Bestuur & Politiek

Belasting-reglement op de construeerbare en niet-bebouwde gronden.

 

Artikel 1
 
Er wordt, vanaf 1 januari 2014 en dit tot 31 december 2019, een jaarlijkse belasting geheven op de construeerbare en niet-bebouwde gronden.
 
Artikel 2
 
Het bedrag wordt vastgesteld op 2 euro (2€) per grondoppervlakte .
Onder « grondoppervlakte » wordt verstaan, de bebouwbare (volgens de reglementaire stedebouwkundige normen) oppervlakte van het perceel. Bij gebrek van verklaring of in geval van een onjuiste verklaring, zal er rekening gehouden worden met de oppervlakte van het perceel ingeschreven bij het kadaster.
 
Een ontheffing van de belasting is voor de eerste 50m² per grondoppervlakte toegekend.
 
Artikel 3
 
De belasting bezwaart het eigendom en is verschuldigd hetzij door de eigenaar op 1 januari van het belastingsjaar, hetzij hoofdelijk verschuldigd door de erfpachter hetzij door de vruchtgebruiker of de opstalhouder en subsidiair door de blote eigenaar. De belasting is geïnd door inkohiering.
 
Artikel 4
 
Van de belasting zijn vrijgesteld:
1) de personen die een construeerbare en niet-bebouwde grond hebben gekocht gedurende de 5 jaar na de aankoop
2) de gewestelijke en plaatselijke maatschappijen voor volkswoningbouw;
3) de personen die over gronden beschikken waarop er niet toegelaten is te bouwen krachtens een beslissing van de overheid. Er wordt hier niet verwezen naar de gronden voor dewelke een stedenbouwkundige vergunning geweigerd werd door het Schepencollege, de gemachtigde ambtenaar, het Stedenbouwkundige college of de Gewestelijke regering.
 
Artikel 5
 
Zijn ook vrijgesteld van de belasting, de construeerbare en niet-bebouwde gronden waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd, wanneer het begin van de werken werd betekend aan de gemeente.

Artikel 6
 
De eigenaar van een construeerbare en niet-bebouwde grond is verplicht bij het Gemeentebestuur aangifte te doen van zijn eigendom door middel van een door het College van Burgemeester en Schepenen vastgesteld formulier. Deze aangifte wordt ingediend vóór 31 januari van ieder jaar.
 
 
 
Artikel 7
 
De verkoper van een construeerbare en niet-bebouwde grond is verplicht binnen de twee maand na het verlijden van de notariële akte, bij ter post aangetekende brief aan de gemeente mee te delen:
a) volledige identiteit en adres van de nieuwe eigenaar;
b) datum van de akte en naam van de notaris;
c) nauwkeurige aanduiding van de verkochte grond.
Wordt aan deze verplichting niet voldaan dan zal de verkoper verder als belastingplichtige worden aanzien.
 
Artikel 8
 
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, zal de  belastingplichtige van ambtswege belast worden.
Bij gebrek aan aangifte of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de ambsthalve ingekohierde belasting  verhoogd met een bedrag ter hoogte van het bedrag van de ambsthalve ingekohierde belastingen en, in geval van herhaling binnen het jaar, met een bedrag ter hoogte van het dubbele van de ambsthalve ingekohierde belasting.
 
Artikel 9
 
(Opgeheven door het reglement van 28 mei 2014)
 
Artikel 10
 
De belasting op de construeerbare en niet-bebouwde gronden mag niet gecumuleerd worden met de belasting op de niet-afgewerkte gebouwen. De belastingplichtige wordt aangeslagen op de belasting waarvan het bedrag het hoogste is.
 
Artikel 11
 
(Opgeheven door het reglement van 28 mei 2014)
 
Artikel 12
 
Het huidig reglement treedt in werking op 1 januari 2014.