Bestuur & Politiek

Algemeen Politiereglement

 

Inhoudstafel

Hoofdstuk I – Algemene Bepalingen (Art. 1 - Art. 6)

Hoofdstuk II – De bemiddeling en de gemeenschapsdienst (Art. 7 - Art. 10)

Hoofdstuk III – De openbare netheid en gezondheid (Art. 11 - Art. 31)
 

  • Afdeling 1. Netheid van de openbare ruimte
  • Afdeling 2. Veiligheid en hygiëne van doorgangen, voetpaden, eigendommen en hun omgeving
  • Afdeling 3. Wateringen, waterwegen, leidingen
  • Afdeling 4. Verwijdering van bepaalde afvalstoffen
  • Afdeling 5. Onderhoud en schoonmaak van voertuigen
  • Afdeling 6. Vuur, rook en geur
  • Afdeling 7. Overnachting en kamperen
  • Afdeling 8. Strijd tegen schadelijke dieren
  • Afdeling 9. Preventiemaatregelen
  • Afdeling 10. Aanplakking
  • Afdeling 11. Sancties


Hoofdstuk IV – De openbare veiligheid en de vlotte doorgang (Art. 32 - Art. 71)
 

  • Afdeling 1. Samenscholingen, betogingen, optochten
  • Afdeling 2. Hinderlijke of gevaarlijke bedrijvigheden in en buiten openbare ruimten die naar openbare veiligheid schaden
  • Afdeling 3. Plaatsen van torenkranen
  • Afdeling 4. Privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte
  • Afdeling 4bis : Werven op de openbare ruimte
  • Afdeling 5. Het gebruik van gevels van gebouwen
  • Afdeling 6. Algemene maatregelen ter voorkoming van schendingen van de openbare veiligheid
  • Afdeling 7. Brandpreventie
  • Afdeling 8. Bijzondere bepalingen die in acht dienen te worden genomen bij sneeuw of vrieskou of slecht weer
  • Afdeling 9. Vrijetijdsbesteding en –plaatsenAfdeling 10. Parkeren, verhuizingen, laden en lossen
  • Afdeling 10. Parkeren, verhuizingen, laden en lossen
  • Afdeling 11. Sancties


Hoofdstuk V – De openbare rust (Art. 72 - Art. 79)

Hoofdstuk VI – Groene ruimten (Art. 80 - Art. 95)

Hoofdstuk VII – Dieren (Art. 96 -Art. 104)

Hoofdstuk VIII – Stilstaan en parkeren (Art. 105)

Hoofdstuk VIIIbis - Gemengde Inbreuken (Art. 106 - Art. 117)

Hoofdstuk IX – Uitvoering en sancties inzake burgerrechtelijke bepalingen (Art. 118)

Hoofdstuk X -  Autoluwe dag

Hoofdstuk XI - Eindbepalingen (Art. 119)

 

 

 

Hoofdstuk I – Algemene Bepalingen

Art. 1. Voor de toepassing van onderhavig reglement, verstaat men onder « openbare ruimte » :
elke weg die openstaat voor het verkeer van het publiek in het algemeen, zelfs indien de grond privé-eigendom is en ongeacht zijn voorkomen;
2. de parken, openbare tuinen, pleinen en speelpleinen.
Art. 2. § 1. Die in onderhavig reglement beoogde vergunningen worden precair en herroepbaar afgegeven, in de vorm van een persoonlijke en onoverdraagbare titel, zonder aansprakelijkheid van de gemeente
Ze kunnen op ieder moment ingetrokken worden wanneer het algemene belang het vereist.
Ze kunnen ook geschorst of ingetrokken worden door het college van Burgemeester en schepenen wanneer de houder een overtreding begaat tegen onderhavig reglement, zonder dat de begunstigde aanspraak kan maken op een schadevergoeding.
§ 2. De begunstigden moeten zich strikt houden aan de voorschriften van de vergunningsakte en erover waken dat diens voorwerp geen schade kan berokkenen aan anderen, noch de openbare veiligheid, rust, gezondheid of netheid in het gedrang kan brengen.
De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die kan voortvloeien uit de - al dan niet foutieve - uitoefening van de bij de vergunning beoogde activiteit.
§ 3. Wanneer de vergunningsakte betrekking heeft op:
een activiteit of een evenement in een voor het publiek toegankelijke plaats, moet deze zich op de desbetreffende plaats bevinden;
een activiteit op de openbare ruimte of een bezetting ervan, moet de begunstigde deze bij zich hebben tijdens de activiteit of de bezetting.
In beide gevallen moet de akte getoond worden op verzoek van de politie of van eender welke andere bevoegde persoon.
Art. 3. Wanneer de openbare veiligheid, netheid, gezondheid of rust in het gedrang komen door toestanden die hun oorsprong vinden hebben in privé-eigendommen, kan de burgemeester de nodige besluiten nemen.
De eigenaars, huurders, bezetters of zij die er op een of andere manier verantwoordelijk voor zijn, moeten er zich naar schikken.
In geval van weigering of vertraging in de uitvoering van de bij voornoemde besluiten voorgeschreven maatregelen, alsook indien het onmogelijk is ze aan de betrokkenen te betekenen, kan de burgemeester er ambtshalve toe doen overgaan, op risico van de in gebreke blijvende partijen die solidair de kosten moeten dragen.
Wie de bepalingen van een burgemeestersbesluit overtreedt, wordt bestraft met een administratieve geldboete van maximum 350 €  per vastgestelde inbreuk.
Art. 4. De persoon die de voorschriften van de bepalingen van onderhavig reglement niet naleeft, is burgerlijk aansprakelijk voor de schade die daaruit kan voortvloeien.
De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die uit het gebrek aan naleving van de bij onderhavig reglement voorgeschreven bepalingen zou voortvloeien.
Art. 5. § 1. Iedereen moet zich onmiddellijk schikken naar de bevelen of vorderingen van de politiebeambten of van eender welke andere persoon die bevoegd is om de wetten, reglementen en besluiten te doen naleven en om:
1. de openbare veiligheid, rust, netheid of gezondheid te vrijwaren;
2. de taken van de hulpdiensten en de bijstand aan personen in gevaar te vergemakkelijken.
Deze verplichting is tevens van toepassing op personen die zich in een privé-eigendom bevinden, wanneer de politieagent of eender welke andere bevoegde persoon er is binnengegaan op verzoek van de bewoners, in geval van brand, overstroming, noodoproep of om de wetten, reglementen en besluiten te doen naleven.
§2 Het is verboden om gebrek aan respect te hebben, tegenover de politiebeambtenaren of tegenover eenieder welke andere persoon die bevoegd is om de wetten en reglementen te doen naleven of om zich agressief te gedragen, door woorden of daden.
§ 3. Ieder die de bepalingen van onderhavig artikel overtreedt, wordt bestraft met een administratieve geldboete van maximum 350 €.
De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de fei­ten de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben.
Art. 6. §1. De inbreuken op het onderhavige alge­meen politiereglement kunnen het onderwerp uitmaken van een procedure gemeentelijke admini­stratieve sanctie ten laste van zowel meerderjarige personen als minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt heb­ben.
§2. De sanctionerende ambtenaar is de persoon die door de gemeenteraad werd aangesteld om een administratieve boete op te leggen in geval van een inbreuk en in de in het onderhavige reglement voorziene gevallen.
De sanctionerende ambtenaar is bevoegd om de brieven ter kennisgeving van zijn beslissingen en elke briefwisseling inzake de procedure van de ad­ministratieve sanctie te ondertekenen.
§3. De beslissing van de sanctionerende ambtenaar wordt genomen binnen een termijn van zes maan­den.
In afwijking van alinea 1 wordt de beslissing van de sanctionerende ambtenaar genomen binnen een termijn van twaalf maanden en ter kennis gebracht van de betrokkenen indien er een beroep wordt gedaan op een gemeenschapsdienst en/of een bemiddeling.
Deze termijnen vangen aan op de dag van de vast­stelling van de feiten.
Na de verstrijking van deze termijnen kan de sanc­tionerende ambtenaar geen administratieve boete meer opleggen.
§4. De voorgeschreven administratieve boetes in het onderhavige reglement worden verhoogd in geval van herhaling binnen de 24 maanden na de opleg­ging van een administratieve boete. Deze boetes mogen echter nooit meer dan € 350 bedra­gen indien de overtreder meerderjarig is en € 175 indien het gaat om minderjarigen die op het ogen­blik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar be­reikt hebben.
De duur van de administratieve sancties, goedge­keurd door het college van burgemeester en sche­penen en voorgeschreven door het onderhavige reglement, kan verlengd worden in geval van her­haling binnen de 24 maanden die vol­gen op de oplegging van de sanctie.
§5. Bij gebrek aan betaling van de administratieve boete, zal er, op door de gerechtsdeurwaarder betekend dwangbevel, bewarend beslag kunnen  gelegd worden op de bezittingen van de overtreder, bijvoorbeeld door op zijn voertuig een wielklem te plaatsen.

 

 

Hoofdstuk II – De bemiddeling en de gemeenschapsdienst

Art. 7. Indien een inbreuk op het onderhavige re­glement het onderwerp kan uitmaken van een ad­ministratieve boete, kan de sanctionerende ambte­naar beslissen om aan de overtreder een bemidde­lingsprocedure voor te stellen, in dezelfde hoeda­nigheid als een gemeenschapsdienst, als alternatief voor de boete.
Hij is verplicht een bemiddelingsprocedure voor te stellen indien de overtreder een minderjarige is die de leeftijd van 16 jaar bereikt heeft.
De lokale bemiddelingsprocedure is een middel om, dankzij de tussenkomst van een bemiddelaar, aan de overtreder de kans te bieden de veroorzaakte schade te herstellen of te vergoeden of om het conflict bij te leggen. De bemiddeling moet uitge­voerd worden binnen een termijn van één jaar vanaf de pleging van de feiten.
De lokale bemiddelingsdienst, genaamd de GAS-bemiddelingsdienst (gemeentelijke administratieve sancties), zorgt voor de omkadering van de proce­dure inzake lokale bemiddeling en gemeenschaps­dienst en staat de sanctionerende ambtenaar bij in de toepassing van deze procedures.
De gemeenschapsdienst mag niet langer duren dan 30 uren indien de overtreder meerderjarig is en 15 uren indien de overtreder een minderjarige is die de leeftijd van 16 jaar bereikt heeft.
De dienst moet uitgevoerd worden binnen een termijn van 6 maanden vanaf de datum van de kennisgeving van de beslissing van de sanctione­rende ambtenaar indien deze dienst plaatsvindt buiten het kader van de bemiddeling.
Art. 8. Indien de overtreder een minderjarige is die de leeftijd van 14 jaar bereikt heeft, wordt een procedure van ouderlijke betrokkenheid voorzien, voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of desgevallend de oplegging van een administratieve boete.
In het kader van deze procedure informeert de sanctionerende ambtenaar de vader en moeder, de voogd of de personen die de hoede hebben over de minderjarige, over de vastgestelde feiten en ver­zoekt hij hen om hun mondelinge of schriftelijke opmerkingen over deze feiten mee te delen en de eventueel te nemen opvoedkundige maatregelen. Hij kan hiertoe een ontmoeting vragen met de va­der en moeder, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben en deze laatste.
Na de in de vorige alinea bedoelde opmerkingen te hebben ontvangen en/of de minderjarige overtre­der, zijn vader en moeder, zijn voogd of de perso­nen die er de hoede over uitoefenen te hebben ontmoet, en indien hij tevreden is over de opvoed­kundige maatregelen die door deze laatsten wer­den voorgesteld, kan de sanctionerende ambtenaar de zaak in deze fase afsluiten ofwel de administra­tieve procedure opstarten.
Art. 9. Wanneer een minderjarige verdacht wordt van een inbreuk die bestraft wordt met de admini­stratieve boete en de administratieve procedure in gang werd gezet, brengt de overheid die bevoegd is om de sanctie op te leggen de stafhouder van de orde van advocaten hiervan op de hoogte zodat ervoor gezorgd wordt dat de betrokkene bijgestaan kan worden door een advocaat.
Naast de advocaat mogen de vader en moeder, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben de minderjarige begeleiden tijdens de bemiddeling en de gemeenschapsdienst.
Art. 10. Wanneer de sanctionerende ambtenaar het welslagen van de bemiddeling of de gemeen­schapsdienst vaststelt, kan hij geen administratieve boete meer opleggen.
In geval van weigering van het aanbod of het falen van de bemiddeling kan de sanctionerende ambte­naar een gemeenschapsdienst voorstellen ofwel een administratieve boete opleggen.
 

 

 

Hoofdstuk III – De openbare netheid en gezondheid

Afdeling 1. Netheid van de openbare ruimte
Art. 11. §1. §1. Het is verboden, om het even welke manier, door eigen toedoen of door toedoen van personen, dieren of zaken waarover men het toe­zicht of het zeggenschap heeft, de volgende zaken te bevuilen:
ieder voorwerp van algemeen nut of ieder voorwerp voor de versiering van de open-bare ruimte;
ieder onderdeel van het straatmeubilair;
galerijen en doorgangen op private grond, die voor het publiek toegankelijk zijn;
openbare gebouwen en privé-eigendommen, met inbegrip van gevels, muurtjes, hek-ken en andere bouwelementen die aan de openbare ruimte grenzen;
voertuigen van derden.
§2. De personen die het toezicht of het zeg­gen­schap hebben over een hond moeten de uit­werp­selen ervan op de gepaste wijze opruimen in de open­bare ruimte, met inbegrip van squares, par­ken, groene ruimtes van de straten en openbare tuinen, met uitzondering van uitwerpselen die ach­tergela­ten worden op de speciaal hiervoor inge­richte plaatsen (de "hondentoiletten").
De meester of hoeder van het dier moet steeds een zakje of een gelijkaardig voorwerp bij zich hebben om de uit­werpselen in vuilnisbakken te kunnen gooien langs de openbare weg of op de plaats waar het dier wordt uitgelaten. Dit zakje of gelijkaardig voorwerp moet op vraag van een gemachtigde persoon of de politie getoond worden.
§3. Ieder die de bovenvermelde bepalingen heeft overtreden moet onmiddellijk zorgen voor de schoonmaak, zoniet zal de gemeente het doen op kosten en op risico van de overtreder.
Art. 12. §1 De verkopers van voedingswaren die onmiddellijk en buiten worden verbruikt, dienen het nodige te doen opdat hun klanten de openbare ruimte rond hun handel niet vervuilen. Ze moeten op eigen kosten in de omgeving van de verkoopplaats een door de dienst openbare netheid goedgekeurde vuilnisbak plaatsen.
§2. Bovendien, de vestigingen die behoren tot de activiteitensector van hotel, restaurant en café (horeca) hebben de plicht op hun kosten, op de gevel of in de rechtstreekse nabijheid van de toegang van hun vestiging, een asbak te plaatsen.
Art. 13. Het is verboden te urineren of zijn behoeften te doen in de openbare ruimte of in galerijen en passages op privé-terrein die voor het publiek toegankelijk zijn, behalve in de daartoe bestemde plaatsen.
Het is verboden te spuwen op een openbare plaats of een voor het publiek toegankelijke plaats.
Het is verboden sigarettenpeuken op een openbare plaats te gooien of er asbakken leeg te maken.
Afdeling 2. Veiligheid en hygiëne van doorgangen, voetpaden, eigendommen en hun omgeving
Art. 14. §1.  De doorgangen, trottoirs en bermen van al dan niet bewoonde gebouwen, evenals ge­vels, scheidingsmuurtjes, hekken en bouwelemen­ten die aan de openbare ruimte grenzen, moeten onderhouden en in goede staat gehouden worden.
Die verplichting berust:
voor bezette woongebouwen: op de eigenaren, huisbewaarders, syndici, verantwoordelijken van raden van beheer, personen die speciaal belast zijn met het dagelijkse onderhoud ervan of deze aangeduid door een huishoudelijk reglement; bij ontstentenis van voornoemde personen zal de verplichting hoofdelijk ten laste vallen van de bezetters;
voor gebouwen zonder woonfunctie: op de conciërges, portiers, bewakers of de personen die belast zijn met het dagelijkse onderhoud van de gebouwen, of, bij gebrek eraan, aan de huurders of bezetters;
voor leegstaande gebouwen of onbebouwde terreinen: op iedere houder van een zakelijk recht op het gebouw of op de huurders of bezetters.
Deze verplichting omvat onder andere de verwijdering van tags en graffiti, het uittrekken van onkruid en wilde begroeiing, alle herstellingen en het schoonmaken van de grondvierkanten aan de voet van de bomen die zich op het trottoir bevinden alsook de grasstrook dat zich op de trottoirs bevindt en het behoud van de goede staat van de trottoirs en de bermen
§1bis. De zakken met huishoudelijk huisvuil, neergezet op de openbare ruimte, moeten uit voorzorgsmaatregelen, beschermd worden tegen de aanvallen van wilde dieren.
Daartoe is het, op het gemeentelijk grondgebied van Oudergem, toegelaten harde vaten met een capaciteit van 80 liter, van een verharde rond vat in vaasvorm, met een hoogte van +/- 50cm te gebruiken. Dit vat zal voor de ophaling voorgesteld worden zonder deksel.
In het geval van appartementgebouwen, mogen de zakken voorgesteld worden, voor de ophaling, in vaten met een capaciteit van 1.100 liter, erkend door de ophalers.
Zal gestraft worden met een administratieve boete van maximum 350 €, ieder die de bepalingen van het huidig reglement overtreedt.
De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de fei­ten de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben.
§2. Dezelfde personen moeten de niet betegelde gedeelten van de voetpaden in een perfecte staat van nivellering en netheid behouden door over te gaan tot de noodzakelijke aanlegwerken en door de verwijdering van de plantengroei en de vuilnis.
Voetpaden en bermen mogen enkel schoongemaakt worden op de meest aangewezen tijdstippen om de veilige en gemakkelijke doorgang en de openbare rust  niet in het gedrang te brengen.
Onder voetpad verstaat men de doorgaans ten opzichte van de rijweg verhoogde berm die langs de rooilijn gelegen is en voor voetgangers is be­stemd. De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg is begrepen.
§3. Het is verboden voor aannemers van bouwwerken en vervoerders de openbare weg in de omgeving van hun werven of hun laad- en losplaatsen met voorwerpen of vuil te belemmeren.
Dit verbod is ook van toepassing op de opdrachtgevers van deze aannemers.
Onverminderd de toepassing van een administratieve boete van maximum 350 euros moet diegene die deze bepaling overtreedt, de zaken onmiddellijk in orde te brengen, zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder.
Art. 15. De goede staat van onbebouwde terreinen, van onbebouwde gedeelten van eigendommen en van volledig of gedeeltelijk gebouwd gebouwen moet op ieder moment verzekerd zijn door de in artikel 14 §1 bedoelde personen, wat inhoudt het verbod om hinderlijke of schadelijke goederen of voorwerpen die de openbare veiligheid of gezondheid kunnen schaden, op te hangen, weg te gooien, achter te laten of te laten staan.
Het is verboden om puin en afval neer te leggen op de terreinen en gedeeltes van eigendommen, be­doeld in de vorige alinea.
Afdeling 3. Wateringen, waterwegen, leidingen
Art. 16. Het is verboden de leidingen voor de afvoer van regen - of afvalwater te versperren.
Art. 17. Behoudens voorafgaande vergunning is het verboden om de riolen in de openbare ruimte te ontstoppen, schoon te maken, te herstellen of er aansluitingen op aan te brengen.
Het verbod is niet van toepassing op de vrijmaking van kolken als de minste vertraging de aangrenzende eigendommen schade zou kunnen berokkenen en voor zover er niets wordt gedemonteerd of uitgegraven.
Art. 18. Het is verboden water van gelijk welke aard, afkomstig van al dan niet bebouwde eigen­dommen, op de openbare ruimte te laten afvloeien, behalve met de toelating van het college van bur­gemeester en schepenen.
Het regenwater moet, indien dat technisch mogelijk is, rechtstreeks van het dak van een woning naar een riool, naar een bezinkput of via een waterspuwer naar de straatgoot worden geleid.
Art. 19. Het is verboden het ijs op stilstaand water en waterwegen, riolen en rioolkolken te vervuilen door er voorwerpen, substanties of dode of levende dieren op te werpen of te gieten.
Art. 20. Het is verboden te baden in rivieren, kana­len, vijvers, bekkens, fonteinen, er dieren in te laten baden of er eender wat in te gooien, te wassen of onder te dompelen.
Afdeling 4. Verwijdering van bepaalde afvalstoffen
Art. 21. Het gebruik van containers die door het gemeentebestuur of met diens goedkeuring op het openbare domein worden geplaatst, is strikt voorbehouden aan de personen en voorwerpen die het heeft vastgesteld. Het is verboden er andere voorwerpen of vuilnis in te deponeren.
Het is eveneens verboden in de openbare vuilnis­bakken huishoudelijk afval te gooien dat niet af­komstig is van een onmiddellijke consumptie op de openbare weg, eveneens assen en puin.
De door de gemeente voorbehouden plaatsen voor groenafval zijn enkel voorbehouden aan de bewo­ners van de gemeente of van de eventueel geasso­cieerde gemeenten.
Het storten van groenafval door beroepstuiniers is er verboden.
Onder groenafval verstaat men het afval afkomstig van het onderhoud van tuinen en groene ruimten of composteerbaar of biologisch afbreekbaar huishoudafval, uitgezonderd het recycleerbare afval waarvoor collectieve ophalingen gebeuren.
Art. 22. De natuurlijke of rechtspersonen die een overeenkomst hebben afgesloten met een bedrijf voor de verwijdering van hun afval, behalve huishoudafval, moeten in die overeenkomst de dagen en uren van de ophaling bepalen. Ze dienen er tevens over te waken dat de zakken of houders met dit afval geen bron van overlast of bevuiling kunnen vormen en dat ze geen dieren kunnen aantrekken.
Wanneer de in de eerste alinea bedoelde opha­ling 's morgens plaatsvindt, dienen de zakken te worden klaargezet op de vooravond van de op­haling na 18 uur of de dag zelf, vóór de komst van de vrachtwa­gen. Wanneer de opha­ling 's avonds plaatsvindt, dienen de zakken of vuil­nisbakken te worden klaar­gezet de dag zelf na 18 uur en vóór de komst van de vracht­wagen.
Het gemeentebestuur kan de uren van de ophaling van de zakken of de huisvuilbakken wijzigen zoals voorzien in alinea 2 van het huidig reglement indien deze niet overeenkomen met de voorschriften die voortvloeien uit de veiligheid, de rust, netheid of de volksgezondheid.
Afdeling 5. Onderhoud en schoonmaak van voertuigen
Art. 23. Het is verboden in de openbare ruimte het onderhoud, de smering, olieverversing of herstelling van voertuigen of stukken van deze voertuigen uit te voeren, met uitzondering van een reparatie vlak na het optreden van het defect voor zover het gaat om zeer beperkte ingrepen om het voertuig in staat te stellen zijn weg voort te zetten of weggesleept te worden.
Het wassen van voertuigen, met uitzondering van voertuigen voor het al dan niet bezoldigde goederenvervoer of gezamenlijke vervoer van personen, is toegelaten in de openbare ruimte op tijdstippen van de dag die het best verenigbaar zijn met de veilige en gemakkelijke doorgang en de openbare rust; het mag in geen geval tussen 22 uur en 7 uur gebeuren.
Het wassen en schoonmaken mag enkel plaatshebben voor het gebouw waar de eigenaar van het voertuig woont of voor diens garage.
De producten en het gereedschap voor het herstellen of het wassen van het voertuig moeten zorgvuldig bijeengehouden worden, zodat de doorgang van de voetgangers en de weggebruikers niet wordt gehinderd.
Afdeling 6. Vuur, rook en geur
Art. 24. Het is verboden de buurt te storen met rook, geuren of uitwasemingen, alsook met stof of projectielen van eender welke aard.
De verantwoordelijke zal onmiddellijk de maatregelen nemen die zijn voorgeschreven dor de bevoegde overheid.
Onverminderd het eerste lid zijn barbecues toegelaten in private tuinen en enkel als er gebruik wordt gemaakt van vaste of mobiele barbecuestellen.
Elk voertuig of aanhangwagen beladen met afval, dat voor rotting vatbaar is, moet onmiddellijk worden voorzien van een dekzeil zodat het afval aan het zicht onttrokken wordt, geen geur uitwasemt en zich niet kan verspreiden.
Afdeling 7. Overnachting en kamperen
Art. 25. Behoudens vergunning is het op het hele grondgebied van de gemeente en op iedere plaats van de openbare ruimte verboden langer dan 24 uur achtereen te verblijven of te slapen in een wagen, een caravan of een daartoe ingericht voertuig, of er te kamperen.
Zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de bevoegde overheid mogen nomaden, ker­misexploitanten of reizigers op doortocht met hun wagen, kermiswagens of caravans niet op het grondgebied van de gemeente verblijven.
Het is eveneens verboden meer dan 24 uur achtereen op een privé-terrein te verblijven in
een mobiel onderkomen zoals een woonaanhangwagen, een caravan of een motorhome, behoudens vergunning.
Het college van Burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administra­tieve intrekking van de vergunning uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.
Afdeling 8. Strijd tegen schadelijke dieren
Art. 26. Het is verboden in de openbare ruimte en op openbare plaatsten zoals parken en tuinen eender welke materie voor de voeding van zwervende dieren of vogels achter te laten, te deponeren of te werpen, met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriesweer, voor zover dit de gezondheid of de rust van de buurt niet in gevaar kan brengen.
De eigenaars, beheerders of huurders van gebouwen moeten de plaatsen waar rondzwervende dieren of duiven nesten zouden kunnen bouwen permanent afdichten, alsook vervuilde gebouwen doen schoonmaken en ontsmetten.
Afdeling 9. Preventiemaatregelen
Art. 27. De toegang tot cabines, stortbaden of zwembaden en sportinrichtingen die voor het publiek toegankelijk zijn, is verboden voor personen:
die klaarblijkelijk onzindelijk zijn;
die met ongedierte besmet zijn;
die lijden aan een besmettelijke ziekte of een wonde die nog niet geheeld of met een verband bedekt is, dan wel een huidziekte die met uitslag gepaard gaat.
Art. 28. Het is verboden personen die aan een besmettelijke ziekte lijden te vervoeren of te doen vervoeren met een ander vervoermiddel dan een speciale ziekenwagen.
Afdeling 10. Aanplakking
Art. 29. § 1. Onverminderd de bepalingen van het Gewestelijk Stedenbouwkundig Reglement is het verboden affiches, pamfletten, vlugschrif­ten, pijlen of zelfklevers aan te brengen of te laten aanbren­gen in de openbare ruimte en op haar aanhorighe­den zoals het stadsmeubilair, in­clusief op bomen, planten, borden, topgevels, gevels, muren, afslui­tingen, steunen, palen, paaltjes, metsel­werk, mo­numen­ten en andere voorwerpen die zich langs de openbare weg of in de on­middellijke omgeving ervan bevinden zonder de voorafgaande toelating, of zonder zich te schik­ken naar de bepalingen die de burgemees­ter in de vergunningsakte heeft vast­gesteld.
Het College van Burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de vergunning uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.
§ 2. Onverminderd de politieverordeningen van de Gouverneur van het administratieve arrondissement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen de verkiezingsaffiches op de door het college van burgemeester en schepenen aangeduide plaatsen aangebracht worden, volgens de voorwaarden die het vaststelt.
§ 3. Alle middelen, bedoeld in §1, die in strijd met het onderhavige reglement aangeplakt worden, zullen ambtshalve verwijderd worden door de ge­machtigde personen of door de politie, op kosten en op risico van de overtreder.
Art. 30. Met uitzondering van de gevallen, bedoeld in 29§3, aangehaald zijn, is het verboden de affiches of zelfklevers te bevuilen, bedekken, beschadigen of vernielen, ongeacht of ze al dan niet met de toelating van de overheid werden aangebracht.
Afdeling 11. Sancties
Art. 31. Onverminderd de eventuele admini­stratieve sanctie uitgesproken door het college van Burgemeester en schepenen in de in onderhavig hoofdstuk voorziene gevallen, wordt ieder die de bepalingen van de artikelen van onderhavig hoofdstuk overtreedt, bestraft met een administratieve geldboete van maximum 350 €.
De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de fei­ten de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben.

 

 

Hoofdstuk IV – De openbare veiligheid en de vlotte doorgang

Afdeling 1. Samenscholingen, betogingen, optochten
Art. 32. Behoudens de in volgend artikel beoogde vergunning is het verboden op de openbare ruimte samenscholingen die het verkeer van voertuigen of voetgangers kunnen storen, te veroorzaken of eraan deel te nemen.
Art. 33. Iedere samenscholing, betoging, animatie of optocht – van welke aard die ook zij – in openbare ruimtes of galerijen en passages op voor het publiek toegankelijk privé-gebied, is onderworpen aan de vergunning van de Burgemeester.
De vergunningsaanvraag moet minstens tien werkdagen voor de voorziene datum schriftelijk aan de burgemeester gericht worden en moet de volgende elementen bevatten:
de naam, het adres en het fax- telefoonnummer van de organisator(en);
het voorwerp van het evenement en de nauwkeurige beschrijving ervan, met, desgevallend, opgave van:
  • de plaatsing van voorlopige installaties of bouwsels zoals klank- of versterkings- installaties, generatoraggregaten, podiums, tenten en/of circustenten, kramen, aanhangwagens of containers voor de verkoop van dranken en/of lichte maaltijden;
  • een liggingplan, met de ligging van die voorlopige installaties of bouwsels;
  • de maatregelen die genomen werden voor de sanitaire en/of medische verzorging van de deelnemers, zoals zorgposten, eerste hulp ploegen, ziekenwagen, …;
  • de datum en het tijdstip voor de bijeenkomst;
  • de plaats van de bijeenkomst;
  • het vertrekuur;
  • de geplande route;
  • de voorziene plaats en tijdstip voor het einde van het evenement en in voorkomend geval de ontbinding van de optocht;
  • of er een meeting wordt gehouden bij de afsluiting van het evenement;
  • de raming van het aantal deelnemers en de voorziene vervoermiddelen;
  • de door de organisatoren voorziene ordemaatregelen.
Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de vergunning uitspreken indien diens houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.
 
Afdeling 2. Hinderlijke of gevaarlijke bedrijvigheden in en buiten openbare ruimten die naar openbare veiligheid schaden
 
Art. 34. Het is verboden in openbare ruimten, in voor het publiek toegankelijke plaatsen en in privé-eigendommen over te gaan tot een bedrijvigheid die de openbare veiligheid of de veilige en vlotte doorgang in het gedrang kan brengen, zoals:
1. voorwerpen gooien, stoten of lanceren, behoudens voorafgaande machtiging van de bevoegde overheid; deze bepaling is niet van toepassing op de sportdisciplines en spelen die in aangepaste installaties worden verricht, noch op darts of jeu-de-boules op andere plaatsen dan in de openbare ruimte; balspelen zijn toegestaan op de openbare weg op door de Burgemeester bepaalde plaatsen en de spelers dienen zich te schikken naar de aanduidingen van de politie.
2. gebruik maken van vuur- of drukluchtwapens, uitgezonderd in schietstanden die daartoe een vergunning hebben of in schietkramen op kermissen;
3. gebruik maken van vuurwerk, behoudens vergunning van de bevoegde overheid;
deze vergunning is onderworpen aan het meedelen van de volgende gegevens:
- de gegevens van de vuurwerkleider;
- de lijst van de verschillende types en kalibers van het vuurwerk en de duur van het afschieten;
- de plaats van de afschietzone of zones en de afbakening van de veiligheidzone;
- het verwachte aantal toeschouwers;
- de plaatsing van afsluitingen, podiums of tribunes, stoelen;
4. klimmen op afsluitingen, in bomen, op palen, constructies of allerhande installaties;
5. gewelddadige of lawaaierige spelen of oefeningen doen;
6. allerhande werken verrichten, behoudens vergunning van de bevoegde overheid;
7. artistieke prestaties leveren, behoudens vergunning van de bevoegde overheid.
8. alle schadelijke stoffen en preparaten te vervoeren of te laten vervoeren waarvan de oorsprong, de aard, de bestemming, evenals de actiemiddelen om deze te neutraliseren niet gekend zijn door de vervoerder;
8bis. zonder noodzaak of zonder verlof van het college van de burgemeester en schepenen straten, pleinen of enig ander deel van de openbare weg belemmeren, hetzij door er materialen, steigers of om het even welke andere voorwerpen achter te laten, hetzij door er uitgravingen te doen;
9. nalaten te zorgen voor de verlichting van de materialen, steigers of om het even welke andere voorwerpen, die op de straten, pleinen of andere delen van de openbare weg afgezet achtergelaten worden of voor de verlichting van de gedane uitgravingen;
10. de dood of een zware verwonding van dieren, die aan een ander toebehoren, veroorzaken door dieren te laten loslopen, of door de snelheid, het foute sturen of het overbelasten van voertuigen;
11. onopzettelijk, door onvoorzichtigheid of gebrek van voorzorg, of opzettelijk dezelfde schade veroorzaken door het behandelen of gebruiken van wapens of door het werpen van harde lichamen of van om het even welke stoffen;
12. op de openbare weg zaken gooien, blootstellen of achterlaten die schade kunnen veroorzaken door hun val of ongezonde uitwasemingen.
Wapens, munitie, vuurwerk, dieren of om het even welk voorwerp dat gebruikt werd in strijd met bovenvermelde bepalingen, worden in beslag genomen.
Art. 35. Het is aan ieder persoon die op de openbare ruimte een activiteit uitoefent, ongeacht of hij al dan niet een vergunning heeft gekregen:
- de toegang tot openbare of private gebouwen te belemmeren;
- zich dreigend op te stellen;
- de doorgang van voorbijgangers te verhinderen;
- deze activiteit op de rijweg uit te oefenen.
- onterende of immorele vormen van vermaak te organiseren.
In geval van overtreding van onderhavig artikel kan de politie de activiteit onmiddellijk doen stopzetten. Het college van burgemeester en schepenen kan in voorkomend geval overgaan tot de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de vergunning.
Art. 36. Onverminderd de bepalingen van de wegcode, is het gebruik van steps, rolschaatsen, skateboards of sleeën slechts toegelaten mits de veiligheid van de voetgangers noch de vlotte doorgang niet in het gedrang te brengen. De bevoegde overheid kan het echter verbieden op de plaatsen die zij bepaalt.
Art. 37 §1. Behoudens voorafgaande vergunning van de bevoegde overheid geldt er in openbare ruimte en op openbare plaatsen een verbod voor:
- inzamelingen en inzamelingen door middel van verkoop;
- vermakelijkheden zoals fuiven, bals, tentoonstellingen, spektakels of feestverlichtingen,
- handelsbeurzen of tentoonstellingen;
- de consumptie van alcoholhoudende dranken, zuiver of gemengd, of van elk ander product  waarvan de consumptie tot gevolg kan hebben dat de gebruiker de beheersing van daden verliest noodzakelijk om zijn eigen veiligheid of de veiligheid van de personen met wie hij in contact is te garanderen of waarvan de consumptie tot gevolg kan hebben dat de gebruiker zich vijandig, lawaaierig of verstorend gedraagt tegenover weggebruikers of buren.
§2. De vergunningsaanvragen moeten ingediend worden binnen de tien werkdagen voorafgaand aan de activiteit.
De volgende gegevens moeten er aan toegevoegd worden:
- het aantal deelnemers of toeschouwers;
- de aard van de voorziene inrichtingen;
- de beschrijving van de voor de decoratie voorziene materialen;
- het eventuele gebruik van kook- of verwarmingstoestellen, met opgave van het soort brandstof;
- de plaatsing van veiligheidsvoorzieningen, zoals noodverlichting, aanwijzingspicto-grammen, draagbare blustoestellen, …
- de maatregelen die genomen werden om de bewaking van de betrokken ruimten, de veiligheid van de personen en de evacuatie van de aanwezige personen te verzekeren bij een voorval of een ramp.
Art. 38. Onverminderd de andere bij onderhavig reglement voorziene bepalingen mag niemand, ook niet tijdelijk, goederen uitstallen in de openbare ruimte zonder voorafgaande vergunning van de bevoegde overheid.
Art. 39. De personen die optreden als krantenjongen, verkoper of verdeler van kranten, publicaties, tekeningen, gravures, advertenties en allerhande drukwerken in straten en andere openbare plaatsen, mogen zonder vergunning geen materieel gebruiken voor de uitoefening van die activiteit, behalve voor wat betreft de voor de gemeente voorbehouden standplaats op de openbare markt.
De verdeling van kranten, publicaties, tekeningen, gravures, advertenties en allerlei drukwerk mag de openbare orde en reinheid niet verstoren. De ver­delers moeten het drukwerk oprapen dat door het publiek op de grond gegooid zou worden.
Behalve met de uitdrukkelijke en voorafgaande toelating van de burgemeester is het verboden pamfletten op voertuigen aan te brengen.
Het is aan krantenjongens, verkopers of verdelers van kranten, documenten, drukwerken of reclame verboden:
- stapels kranten, documenten, enz. achter te laten op de openbare weg of op dorpels en vensterbanken van gebouwen
- reclame of drukwerk op voertuigen te plaatsen;
- voorbijgangers aan te klampen, te volgen of lastig te vallen.
Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de vergunning uitspreken als diens houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft of als hij een bepaling van onderhavig artikel schendt.
Art. 40. Het is verboden buiten de zalen voor spektakels of concerten en plaatsen voor sportbijeenkomsten of vermakelijkheden, de voorbijgangers op de openbare weg aan te klampen om hun toegangskaarten te koop aan te bieden of om hun uit te leggen hoe ze er zich kunnen aanschaffen.
Het is eveneens verboden voor handelaars of restauranthouders alsook voor personen die ze tewerkstellen, cliënten aan te spreken of te roepen teneinde ze aan te sporen om naar hun zaak te komen.
In geval van overtreding tegen de bepalingen van onderhavig artikel kan het college van burgemeester en schepenen de administratieve sluiting van de zaak uitspreken, of in voorkomend geval de administratieve schorsing of intrekking van diens vergunning.
Art. 41. §1. Het is verboden op welke manier dan ook ieder door de gemeentelijke overheid op de openbare weg toegelaten concert, spektakel, evenement, vermaak of bijeenkomst te storen.
De toegang tot de scène, de piste of het terrein is verboden voor ieder die er niet om dienstredenen hoeft te zijn.
Het is aan het publiek van spektakel-, feest-, concert- of sportzalen verboden:
a) zich op de scène, de piste of het terrein te begeven zonder daar vanwege de artiesten, beoefenaars of organisatoren een uitnodiging of toelating voor te hebben gekregen, alsook zich toegang te verschaffen tot de private delen van de inrichting of tot degene die aan de artiesten of sportlui voorbehouden zijn;
b) de artiesten toe te roepen of toe te schreeuwen of het spektakel, feest of concert op een andere manier te verstoren;
c) voorwerpen die door het vallen of op een andere manier het publiek, de acteurs of de beoefenaars kunnen storen, achter te laten op de balkons en leuningen of ze daaraan te bevestigen.
§2. Indien een gebeurtenis of manifestatie, die is aangekondigd met behulp van affiches, moet worden gewijzigd voor wat betreft het uur waarop de deuren worden geopend, wordt deze wijziging vooraf aangekondigd door affiches die binnen en/of buiten de plaats, waar deze plaatsvindt, worden aangebracht.
 
Afdeling 3. Plaatsen van torenkranen
 
Art. 42. Iedere plaatsing van een torenkraan is onderworpen aan de voorafgaande vergunning van de burgemeester.
Onverminderd de reglementaire voorschriften inzake stedenbouw, leefmilieu en arbeids­bescherming, is het vereist:
1. vóór iedere ingebruikname van een torenkraan en telkens als het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming het opmaken van een controleverslag vereist, een fotokopie van dit document, opgesteld door een erkende instelling, naar het college van burgemeester en schepenen op te sturen, binnen een termijn van drie weken vóór het opstellen of het opnieuw opstellen ervan;
2. vóór iedere ingebruikname van een torenkraan, de concessiehouders van inrichtingen boven of onder de openbare weg over de bouwplaats in te lichten en binnen een termijn van drie weken vóór de montage een bewijs daarvan naar het college van Burgemeester en schepenen op te sturen;
3. ieder gebruik van een torenkraan te onderwerpen aan het voorleggen van een plan van de bouwplaats, in twee exemplaren, met alle nuttige aanduidingen en kenmerken van het tuig, met inbegrip van de benodigde ruimte en de draaicirkel van de arm;
4. dat torenkranen een stabiele grondbasis hebben om het omvallen ervan te vermijden. Op rails gemonteerde torenkranen moeten bovendien aan die rails bevestigd worden en de rails moeten op hun beurt stevig in de grond verankerd worden om uitrukken te voorkomen;
5. dat de torenkraan, naarmate de bouw vordert, hetzij in het gebouw opgenomen wordt, hetzij degelijk op verschillende plaatsen verankerd wordt;
6. dat de gebruikers alle gepaste maatregelen nemen opdat de stabiliteit van de torenkraan niet zou verminderen wanneer deze zich in draaistand bevindt en dat deze geen ongecontroleerde bewe­gingen kan maken;
7. dat de vervoerde materialen, indien deze poedervormig of vloeibaar zijn of zich kunnen verspreiden, opgeborgen worden in containers zodat er niets op het openbare domein, in de private eigendommen of binnen de met paalwerk omheinde ruimte kan vallen. De omheining moet zo nodig op bevel van een overheidsbeambte verwijderd worden bij de dagelijkse sluiting van de bouwplaats;
8. dat vóór de ingebruikname van de torenkraan op het politiecommissariaat een lijst wordt ingediend met de namen, adressen en telefoonnummers van de aannemer, de ingenieur of bevoegde technicus alsook een lid van het kraanpersoneel, dat te allen tijde snel bereikt kunnen worden, zowel overdag als ’s nachts. Een kopie van deze lijst dient buiten aan de bouwplaatskeet aangeplakt te worden.
9. dat de aannemer gedekt wordt inzake burgerlijke aansprakelijkheid voor door het gebruik van de torenkraan aan derden, zowel op de bouwplaats als daarbuiten veroorzaakte ongevallen.
Art. 43. In geval van overtreding van de bepalingen van voorgaand artikel kan het college van burgemeester en schepenen de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de vergunning uitspreken.
 
Afdeling 4. Privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte
 
Art. 44.   §1. Behoudens vergunning van de bevoegde overheid en onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedenbouw is het verboden:
Privatief de openbare weg op het niveau van de begane grond, erboven of eronder, te bezetten, zoals een vastgehecht, aangehaakt, opgehangen, geplaatst of achtergelaten voorwerp;
Op hoge delen van gebouwen of tegen huisgevels voorwerpen te plaatsen die bij vallen schade kunnen veroorzaken, ook al steken ze niet uit over de openbare weg
Zijn vrijgesteld van deze bepaling: de voorwerpen die geplaatst werden op vensterbanken en vastgehouden worden door een stevig bevestigde en niet uitstekende voorziening, evenals vlaggenstokken.
§2. Behoudens toelating van het College van Burgemeester en Schepenen is het verboden aan elke persoon die zich op de openbare weg bevindt de doorgang van de voorbijgangers te belemmeren door het neerzetten of achterlaten van eender welk roerend goed, zoals bagage, huishoudelijk afval, bouwoverschot, voertuigen, enz.
Het begrip belemmering van de doorgang is namelijk gedefinieerd dor de volgende gedragingen :
- aan de voetgangers, op elke plaats waar hun doorgang is toegelaten, geen breedte van minder dan een meter vijftig te laten of geen andere breedte gedefinieerd door de bevoegde overheden in functie van specifieke toestanden in sommige plaatsen, of hen het overbruggen of het beklimmen van hinderlijke voorwerpen opdringen ;
- aan de voertuigen die rijden op de weg, geen breedte van minstens 3 meter, of geen andere breedte nodig voor de doorgang van spoedvoertuigen in functie van specifieke toestanden aan sommige plaatsen, of voorwerpend op de openbare weg laten slingeren die een schade aan een voertuig dat rijdt kan veroorzaken;
- de fietspaden belemmeren zodat het voor de fietsers niet meer mogelijk is om er te rijden zonder gevaar;
- de toegang tot bebouwde of niet-bebouwde gebouwen verhinderen of de toegang te beperken onder de hierboven opgegeven metingen voor de voetgangers, fietsers en voertuigen.
§3. Het is verboden buiten woningen, op of boven de openbare weg, doeken, linnen en andere voorwerpen uit te spreiden of te drogen te hangen.
§4. Behoudens schriftelijke toelating van de Burgemeester is het verboden caféterrassen, stoelen, banken, tafels, kramen, windschermen en andere voorwerpen op trottoirs en op de openbare weg te plaatsen.
De daartoe benodigde toelating kan door de burgemeester worden verleend volgens de voorwaarden die hij bepaalt. Zij zal slechts van kracht worden na betaling van de desbetreffende heffing.
De toelating zal de door de betrokkene na te leven bijzondere voorwaarden nader omschrijven. De toegang tot handelszaken of tot ingangen van gebouwen en tot deksels van bezoekkamers van kranen van het stadswaternet en de luiken van de kleppen of afsluiters van het aardgasnet mag op geen enkele wijze worden gehinderd.
§ 5. Onverminderd de bepalingen van artikel 80.2 van de wegcode mag geen enkel voorwerp, zelfs gedeeltelijk, de zaken van openbaar nut verbergen waarvan de zichtbaarheid volledig moet verzekerd zijn.
Geen enkel voorwerp mag dus, ook al was dat maar gedeeltelijk, de deuren of ramen van gebouwen langs de openbare weg verbergen.
§6. Voorwerpen die in strijd met onderhavig artikel zijn geplaatst, vastgehecht of opgehangen, dienen op het eerste politieverzoek verwijderd te worden. Zo niet zal daar ambtshalve toe worden overgegaan op kosten en risico van de overtreder.
Het college van Burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de vergunning uitspreken als diens houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.
§7. Behoudens machtiging door de burgemeester is het aan bedrijven die voertuigen verhuren, herstellen of verkopen verboden zich systematisch parkeervakken op de openbare weg toe te eigenen. Eender welk voertuig dat als achtergelaten kan beschouwd worden, zal het voorwerp kunnen uitmaken van een beslissing tot wegslepen vanwege de Burgemeester, op kosten en risico van de overtreder.
§8. Op elke voor het publiek toegankelijke plek, ongeacht of die op het openbare dan wel privé-domein gelegen is, mag het stationeren van voertuigen of het, zelfs voorlopige, plaatsen van voorwerpen, het personen- en voertuigverkeer niet hinderen noch de toegangswegen of uitgangen van gebouwen belemmeren.
Dergelijke voorwerpen of voertuigen zullen moeten verplaatst worden op eerste bevel van de politie, die de storende voorwerpen of voertuigen zal mogen laten verplaatsen op kosten en risico van de eigenaar.
In ieder geval moeten de toegangen tot gebouwen zodanig zijn dat verkeer, plaatsen en manoeuvreren van het door de hulpdiensten gebruikte materieel mogelijk is.
De vereiste kenmerken zijn de volgende: vrije breedte 4 m; vrije hoogte:4 m, draaicirkel: 11 m binnen en 15 m buiten; maximale helling: 6%; voldoende draagvermogen voor een voertuig van 13 ton per as.
Art. 45. Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedenbouw is het verboden zonder vergunning van de bevoegde overheid spandoeken, wimpels of vlaggen op gevels van gebouwen te plaatsen of over de openbare weg te hangen zonder voorafgaande toelating van de Burgemeester.
Art. 46. Ieder die een vergunning of een recht heeft om stadsmeubilair uit te baten op het gemeentelijke grondgebied, moet dit regelmatig onderhouden.
Het college van Burgemeester en schepenen kan de uitbater op elk moment verplichten het stadsmeubilair te onderhouden waarvoor hij verantwoordelijk is, en dit binnen de termijn die het college bepaalt. Deze termijn kan niet minder dan vijftien dagen bedragen.
Wanneer een uitbater van stadsmeubilair niet ingaat op de vorderingen van het college, kan de gemeente in zijn plaats de gevraagde werken uitvoeren, en dit ten laste en op kosten van de uitbater.
Het college van Burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de exploitatievergunning uitspreken indien diens houder niet reageert op de hem gestuurde aanmaningen.
Art. 47. Indien, om welke reden dan ook, een persoon uit het huis dat hij/zij bewoont, wordt gedreven en diens meubels op de openbare weg worden gezet, moet deze persoon ze op het ogenblik van de uitzetting verwijderen.
Art. 48. De eigenaars of gebruikers van op daken of verhoogde gedeelten van gebouwen aangebrachte antennes, dienen er regelmatig de stabiliteit van te controleren.
Elke inrichting die niet gebruikt wordt moet verwijderd worden binnen de acht dagen na staking van het gebruik ervan
Art. 49. Bomen en beplantingen in private eigendommen moeten zodanig gesnoeid worden dat iedere tak die over de openbare weg hangt, zich op minstens 2,50 m. boven de bodem bevindt en dat het uiteinde ervan zich op minstens 0,50 m. afstand van de rijweg bevindt.
Indien bijzondere veiligheidsredenen dat vereisen, kan de politie andere maatregelen opleggen en de voorgeschreven werken dienen ten laatste acht dagen na de desbetreffende betekening verricht te worden. Indien er aan onderhavige bepaling geen gevolg wordt gegeven, zullen de werken door het bestuur verricht worden op kosten en risico van de in gebreke blijvende partij.
Art. 50. Het is verboden lange of omvangrijke voorwerpen van binnen een gebouw op de openbare weg te laten uitsteken zonder de nodige maatregelen te nemen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen.
Dezelfde voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen bij het openen van buitenblinden, beweegbare luiken of zonnegordijnen op het gelijkvloers wanneer het gebouw langs de rooilijn aan de openbare weg staat.
Wanneer de buitenblinden of beweegbare luiken open zijn, dienen ze met pallen of haken op hun plaats te worden gehouden.
De pallen en haken op het gelijkvloers dienen zodanig vastgehecht te zijn dat ze de voorbijgangers niet kunnen verwonden of de veiligheid niet in het gedrang kunnen brengen.
Art. 51. Ingangen van kelders en toegangen tot ondergrondse ruimten op de openbare weg mogen slechts geopend worden:
- gedurende de tijd die nodig is voor de handelingen waarvoor de opening vereist is;
- met inachtneming van alle maatregelen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen.
Beide voorwaarden zijn cumulatief.
Afsluitingen, scheidingswanden, omheiningen of reclameborden, in de bodem verankerd of aan con­structies vastgemaakt, moeten stevig bevestigd worden zodat ze niet kunnen omvallen.
 
Afdeling 4bis : Werven op de openbare ruimte
 
Art. 51bis. Behoudens met redenen omklede dringende noodzakelijkheid, waarbij de minste vertraging belangrijke schade aan bezittingen of personen zou veroorzaken of die de vlotte doorgang op de openbare weg belemmeren mag op, onder of boven de openbare weg geen enkel werk worden aangevat zonder voorafgaande toestemming van de Burgemeester.
In geval van dringende werken dienen de bouwheer, zijn aannemers en contractanten de verplichtingen na te komen die in artikel 51ter worden opgesomd.
Art. 51ter. Ten einde schade aan of vervuiling van het openbaar domein te vermijden, te verhinderen dat de veiligheid of de mogelijkheid tot gebruik van de openbare ruimte onmogelijk wordt en elke verstoring van de openbare rust te vermijden moeten volgende algemene regels gerespecteerd worden door elke persoon die tussenkomt in de uitvoering, de conceptie, de leiding of het opzicht van de werf :
1. de werf wordt proper en ordelijk gehouden, met inbegrip van de omgeving, afsluitingen, en de voertuigen en werktuigen die gebruikt worden;
2. de werf, met inbegrip van de omliggende installaties, gronden en diverse produkten, moet permanent geïsoleerd worden van de zones die voorbehouden zijn voor het verkeer van personen en voertuigen door middel van afsluitingen;
3. de parkeerplaatsen voor de werfvoertuigen moeten voorzien worden binnen de perimeter van de werf, erbuiten wordt geen enkele parkeermogelijkheid toegestaan;
4. buiten de werf is er geen enkele stockage toegestaan van materialen, puin, aanvulgrond of afval, met uitzondering van het leveren van materialen;
5. de werf moet beschermd worden tegen mogelijke schade;
6. de werf wordt constant aangeduid en dit op, een voor de gebruikers van de openbare ruimte, duidelijk zichtbare manier;
7. beplantingen en stadsmeubilair binnen de perimeter van en rond de werf worden degelijk beschermd, stammen en wortels van bomen worden voorafgaandelijk beschermd en dit tot op de nodige hoogte; wondes aan planten of hun wortels moeten verzorgd worden en de nodige maatregelen moeten voorzien worden om schade te vermijden ; beplantingen en stadsmeubilair moeten geïnventariseerd worden bij de aanvraag tot toelating en opgenomen worden in de plaatsbeschrijving voor de werken;
8. werven die per fase uitgevoerd worden moeten zodanig georganiseerd worden dat zulke uitvoering mogelijk is en dat na elke fase de oorspronkelijk toestand opnieuw beoogd wordt;
9. Werfvoertuigen en machines verplaatsen zich met respect voor beplantingen en stadsmeubilair en moeten vermijden dat er vuil op personen, gevels of andere terecht komt;
10. bevuiling van de openbare ruimte door de activiteiten van de werf worden onmiddelijk schoongemaakt;
11. behalve specifieke toelating van de Burgemeester, gemotiveerd door veiligheids- of mobiliteitsvoorschriften, mag geen enkele werf, die tussen 22 uur en 7 uur uitgevoerd wordt, zodanig veel lawaai maken dat de nachtrust van de omwonenden gestoord wordt.
Afdeling 5. Het gebruik van gevels van gebouwen
Art. 52. §1 Elke eigenaar van een gebouw is ver­plicht het door de gemeente toegekende huis­nummer zichtbaar aan de straatkant aan te bren­gen.
Een apart huisnummer moet zichtbaar aangebracht worden naast elke deur of andere uitgang naar de openbare weg toe van ieder gebouw dat bewoond kan worden, tenzij het een tweede uitgang betreft en de eerste uitgang al genummerd is.
Ook gebouwen bestemd voor administratief, commercieel en industrieel gebruik moeten worden voorzien van een huisnummer, zelfs indien ze geen woning bevatten.
Wanneer een gebouw niet langs de openbare weg gelegen is, dient aan de hoofdtoegang van het terrein waarop dat gebouw opgericht is een duidelijk zichtbaar huisnummer worden aangebracht.
Bijkomende gebouwen die al dan niet aan het gebouw aanpalen, zoals garages, loodsen, bergplaatsen, stallen, werkplaatsen, worden beschouwd als gewone bijhorigheden van het hoofdgebouw en hoeven geen afzonderlijk huisnummer te hebben.
Er moet een nummer aangebracht worden op elke nieuwbouw, uiterlijk een maand na de voltooiing ervan.
Het is verboden op welke manier dan ook de door het bestuur toegekende huisnummers en straatnaamborden te verbergen, af te rukken, te beschadigen of te doen verdwijnen.
In geval van wijziging van nummer dient het oude nummer met een zwarte streep te worden doorstreept en mag het maximaal twee jaar behouden blijven vanaf de betekening terzake door het bestuur.
Als werken aan het gebouw de verwijdering van het huisnummer vereisen, dient dit nummer uiterlijk acht dagen na de beëindiging van de werken terug aangebracht te worden.
§2. Elke eigenaar van een in meerdere woningen ingedeeld gebouw is verplicht de nodige maatre­gelen te nemen of voorzieningen aan te brengen (brievenbussen, individuele deurbellen, infoborden, …) om de verschillende woningen en hun bewoners van buitenaf herkenbaar te maken door middel van een etiket met de naam van deze laatsten.
Het is eveneens verplicht om een nummer zicht­baar aan te brengen op elke brievenbus in elk ge­bouw dat minstens twee woningen bevat. Deze nummering begint bij het cijfer 1 zonder toevoe­ging van andere vermeldingen (zoals het teken min, een schuine streep, letters, Romeinse cijfers of andere). Deze verplichting is van toepassing op de eigenaar of mede-eigenaars van het gebouw, op elke houder van een zakelijk recht erop, op de ei­genaar of mede-eigenaars van een appartement, op elke houder van een zakelijk recht erop, op de huurders van het appartement.
Art. 52bis. De huisnummerreeksen hebben als uitgangspunt, het zij een hoofdweg, hetzij het stadhuis of het gemeentehuis.
In straten met een dubbele rij gebouwen worden de even huisnummers toegekend aan één van de twee rijen en de oneven huisnummers aan de an­dere rij.
Straten, lanen, kaaien, met slechts een enkele rij gebouwen, krijgen een dorrlopende reeks van afwisselend even en oneven huisnummers. Er wordt op dezelfde wijze te werk gegaan voor openbare pleinen, doodlopende straten en woonerven, door van een bepaald punt te vertrekken en er terug te keren, na de volledige ronde gedaan te hebben.
Waar tussen de bestaande gebouwen onbebouwde terreinen liggen, worden voor de toekomst huisnummers voorbehouden voor de nop op te richten gebouwen. Enkel de gemeentelijke overheid kan het aantal te reserveren nummers vaststellen.
Voor afgelegen of verspreid staande gebouwen sluit de huisnummering aan bij de gebouwen van de dichtstgelegen agglomeratie. Zij krijgen, ongeacht hun onderlinge afstand, een regelmatige opeenvolging van huisnummers.
Aanpalende gemeenten dienen met elkaar tot een akkoord te komen om de eenheid van het systeem van huisnummering te verzekeren, wanneer het gaat om grensstraten of straten die onder dezelfde naam op het grondgebied van meer dan een gemeente liggen.
Het gebruik van herhaalde huisnummers gevolgd door hoofdletters A, B, C enz… dient zoveel mogelijk te worden vermeden, dit door het opvolgen van de evolutie van de huisnummering en door periodieke hernummeringen.
Ieder plein, elke straat of elke openbareweg, ook in afgelegen gehuchten, dient een vaste benaming te dragen. Deze namen worden op platen gezet en duidelijk zichtbaar aangebracht op de plaatsen waar het nutiig voorkomt en voornamelijk op kruispunten. Na vernieuwing van hoekgebouwen, waartegen straatnaamplaten waren aangebracht, dient er voor gezorgd te worden dat die platen er opnieuw aan bevestigd worden.
Art. 52ter. Boodschappen van publicitaire aard mogen geen invloed hebben op de identificatie van de straat of de openbare weg. In agglomeraties is het wenselijk dat behalve de benaming van de straat of de openbare weg ook die van de gemeente aangegeven wordt.
Art. 53. De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bewoners of om het even welke verantwoordelijken van een gebouw dienen, zonder dat dit voor hen enige schadeloosstelling inhoudt, op de gevel of kroongevel van hun gebouw, ook wanneer dit zich buiten de rooilijn bevindt, en in dit geval eventueel langs de straatkant, toestemming te geven tot:
1° het aanbrengen van een plaat met de aanduiding van de straatnaam van het gebouw;
2° het aanbrengen van alle verkeerstekens;
3° het aanbrengen van de kabel met de geleiderdraden voor de installatie van verkeerstekens, gemeentelijke of intergemeentelijke signalisatie en voor de telefoon-, televisie- of multimedianetten;
4° het bevestigen van materiaal voor de openbare verlichting;
5° het gebruik van de ondergrond van het gebouw door de door de bevoegde overheid gemachtigde concessiehouders;
6° het aanbrengen van kabels die nodig zijn voor de uitbating van trams en andere voertuigen van het openbare vervoer.
7° de plaatsing van borden tot aanduiding van brandmonden of brandkranen.
Hetzelfde geldt voor wat betreft bevestigingen, dragers en apparaten die nodig zijn voor de goede werking van de voornoemde diensten.
Het is verboden de voormelde voorwerpen te verwijderen of te verplaatsen.
Het verwijderen of verplaatsen ervan voor om het even welke reden, zal gebeuren door tussenkomst van het gemeentebestuur of door de daartoe bijzonder gemachtigde concessiehouder.
Art. 54. De eigenaars, huurders, bewoners of verantwoordelijken van een vastgoed moeten zich ervan verzekeren dat dit laatste, alsook de installaties en apparaten waarmee ze uitgerust zijn, zich in perfecte staat van bewaring, onderhoud en werking bevinden, ten einde de openbare veiligheid of gezondheid niet in het gedrang te brengen.
Het aanbrengen van voorwerpen op hoge delen van gebouwen of tegen de gevels van huizen, die door vallen schade kunnen veroorzaken, is verboden, ook indien ze niet tot op de openbare weg uitsteken.
Voorwerpen die geplaatst worden op vensterbanken en vastgehouden worden door een stevig vastgemaakt en niet uitstekend hulpmiddel, evenals vlaggenstokken, worden van deze bepaling uitgezonderd.
De voorwerpen die in strijd met onderhavig artikel worden geplaatst, vastgemaakt, aangehaakt of opgehangen, dienen op het eerste verzoek van de politie of van eender welke andere bevoegde persoon verwijderd te worden. Zo niet zal daar ambtshalve toe worden overgegaan op kosten en risico van de overtreder.
Afdeling 6. Algemene maatregelen ter voorkoming van schendingen van de openbare veiligheid
Art. 55. Het is verboden de geluidssignalen van brandweer, lokale of federale politie en andere hulpdiensten te imiteren.
Art. 56. Iedere valse hulpoproep of ieder misbruik van een praatpaal of signalisatietoestel bestemd om de veiligheid van de gebruikers te verzekeren, is verboden.
Art. 57. Onbevoegde personen mogen niet binnendringen in voor het publiek niet toegankelijke bouwsels of installaties van openbaar nut.
Personen die daarmee door het gemeentebestuur niet werden belast, mogen geen kranen van leidingen of buisleidingen van eender welke aard, schakelaars van de openbare verlichting, openbare uurwerken, signalisatieapparaten, alsook uitrustingen voor telecommunicatie die zich bevinden op of onder de openbare weg of in openbare gebouwen bedienen.
Afdeling 7. Brandpreventie
Art. 58. Zodra er brand uitbreekt dienen de personen die het vastgesteld hebben, dit onmiddellijk te melden aan het politiekantoor, aan de dichtstbijzijnde brandweerpost of aan het centrum van het eenvormige oproepstelsel.
Art. 59. §1. De personen die zich bevinden in een gebouw waarin brand is uitgebroken, alsook in de omringende gebouwen moeten:
onmiddellijk gevolg geven aan de bevelen van brandweer, burgerbescherming, politie of andere openbare diensten waarvan de tussenkomst vereist is om het onheil te bestrijden;
de toegang tot hun gebouw mogelijk maken;
het gebruik van waterpunten en alle brandbestrijdingsmiddelen waarover ze beschikken toelaten.
Personen die bij brand meubelen, documenten of andere voorwerpen hebben opgehaald, zullen deze onmiddellijk teruggeven aan de eigenaars zodra het vuur onder controle is; indien dit onmogelijk blijkt, dan zal men ten laatste binnen de 24 uur hiervan aangifte doen op het politiecommissariaat.
§2. Elk aan de straat gelegen gebouw met meer dan drie verdiepingen bovenop het gelijkvloers en elk gebouw volledig gebruikt als woongelegenheid, elk gebouw of bouwsel met meer dan twee verdiepingen bovenop het gelijkvloers en niet grenzend aan de openbare weg, moet toegankelijk zijn voor autovoertuigen, Minstens één van de toegangswegen moet kenmerken vertonen die het verkeer, het parkeren en de bediening mogelijk maken van het materieel dat wordt gebruikt door de hulpdiensten en de brandweer. Deze kenmerken zijn minimaal als volgt: vrije breedte: 4 m; vrije doorgangshoogte: 4 m; draaicirkel: 11 m binnen en 15 m buiten, helling maximaal 6%.
Indien deze afmetingen niet zouden worden gehaald, dan mag het college voor de bestaande toegangswegen de afmetingen bepalen die het geschikt acht om de tussenkomst van de hulpdiensten en de brandweer toe te laten, na overleg met de Brandweer.
Deze toegangsweg moet steeds vrij blijven en gemakkelijk toegankelijk zijn.
Het is verboden er voertuigen tot stilstand te brengen of er om het even welke materialen of voorwerpen achter te laten.
Deze toegangsweg zal worden aangeduid, ofwel door middel van wegmarkeringen, ofwel met behulp van om het even welke signalisatie die geschikt wordt geacht.
§3. De vluchtwegen, vluchtterrassen, gangen, trappen, overlopen, mobiele of vaste ladders, terrassen, luiken, uitgangsdeuren of nooduitgangen en over het algemeen alle middelen en voorzieningen bestemd voor de ontruiming van de bouwsels en gebouwen in geval van een ramp, zowel op openbare als op niet openbare plaatsen, moeten worden aangegeven met behulp van zeer goed leesbare pictogrammen in de reglementaire kleuren die moeten worden aangebracht op plaatsen waar zij de aandacht trekken. Deze vluchtwegen of vluchtvoorzieningen dienen steeds vrij en gemakkelijk toegankelijk te blijven.
Het is verboden ze te verbergen of te bedekken met materiaal of op een andere manier, en deze in te sluiten binnen vaste scheidingswanden. Het is eveneens verboden de in dit lid vermelde opschriften of pictogrammen te wijzigen, te beschadigen, te verbergen of te laten verdwijnen.
§4. De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bezetters, alle personen die in het werkelijke genot zijn van de plaats, hun vertegenwoordigers of gevolmachtigden moeten de door de politiediensten, de afgevaardigden van het gemeentebestuur en van de brandweerdienst uitgevoerde controles van de brandpreventie- en brandbestrijdingsmaatregelen vergemakkelijken.
§5. Bij overtreding van de bepalingen van dit artikel zullen de voertuigen, materialen en om het even welke voorwerpen ambtshalve worden verwijderd, op kosten en op risico van de overtreders of de wettelijk voor de overtreding aansprakelijke personen van de overtreding, door tussenkomst van de politie en zonder afbreuk te doen aan de opgelopen sancties.
Art. 60. Het parkeren van voertuigen en het plaatsen, zelfs tijdelijk, van zaken die het vinden, de toegang tot of het gebruik van waterbronnen voor het blussen van branden kunnen verhinderen of storen zijn verboden op de openbare weg en in voor het publiek toegankelijke plaatsen.
Art. 61. Het is verboden borden voor identificatie of het vinden van waterbronnen voor het blussen van branden te beschadigen, te verbergen of te laten verbergen.
Art. 62. De brandkranen, deksels of luiken die de kamers met brandkranen en pompputten afsluiten, moeten steeds vrij, goed zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn.
Deze verplichting is een taak van de personen, vermeld in artikel 14 van het onderhavige reglement.
Art. 63. Wanneer er een gebeurtenis zoals een feest, fuif, een dansfeest of andere bijeenkomst georganiseerd wordt in een voor het publiek toegankelijke plaats waarvan de organisatoren niet kunnen bewijzen dat de plaats beantwoordt aan de veiligheidsvoorschriften, met name in toepassing van de regelgeving inzake brandveiligheid, kan de burgemeester het evenement verbieden en kan de politie in voorkomend geval de inrichting laten ontruimen en sluiten.
Op voor het publiek toegankelijke plaatsen zo­als cafés, restaurants, dancings of alle andere plaatsen waar feesten, vermakelijkhe­den, dansfeesten of gelijk welke andere bijeenkom­sten georganiseerd worden, is het ver­boden het maximaal aantal toe­gelaten per­sonen dat gelijktijdig aanwezig mag zijn, vastgesteld door de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medi­sche Hulp, te overschrijden in het kader van de veiligheids- en brandpreventienormen.
Bij een overschrijding van dit aantal kan de politie deze plaatsen laten ontruimen en sluiten.
Afdeling 8. Bijzondere bepalingen die in acht dienen te worden genomen bij sneeuw of vrieskou of slecht weer
Art. 64. Met sneeuw of ijzel bedekte trottoirs moeten geveegd dan wel slipvrij gemaakt worden over tweederden van hun breedte, met een minimum van 1,50 m.
De sneeuw moet aan de rand van het trottoir opgehoopt worden en mag niet op de rijweg gegooid worden. Rioolkolken en straatgoten moeten vrij blijven.
Dit moet gedaan worden door de personen beoogde in artikel 14 van onderhavig reglement, volgens de erin vastgelegde bepalingen.
Art. 65. IJskegels die zich vormen aan hogere gebouwdelen die over de openbare weg uitsteken, dienen verwijderd te worden.
Indien nodig moet er een beroep gedaan worden op de brandweerdienst.
Deze verplichting geldt voor de personen beoogde in artikel 14 van onderhavig reglement volgens de erin vastgelegde bepalingen.
Art. 66. Het is verboden op de openbare weg:
water te gieten of te laten vloeien bij vriesweer;
glijbanen aan te leggen;
sneeuw of ijs te storten dat afkomstig is van privé-eigendommen.
Art. 67. Het strooien van zand of andere producten met het oog op het doen smelten van sneeuw of ijs op de treden van buitentrappen, op trottoirs of op de openbare weg, ontheft de personen die daartoe overgaan niet van hun verplichting tot onderhoud van trottoirs, overeenkomstig artikel 14 en 64 van onderhavig reglement.
Art. 68. Behoudens vergunning is het verboden zich op het ijs van kanalen, waterbekkens en waterlopen te begeven.
Afdeling 9. Vrijetijdsbesteding en –plaatsen
Art. 69. § 1. Op gemeentelijke speelterreinen of speeltuinen ter beschikking van het publiek gestelde toestellen moeten zo gebruikt worden dat de openbare veiligheid en rust niet in het gedrang komen.
Kinderen onder de zeven jaar dienen vergezeld te zijn door één van hun ouders of door de persoon aan wiens hoede ze werden toevertrouwd.
§ 2. De gemeente is niet aansprakelijk voor gebeurlijke ongevallen op een gemeentelijk speelterrein.
§3. Onverminderd de reglementaire bepalingen inzake veiligheid in stadions of andere plaatsen waar aan sport wordt gedaan, moet elke installatie van voorlopige tribunes ten behoeve van het onthaal van publiek naar aanleiding van om het even welke culturele, sport- of andere manifestatie, ongeacht de samenstellende materialen, de montagetechnieken of technieken voor bodemverankering ervan, na montage van de tribunes maar vóór elk gebruik ervan, het voorwerp uitmaken van een toelatingsaanvraag,  gericht aan de burgemeester, die noodzakelijk vergezeld is van:
1. een door een brandpreventietechnicus van de Brandweerdienst opgesteld controleverslag;
2. een goedkeuringsverslag, afgeleverd door een erkende controle-instantie inzake stabiliteit, vóór het gebruik.
Afdeling 10. Parkeren, verhuizingen, laden en lossen
Art. 70 . §1. Er mogen geen meubels of andere goederen geladen of gelost worden tussen 22 en 7 uur, behoudens door de Burgemeester afgeleverde voorafgaande vergunning.
Bij het vervoeren, verplaatsen, laden en lossen van voorwerpen of andere goederen op de openbare weg moet er­over gewaakt worden dat voetgangers niet gekwetst of gewond worden en dat de vei­ligheid, de vlotte doorgang en de open­bare rust niet in gevaar komen. Er moet boven­dien over ge­waakt worden dat voet­gangers niet verplicht wor­den het trottoir te verlaten. Indien dit onmogelijk is, moeten de nodige maatregelen genomen wor­den om de veilige doorgang van voetgangers te verzekeren.
Het stationeren op de openbare weg, buiten de tijd nodig voor het laden en het ontladen, van voertuigen bestemd voor het vervoer van producten van dierlijke of plantaardige oorsprong, schroot of ander afval is verboden behalve met voorafgaande en schriftelijke toestemming van de burgemeester.
Deze toestemming zal de voorwaarden bepalen die moeten nageleefd worden om hinder voor het publiek te vermijden.
Het college van Burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de vergunning uitspreken als diens houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.
§ 2. Iedereen die zijn hoofdverblijfplaats wil vestigen in de gemeente of deze wil overbrengen naar een andere gemeente moet dit aangeven bij het gemeentebestuur of bij de lokale politie.
Eigenaars, houders van zakelijke rechten, verhuurders of personen belast met de hoede over een huis, eender welk deel van een huis, een appartement, een kamer of een deel ervan, die deze goederen in huur geven of die derden de goederen laten betrekken, moeten het adres en de identiteit van de bewoners en hun vertrek bij het gemeentebestuur of de locale politie aangeven.
Als het gebouw in verschillende woningen is ingedeeld zijn de personen die een hoofdverblijfplaats aangeven verplicht om de nauwkeurige bewoonde woning (verdieping, woning aan de straatkant, woning aan de achterkant, …) aan te geven.
Deze verplichting geldt eveneens voor huisheren en werkgevers, ten opzichte van de inwonende bedienden, dienstboden en personen in hun dienst.
Afdeling 11. Sancties
Art. 71. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie uitgesproken door het college van burgemeester en schepenen in de in onderhavig hoofdstuk voorziene gevallen, wordt ieder die de bepalingen van dit hoofdstuk schendt, bestraft met een administratieve geldboete van maximum 350 €.
De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de fei­ten de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben.

 

 

Hoofdstuk V : De openbare rust

Art. 72. Het hanteren, laden of lossen van materialen, toestellen of voorwerpen die lawaai kunnen voortbrengen, zoals platen, bladen, stangen, dozen, vaten of metalen of andere houders, wordt door de volgende beginselen geregeld:
1. deze voorwerpen dienen gedragen te worden en niet gesleept, geplaatst en niet geworpen;
2. als deze voorwerpen omwille van hun afmetingen of hun gewicht niet gedragen kunnen worden, dienen ze uitgerust te zijn van een voorziening waarmee ze geluidloos verplaatst kunnen worden.
Art. 73. §.1. Behoudens vergunning van de Burgemeester zijn volgende zaken verboden :
1. Stem-, instrumentale of muzikale audities;
2. het gebruik van luidsprekers, versterkers of andere apparaten die geluidsgolven produceren of reproduceren;
3. kermisparades en –muziek;
4. het gebruik van door een motor aangedreven grasmaaiers en andere tuinmachines, op zondagen en wettelijke feestdagen en, op andere dagen, tussen 20 u en 7 u.
Deze bepalingen gelden echter niet voor sfeermuziek in handelsstraten waarvan de uitzending in de tijd beperkt is van 10 tot 22 uur en waarvan het geluidsniveau niet hoger is dan 10 dB(A) in vergelijking met het achtergrondgeluid.
§2. Met uitzondering van alarmsystemen om in­braak te voorkomen of om de aanwezigheid van een indringer of rook aan te geven is het verboden over te gaan tot het gebruik of de plaatsing van elk toestel dat - al dan niet ultrasoon - geluid produ­ceert dat hinderlijk is of hinderlijk kan worden voor één of meerdere personen die zich op de openbare weg bevinden of in een voor het publiek toeganke­lijke plaats of inrichting.
Art. 74. Onverminderd de wetten, besluiten en reglementen betreffende de lawaaibestrijding, mag de intensiteit van in private eigendommen of in voertuigen die zich op de openbare weg bevinden geproduceerde geluidsgolven het niveau van het omgevingsgeluid van de straat niet overschrijden. De overtredingen tegen onderhavige bepaling die aan boord van de voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de bestuurder te zijn begaan.
Art. 75. De voertuigen die zich zowel op de openbare weg als in private plaatsen bevinden en uitgerust zijn met een alarmsysteem, mogen in geen enkel geval de buurt storen. De eigenaar van een voertuig waarvan het alarm afgaat, moet daar zo spoedig mogelijk een eind aan stellen.
Wanneer de eigenaar niet opdaagt binnen de 20 minuten na het afgaan van het alarm, mogen de politiediensten de nodige maatregelen nemen om een einde te stellen aan deze hinder, op kosten en risico van de overtreder.
Art. 76. Het is verboden aan deuren aan te bellen of te kloppen met als doel de bewoners te storen.
Art. 77. § 1. De bepalingen van onderhavig artikel zijn van toepassing op de inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is het er slechts onder bepaalde voorwaarden toegelaten.
§ 2. Onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende de strijd tegen geluidshinder, mag geluid binnen de voor het publiek toegankelijke inrichtingen, zowel overdag als 's nachts, het niveau van het straatlawaai niet overschrijden als het hoorbaar is op de openbare weg.
§ 3. Het is aan uitbaters van voor het publiek toegankelijke inrichtingen, café-, cabaret-, restauranthouders en uitbaters van danszalen en algemeen slijters van wijn, bier of andere dranken, verboden hun inrichting te sluiten zolang er zich een of meer klanten bevinden.
§ 4. De politie kan de voor het publiek toegankelijke inrichtingen laten ontruimen en sluiten wanneer er wanorde of lawaai wordt vastgesteld die de openbare rust of de rust van de omwonenden kan storen.
Als de wanorde of het lawaai blijft aanhouden, kan de burgemeester iedere maatregel nemen die hij nuttig acht om een einde te stellen aan de overlast, meer bepaald door de gedeeltelijke of volledige sluiting van de inrichting te bevelen gedurende de uren en voor de duur die hij bepaalt.
§ 5. In geval van overtreding tegen § 2 en 3 van onderhavig artikel kan het college van Burgemeester en schepenen de administratieve sluiting van de inrichting opleggen voor de duur die het bepaalt.
Art. 78. Het is verboden buiten de zones waar het door de Burgemeester toegelaten is, bezig te zijn met op afstand bestuurde modelvliegtuigen, -boten of -wagens. Het door deze apparaten voortgebrachte geluid mag in geen geval de openbare rust verstoren.
Art. 79. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie uitgesproken door het college van burgemeester en schepenen in de in onderhavig hoofdstuk voorziene gevallen, wordt ieder die de bepalingen van huidige hoofdstuk, bestraft met een administratieve geldboete van maximum 350 €.
De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de fei­ten de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben. 

 

 

Hoofdstuk  VI – Groene ruimten

Art. 80. In de zin van onderhavig hoofdstuk verstaat men onder groene ruimten de openbare plantsoenen, parken, tuinen en alle delen van de openbare ruimte buiten de rijbaan, die openstaan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen of ontspanning.
Art. 81. Onderhavig hoofdstuk is van toepassing op alle gebruikers van de groene ruimten.
Het wordt aangeplakt aan een of meer ingangen van groene ruimten.
Art. 82. De openingsuren van de groene ruimten zijn aangeplakt aan een of meer ingangen.
De Burgemeester kan er indien nodig de sluiting van bevelen.
De toegankelijkheidsvoorwaarden als volgt worden bepaald voor de speelpleinen en -terreinen gelegen op de Lambinlaan, Willamestraat, Paradijsvogelspark, Coubaultlaan en Herderstaflaan, speelplein Charlent (“driehoekige groenvlak”), Rotiersstraat, Bergaje, Boomgaardstraat, Blankedellegaarde, park Van Lindt, Lucien Outersgaarde : van 7 tot en met 22 uur. Bovendien mag niemand toegang hebben tot de speelterreinen bestemd voor een bepaalde leeftijdscategorie als hij of zij de geëiste leeftijd niet heeft met uitzondering bewaking door een gezinslid of een meerderjarige die het aanwezige kind vergezelt.
Art. 83. Niemand mag zich toegang verschaffen tot groene ruimen buiten de openingsuren of in geval van de in artikel 82, tweede lid, beoogde sluiting.
Art. 84. Niemand mag in de groene ruimten overgaan tot spelen die de gebruikers kunnen hinderen of de rust van de plaats of van de bezoekers kunnen verstoren.
Art. 85. Behoudens door de bevoegde overheid afgegeven voorafgaande vergunning mag geen enkel motorvoertuig in groene ruimten rondrijden.
Dit verbod is niet van toepassing op de voertuigen en dieren in dienst van het gemeentebestuur, de politie, de hulpdiensten of de diensten met vergunning van de burgemeester of die in uitvoering van een overeenkomst met de gemeente optreden.
Art. 86. Met uitzondering van de zones hiervoor bestemd, zijn niet-motorvoertuigen, fietsen, steppen, skateboards en rolschaatsen verboden in de groene ruimtes. Dit verbod is niet van toepassing op kinderwagens of rolstoelen, evenmin op fietsen die met de hand voortgeduwd worden of die bereden worden door kinderen jonger dan 11 jaar, en zolang hun gebruik de veiligheid van de andere bezoekers niet in gevaar brengt.
Art. 87. Het is verboden vuur te maken in groene ruimten, behalve op de daartoe ingerichte plaatsen.
Art. 88. Het is verboden in groene ruimten reclameborden of –affiches te plaatsen of andere commerciële reclamemiddelen te gebruiken zonder vergunning van de bevoegde overheid.
§ 2. Behoudens vergunning van de bevoegde overheid is het verboden gevaarlijke dieren of omvangrijke voorwerpen in groene ruimten binnen te brengen.
§ 3. Dieren moeten met alle gepaste middelen vastgehouden worden, minstens met een leiband houdend het dier aan maximum een meter vijftig van de halsband.
§ 4. Het is verboden in groene ruimten voedsel voor zwervende dieren of duiven achter te laten, neer te leggen of te werpen.
Art. 89. § 1. Het is verboden dieren binnen te brengen in speelterreinen.
§ 2. Behoudens vergunning van de bevoegde overheid is het verboden gevaarlijke dieren of omvangrijke voorwerpen in groene ruimten binnen te brengen.
§ 3. Dieren moeten met alle gepaste middelen vastgehouden worden, minstens met een korte leiband.
§ 4. Het is verboden in groene ruimten voedsel voor zwervende dieren of duiven achter te laten, neer te leggen of te werpen.
Art. 90. Het is verboden in groene ruimten te kamperen in een tent of een voertuig, behoudens voorafgaande vergunning.
Het college van Burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de vergunning uitspreken als diens houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.
Art. 91. Het is verboden de plaatsen die voor welbepaalde spelen of sporten voorbehouden zijn, voor andere spelen of sporten of voor andere doeleinden te gebruiken.
Art. 92. Het is verboden op welke manier dan ook door eigen toedoen of door toedoen van personen, dieren of zaken waarover men de hoede of toezicht heeft, de groene ruimten te vervuilen.
Het is verboden in de groene ruimtes papier of andere voorwerpen die deze plaatsen kunnen vuil­maken of versperren, neer te leggen, te gooien of achter te laten, tenzij in de daarvoor voor­ziene vuilnisbakken; in deze vuilnisbakken mogen geen zakken met huishoudelijk afval gegooid worden.
Het is verboden het ijs dat gevormd is op het water in groene ruimten, te vervuilen door er voorwerpen, stoffen of dode of levende dieren op te werpen of te gieten.
Het is verboden te baden in het water in de groene ruimtes of om er om het even wat in te wassen of onder te dompelen.
Art. 93. Het is verboden knoppen en bloemen of planten te verwijderen en :
sprokkelhout, houtblokken en ander plantaardig lateriaal te verzamelen;
op de breukstenen te klimmen en op de plaatsen waar het verbod aangeduid is door berichten;
Het is verboden bomen te verminken, te schudden of te ontschorsen; takken, bloemen of andere planten af te rukken of af te snijden; palen of andere voorwerpen voor de bescherming van aanplantingen uit te rukken; wegen en dreven te beschadigen; zich op bloemperken en -tapijten te begeven, ze te vernietigen of te beschadigen en in bomen te klimmen.
Het is verboden, op openbare plaatsen behorende aan de Staat, het Gewest of de gemeente , zonder daartoe behoorlijk te zijn gemachtigd, planten, bloemen, graszoden, aarde, stenen of materialen weg te nemen.
Art. 94. § 1. Behoudens uitzondering is de toegang tot grasperken verboden voor alle personen, dieren en voertuigen.
§ 2. Grasperken die mogen betreden worden, zijn aangeduid door specifieke borden.
§ 3. De toegang tot de grasperken gebeurt op verantwoordelijkheid van de gebruikers.
§ 4. Het College van Burgemeester en schepenen kan op advies van de technische dienst van de groene ruimten afwijken van onderhavig artikel voor de organisatie van uitzonderlijke evenementen.
Art. 95. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie uitgesproken door het college van burgemeester en schepenen in de in onderhavig hoofdstuk voorziene gevallen, wordt ieder die de bepalingen van het huidige hoofdstuk bestraft met een administratieve geldboete van maximum 350 €.
De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de fei­ten de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben.
Het politiepersoneel of de bewakers zullen langs de naaste uitgang de personen verwijderen die met de voormelde bepalingen in overtreding bevonden worden
Onafhankelijk van de schadevergoedingen die voorzien zijn door de Burgerlijke Wetboek, mag het gemeentebestuur de installaties uitvoeren (terreinen, kleedkamers, speelpleinen, parken, openbare tuinen) in orde brengen op kosten en risico van de overtreder.

 

 

Hoofdstuk VII – Dieren

Art. 96. Het is verboden op de openbare weg en in galerijen en door­gangen op privégrond die voor het publiek toe­gankelijk zijn om:
1. eender welk dier vrij te laten rondlopen; rondzwervende dieren zullen opgevangen worden volgens artikel 9 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren;
2. dieren achter te laten in een geparkeerd voertuig als dat een gevaar of ongemak kan opleveren voor personen of voor de dieren zelf; deze bepaling is ook van toepassing in openbare parkings en privé parkings die toegankelijk zijn voor het publiek op privégrond;
3. dieren bij zich te hebben die niet in toom gehouden kunnen worden met de gepaste middelen en minimaal met een leiband houdend het dier aan maximum 1 meter vijftig van de halsband; deze bepaling is eveneens van toepassing in voor het publiek toegankelijke plaatsen op privégrond;
4. vergezeld te zijn van een agressief dier;
5. dieren bij zich te hebben waarvan het aantal, het gedrag of de gezondheidstoestand de openbare veiligheid of gezondheid in gevaar zouden kunnen brengen.
6. zijn hond op te winden om aan te vallen of agressief te worden, of hem voorbijgangers, dieren of voertuigen te laten of doen aanvallen of achtervolgen, ook al brengt dat geen enkel kwaad of schade teweeg.
§2. Bij agressief gedrag van een hond kan de burgemeester opleggen een hondenafrichting in een gespecialiseerd centrum of een dierenarts therapeut te volgen en/of de toegang tot de openbare weg verbieden en/of het dragen van een muilkorf.
De honden die een gevaar voorstellen voor het leven en de fysieke integriteit en de veiligheid van de goederen in de plaatsen toegankelijk voor het publiek, mogen, weggenomen worden aan de vrije beschikking van de eigenaar, bezitter of  houder door een politieambtenaar voor de eisen van de rust en de openbare veiligheid.
Wanneer de hond verwondingen of de dood veroorzaakt heeft, behalve in het geval van wettige zelfverdediging, kan de burgemeester het dier in beslag nemen en naast maatregelen hierboven opgesomde, opleggen dat het in beslag genomen dier op kosten van zijn eigenaar ondergebracht wordt in een conform dierenasiel voor dieren. Hij kan ook de euthanasie van de hond opleggen.
Art. 97. Behoudens voorfagaande vergunning van de bevoegd autoriteit, is het africhten van een dier in de openbare ruimte verboden.
Deze bepaling is niet van toepassing op de africhting van dieren door de politiediensten.
Art. 98. Hondengevechten zijn verboden.
Art. 99. De eigenaars van dieren of de personen die al is het maar occasioneel op de dieren letten, dienen erover te waken dat deze dieren:
- de omstanders op geen enkele manier storen;
- de aanplantingen of andere voorwerpen in de openbare ruimte niet beschadigen ;
- geen nadeel berokkenen aan een ander dier
dat aan gelijk wie toebehoort.
Art. 100 §1. De personen die het toezicht of het zeggenschap hebben over een hond, moeten de uitwerpselen ervan op de gepaste wijze opruimen in de openbare ruimte, met inbegrip van squares, parken, groene ruimtes van de straten en openbare tuinen, met uitzondering van uitwerpselen die ach­tergelaten worden op de speciaal hiervoor inge­richte plaatsen (de "hondentoiletten").
De meester of hoeder van het dier moet bovendien steeds een zakje of een gelijkaardig voorwerp bij zich hebben om de uitwerpselen in vuilnisbakken te kunnen gooien langs de openbare weg of op de plaats waar het dier wordt uitgelaten. Dit zakje of gelijkaardig voorwerp moet op vraag van een gemachtigde persoon of de politie getoond worden.
Om de uitwerpselen van hun hond op te ruimen moeten deze personen in het bezit zijn van:
- een geschikt zakje, desgevallend ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur;
- of een gelijkaardig voorwerp.
Zakjes of gelijkaardige voorwerpen met uitwerpse­len mogen enkel in de openbare vuilnisbakken achtergelaten worden.
§2. Ieder die de bovenvermelde bepalingen heeft overtreden, moet onmiddellijk zorgen voor de schoonmaak. Zo niet zal de gemeente dit doen op kosten en op risico van de overtreder.
Art. 101. Het is verboden op de openbare ruimte voertuigen en andere machines te laten bewaken door honden, zelfs indien deze vastgebonden zijn.
Art. 102. Het is verboden dieren mee te brengen in de voor het publiek toegankelijke plaatsen waar de toegang voor dieren verboden is, ofwel door een intern reglement dat aan de ingang ophangt, ofwel door borden of pictogrammen. Dit alles onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de hygiëne van de plaatsen en de personen in de voedingssector.
Art. 103. Bij de eigenaars berust de verplichting te doen overgaan tot de verwwijdering van wespen- en bijennesten. Dergelijke maatregel geldt eveneens voor om het even welke ongecontroleerde vorming van nesten, die voor de bewoners een hinder zou kunnen vormen.
Bij gebrek hieraan zal de verwijdering ambtshalve door de bevoegde overheid gebeuren op kosten en op risico van de overtreder.
Art. 103bis. Het is verboden in de openbare ruimte en op openbare plaatsen zoals parken en tuinen gelijk welk voedsel voor zwerfdieren of duiven achter te laten, neer te leggen of te gooien met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriesweer op voorwaarde dat het geen bedreiging is voor de gezondheid of de rust van de buurt.
Art. 103ter. De eigenaars, de beheerders of de huurders van gebouwen moeten de plaatsen waar rondzwervende dieren of duiven zich kunnen nestelen, permanent afschermen en vuile gebouwen laten schoonmaken en ontsmetten.
Art. 104. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie uitgesproken door het college van Burgemeester en schepenen in de in onderhavig hoofdstuk voorziene gevallen, wordt ieder die de bepalingen van bepalingen van huidige hoofdstuk bestraft met een administratieve geldboete van maximum 350 €.
De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de fei­ten de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben.

 

 

Hoofstuk VIII : Stilstaan en parkeren

Art. 105. Elke persoon die een inbreuk heeft gepleegd zoals beldoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties , zal bestraft worden met een administratieve geldboete volgens de modaliteiten bepaald in het koninklijk besluit van 9 maart 2014 .

 

 

Hoofstuk VIIIbis : Gemengde Inbreuken

Art. 106. Het is verboden grafstenen en monumen­ten te vernielen of te beschadigen.
Art. 107. Het is verboden tags en graffiti aan te brengen of roerende en onroerende goederen.
Art. 108. Het is verboden onroerende goederen van anderen vrijwillig te beschadigen.
Art. 109. Het is verboden bomen te vernielen.
Art. 110. Het is verboden stedelijke of landelijke omheiningen, van welk materiaal deze ook gemaakt zijn, te beschadigen en te vernielen. Dit verbod is eveneens van toepassing op hoekbomen.
Art. 111. Het is verboden roerende eigendommen van anderen vrijwillig te beschadigen of te vernie­len.
Art. 112. Het is verboden nachtrumoer of -lawaai te veroorzaken die de openbare rust kan verstoren.
Art. 113. Het is verboden zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.
Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.
Art. 114. Het is verboden zich schuldig maken met scheldwoorden.
Art. 115. Het is verboden wagens, rijtuigen en mo­torvoertuigen te vernielen.
Art. 116. Het is verboden zich schuldig maken van opzettelijk verwondingen of slagen.
Art. 117. Ieder die de bepalingen van onderhavig hoofdstuk overtreedt, wordt bestraft met een administratieve geldboete van maximum 350 euro.
De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de fei­ten de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben.
 
 
 
 

Hoofdstuk IX : Uitvoering en sancties inzake burgerrechtelijke bepalingen

 
Art. 118. De verhuurder of de mandataris van de verhuurder die in elke publieke of officiële mededeling inzake de verhuring van een goed met de bestemming woning in de ruime zin het bedrag van de gevraagde huur of van de huurlasten niet vermeldt, kan overeenkomstig artikel 1716 van het Strafwetboek een administratieve boete opgelegd krijgen van 50 tot 200 euro.

 

Hoofdstuk X – Autoluwe dag
Art.119. §1ste. Behoudens toelating van de Burgemeester is het autoverkeer verboden gedurende een “autoluwe dag”.
Onder autoverkeer wordt verstaan het verkeer met motorvoertuigen in de zin van het artikel 2.16 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975.
Art.119. §2. Datum en modaliteiten worden vastgelegd in een tijdelijke politieverordening naar aanleiding van een autoluwe dag.
Art.120. Ieder die de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk overtreedt, wordt bestraft met een administratieve boete van maximaal 350 €.
De nummering van het huidig artikel 119 wordt aangepast.  Dit  artikel  zal het nummer 121 dragen na wijziging van het reglement.  

 

Hoofdstuk XI : Eindbepalingen

Art. 121. De in het huidige reglement voorziene bepalingen zijn van toepassing, onverminderd de verplichting om zich te kwijten van de heffingen en andere plaatselijke retributies die krachtens een beraadslaging van de gemeenteraad geheven worden.