Schept dit besluit een precedent dat kan leiden tot een zekere verdichting van wijken met gebouwen met sterk uiteenlopend bouwprofiel?
  3. Ik zou graag willen weten waarom de gevraagde vergunning in de Lammerendrieslaan 67 (punt 37 van het College van 21 mei 2019) werd geweigerd. Wat zijn de algemene elementen/principes die het College gerespecteerd wil zien voor de ontwikkeling van dit perceel?
  4. In punt 40 van het College van 4 juni 2019 verleent de vergunning een plat dak zoals de twee huizen die aan het project grenzen. In de Daniel Boonlaan zijn de daken van het hellende type en worden meestal dakkapellen toegekend bij het aanvragen van een vergunning. Waarom moedigen we aanvragers niet aan om een hellend dak te behouden en er dakkapellen op te plaatsen? De toegevoegde verdiepingen met plat dak zijn allemaal esthetisch gezien een architecturale mislukking en respecteren niet de algemene kenmerken van de gebouwen in de straat. Wil het College met het verlenen van vergunningen op dit soort wegen, de voorkeur geven aan eengezinswoningen of de weg vrijmaken voor meer appartementsgebouwen?
Alvast bedankt voor uw antwoorden,
Op 17.07.2019 heeft de heer Alain Lefebvre, schepen, geantwoord als volgt:
Wat betreft punt 40 van het college van 28 mei 2019
Wij kunnen geen antwoord geven op uw vraag met betrekking tot een inventarisatie van reclameborden van 8 m². Sommige vergunningen worden afgeleverd door het Gewest. Met name de vergunningen die gekoppeld zijn aan het contract dat het gewest heeft gesloten met de onderneming Decaux voor de Villo's. In februari hebben we de installateurs gevraagd om ons een lijst te bezorgen met hun uitrustingen op het gemeentelijk grondgebied. We hebben slechts gedeeltelijke antwoorden ontvangen. We kunnen echter wel aangeven of er voor een specifiek bord een stedenbouwkundige vergunning is afgegeven.
De door de gemeente afgegeven vergunningen voor reclameborden zijn beperkt tot een maximale duur van 9 jaar. Aan het einde van hun termijn wordt elke specifieke situatie opnieuw beoordeeld, met name als gevolg van veranderingen in de omgeving van het bord. Vaak worden er verplichtingen aan toegevoegd om ervoor te zorgen dat er ruimte gereserveerd is voor boodschappen van collectief belang. In het algemeen vermijden we om vergunningen af te leveren voor nieuwe installaties. Aanvragen voor de verplaatsing of wijziging van borden, worden geval per geval bekeken, net als elke aanvraag om verlenging.
De bindende regelgeving met betrekking tot reclame voor bepaalde merken of producten valt niet onder de bevoegdheid van de gemeente.
Wat betreft punt 36 van het College van 4 juni 2019
Uw vraag heeft betrekking op punt 36 van het College van 21/05/2019.
Het dossier werd onderworpen aan het openbaar onderzoek van 18/04/2019 tot 02/05/2019 en werd ter advies voorgelegd aan de overlegcommissie op 16/05/2019 om volgende redenen:
  • afwijkingen van artikel 3 (plaatsing van het gebouw - voorgevel), artikel 4 (bouwdiepte), artikel 5 (hoogte van de voorgevel), artikel 6 (dak - hoogte), artikel 10 (uitsprongen aan de straatgevel - meer dan 12 cm over de eerste 2,5 meter of meer dan 1 meter daarboven en balkons, terrassen en erkers) en artikel 11 (inrichting van de achteruitbouwstrook) van titel I van de GSV.
  • afwijkingen van artikel 3 (achteruitbouwstrook en non-aedificandi zijstroken - tuintje) en artikel 4 van de Gemeentelijke bouwverordening (achteruitbouwstrook en non-aedificandi zijstroken - Afsluitingen en uitsprongen)
  • toepassing van bijzonder voorschrift 2.1. van het GBP (wijziging zichtbaar vanaf de openbare ruimte)
Verzoeken om afwijkingen, met name die met betrekking tot het bouwprofiel, werden door de Overlegcommissie aanvaardbaar geacht; sommige mits aanpassing van het project. Over de afwijkingen in verband met achteruitbouwstroken liepen de meningen uiteen.
Aangezien de redenen niet voldoende nauwkeurig kunnen worden samengevat, nodig ik u uit om ze te lezen in het advies van de overlegcommissie van 16/05/2019, punt 3, dat op de website van de gemeente is gepubliceerd. https://www.oudergem.be/overlegcommissie
Het College onderschrijft het advies van de commissie.
Deze beslissing schept geen precedent. Elk verzoek wordt onderzocht met het oog op een goede ontwikkeling van de site, rekening houdend met de omgeving en de geldende stedenbouwkundige bepalingen.
Wat betreft punt 37 van het College van 21 mei 2019
Aangezien de redenen niet voldoende nauwkeurig kunnen worden samengevat, nodig ik u uit om ze te lezen in het advies van de overlegcommissie van 16/05/2019, punt 8, dat op de website van de gemeente is gepubliceerd. https://www.oudergem.be/overlegcommissie
Het College heeft het ongunstige met redenen omklede advies van de commissie onderschreven en bijgevolg de vergunning geweigerd om dezelfde redenen als die welke in de Overlegcommissie werden geuit.
Het College heeft geen formele algemene beginselen voor de ontwikkeling van dit perceel bepaald. Uit de motivaties kunnen echter richtlijnen worden afgeleid.
Wat betreft punt 40 van het College van 4 juni 2019
We gaan ervanuit dat uw vraag in feite betrekking heeft op punt 40 van het College van 21/05/2019.
De aanvraag heeft betrekking op een woning gelegen in de Daniel Boonlaan 42A.
Het voorwerp van de aanvraag heeft meer bepaald betrekking op:
  • de bouw van een uitbreiding aan de achterzijde van de bel-etage (tuinniveau)
  • de bouw van een bijkomende verdieping met plat dak
  • het in overeenstemming brengen van de vervanging van het raamwerk in de voorgevel met de voorschriften
  • het in overeenstemming brengen van de inrichting van de achteruitbouwstrook met de voorschriften
Aan het gunstige advies zijn de volgende voorwaarden verbonden:
  • voorzien in een verhoging van de gemene muren in overeenstemming met de gemeentelijke bouwverordening (28 cm dik massief metselwerk langs beide zijden van de gemene grens).
  • de inrichting van de achteruitbouwstrook in overeenstemming brengen met die van de oorspronkelijke vergunning nr. 9347 (omheiningsmuren en beplante oppervlakten)
  • schrappen van de bestaande kroonlijst en in een lichte strook voorzien op basis van het ontwerp van de onderste verdiepingen (bijv. hardsteen).
  • het ontwerp van de garagepoort corrigeren op de voorgevel.
Aangezien de redenen niet voldoende nauwkeurig kunnen worden samengevat, nodig ik u uit om ze te lezen in het advies van de overlegcommissie van 16/05/2019, punt 12, dat op de website van de gemeente is gepubliceerd. https://www.oudergem.be/overlegcommissie
Het College onderschrijft het advies van de commissie.
Dit betreft een overblijvende woning bestemd als eengezinswoning. Met dit besluit effent het College niet de weg voor meer appartementsgebouwen.
NEEMT AKTE
  • van het antwoord van mijnheer de schepen
  • van de publicatie ervan op de gemeentelijke website