Bestuur & Politiek

Belasting op de brandstofpompen

Artikel 1

Er wordt ten voordele van de gemeente Oudergem, vanaf 1 januari 2019 en tot 31 december 2024, een belasting ingesteld op de brandstofpompen voor voertuigen, vast of verplaatsbaar, toegankelijk voor het publiek en geplaatst op de openbare weg of op een privé terrein langs de openbare weg.

Artikel 2

De belasting is als volgt vastgesteld:
- voor de vaste pompen : 650 € per pomp/jaar
- voor de verplaatsbare pompen : 350 € per pomp/jaar
De belasting wordt met 650 € vermeerderd per pomp die al dan niet bestendig, de betaling van de bevoorrading op een automatische manier toelaat.

Artikel 3

De belasting is niet verschuldigd :
a) voor de pompen die niet toegankelijk zijn voor het publiek;
b) voor de pompen geplaatst in een privé eigendom, een garage of dergelijke inrichting en die noch zichtbaar noch aangeduid van de openbare weg en die niet voor bevoorrading van voorbijrijdende voertuigen worden aangewend.
c) voor de pompen die de bevoorrading van de voertuigen toelaten in:
1° natuurlijk gas;
2° bioéthanol;
3° biodiesel;
4° biogas;
5° LPG (Liquified Petroleum Gas)
6° CNG (Compressed Natural Gas)

d) voor de universele laadpalen voor elektrische voertuigen toegankelijk voor het publiek.

Als de belastingplichtige een pomp of een installatie zoals bedoeld in punten c) en d) geplaats heeft, wordt hij van de volledige belasting vrijgesteld voor de pompen die zich op dezelfde locatie bevinden.

De vrijstelling is geldig voor een jaar en per pomp of installatie zoals bedoeld in punten c) en d). De vrijstelling is geldig vanaf het plaatsen van de pomp of de installatie zoals bedoeld in punten c) en d).

Artikel 4

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de pomp. De uitbater van de inrichting is solidair verantwoordelijk voor de kwijting van de belasting.

Artikel 5

De belastingplichtige is gehouden bij het Gemeentebestuur aangifte te doen van de gebruikte pompen of van de in gebruik genomen installaties voor het laden van elektrische voertuigen.
Deze aangifte moet gedaan worden in de loop van de maand januari voor de bestaande pompen. Wat betreft de pompen of de laadpalen voor elektrische voertuigen die in de loop van het jaar worden geplaats, moet de aangifte gebeuren binnen de twee weken na ingebruikname.
De aangifte blijft geldig zolang de belastingschuldige het Gemeentebestuur niet op de hoogte stelt van een gewijzigde toestand.

Bij gebrek aan aangifte binnen de in de verordening gestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, zal de belasting ambtshalve gevestigd worden.

Artikel 6

De belasting is verschuldigd voor het hele jaar voor pompen gebruikt in de loop van het eerste semester.
Voor pompen die na 1 juli in gebruik worden genomen, wordt slechts de helft van de jaarlijkse belasting geïnd.

Artikel 7

Er wordt geen vermindering of teruggave van de belasting toegestaan indien de pomp in de loop van het dienstjaar door de wil van de eigenaar of de uitbater zou worden weggehaald.
Indien de pomp eigendom wordt van of uitgebaat wordt door een andere persoon zal er daarentegen geen nieuwe belasting voor het lopende jaar gevorderd worden.

Artikel 8

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de ordonnantie betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen, zijn van toepassing op de gemeentebelastingen de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 8 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen, artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat Wetboek voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen, alsook het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet fiscale schuldvorderingen, met uitzondering van de artikelen 43 tot en met 48, van toepassing op dit belastingreglement voor zover ze niet specifiek de in dit Wetboek bepaalde  fiscale schuldvorderingen  betreffen.