Bestuur & Politiek

Belasting-Reglement op de uithangborden

Artikel 1

Vanaf 1 januari 2017 en dit tot 31 december 2021, wordt er ten voordele van de Gemeente Oudergem, een jaarlijkse belasting geheven op op de al dan niet lichtgevende, verlichte en geprojecteerde uithangborden.

Artikel 2

Onder « uithangborden » dient verstaan : aanduiding en, zichtbaar van de openbare wegof van een privé galerij met het doel het publiek bekend te maken omtrent de handel of industrie dat er uitgebaat wordt, het beroep dat er uitgeoefend wordt of de verrichtingen dat er gedaan worden.

Artikel 3

De inning van deze heffing is niet van toepassing op:

1. De uithangborden van publiekrechterlijke rechtspersonen, van verenigingen zonder winstoogmerk en van instellingen van openbaar nut die een boodschap van algemeen belang verspreiden zonder rechtstreeks, onrechtstreeks noch bijkomstig een handel, een onderneming, een beroep of een vergoede dienst te promoten;

2. De uithangborden aan de gevel hebben de volgende eigenschappen:

  • Het bevat enkel de handelsnaam of de naam van de uitgeoefende activiteit;
  • Het is evenwijdig aan de gevel;
  • Het is niet geplaatst voor openingen;
  • Het heeft een oppervlakte van minder dan 3m2;
  • Er worden geen verschillende gevels door bedekt.

3. De uithangborden aan het uitstalraam hebben de volgende eigenschappen:

  • Het bevat enkel de handelsnaam of de naam van de uitgeoefende activiteit;
  • Het heeft een oppervlakte van minder dan 1,5m2

4. Het meubilair op openbare plaatsen met gegevens zoals vermeld in artikel 2 van het reglement.

Voorziene ontheffingen worden toegepast onverminderd mogelijke sancties in het geval van inbreuk op het Algemene politiereglement en in het geval van inbreuk op het regeringsbesluit van het Hoofdstedelijk Gewest Brussel van 21 november 2006 ter regeling van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening.

Artikel 4

Het bedrag van de heffing wordt vastgelegd op elf euro (11€) per vierkante meter of fractie van een vierkante meter voor uithangborden kleiner dan 9 m 2 die niet zijn vrijgesteld krachtens artikel 3 van onderhavig reglement.

Het bedrag van de heffing wordt vastgelegd op tweeëntwintig euro (22€) per vierkante meter of fractie van een vierkante meter voor uithangborden van 9 m 2  en meer.

Lichtsnoeren die geen eenheid vormen met het uithangbord of met de reclame, zullen worden belast op grond van hun lengte en tegen een bedrag van 50 cent (0.50€) per lopende meter, met een minimumtarief van vijf euro (5€). 

Artikel 5

De belasting wordt vastgesteld op elf euro (11 €) per vierkante meter of gedeelte van een vierkante meter. De neonbuisverlichtingen die geen geheel vormen met het uithangborden of de reklame, worden belast op basis van hun lengte et dit tegen vijftig cent (0,50 €) per strekkende meter, met een minimum van vijf euro (5 €).

Artikel 6

De belastbare oppervlakte wordt berekend als volgt :

voor de uithangborden en reclames met één zichtbare zijde : door de afmetingen van de armatuur die het uithangbord of de reclame omsluit; voor de uithangborden of reclames waarvan de figuur geometrisch onregelmatig is, door de afmetingen van de rechthoek waarin het uithangbord of reclame kan worden omschreven ; voor de uithangborden of reclames met meerdere zichtbare zijden, is de belasting berekend op basis van de totale oppervlakte der zichtbare zijden, wanneer het uithangborden of de reclame een volume vormt, wordt de oppervlakte van dit laatste geacht gelijk te zijn aan het dubbel van het product van de hoogte en zijn grootste breedte. Het resultaat zal uitgedrukt zijn in oppervlaktematen; indien het apparaat toelaat achtereenvolgens verschillende voorstellingen of projecties van teksten, tekeningen, enz... weer te geven, wordt de belasting zoveel malen als er verschillende voorstellingen of projecties zijn geïnd. Wanneer meerdere belastbare uithangborden of reclames aangebracht zijn op éénzelfde gebouw, door één of meer belastingsplichtigen, zull en zij afzonderlijk belast worden.

Artikel 7

De belasting is verschudigd :

voor de uithangborden : door de rechts-of de natuurlijke persoon die het beroep uitoefent of doet uitoefenen, de industrie of de handel waarop het belastbare element betrekking heeft.

voor de reclames : door de rechts-of de natuurlijke persoon die de toelating aanvraagt tot het plaatsen van de reclame of op wiens initiatief de reclame wordt geplaatst. Ingeval van tekortkoming van de hoofdbelastingplichtige, is de belasting verschuldigd door de persoon die toestemming geeft tot het plaatsen van een belastbaar uithangbord of reclame op het huis dat hij betrekt of waarvan hij eigenaar is.

Artikel 8

De belasting is verschuldigd voor het gehele jaar. Zij wordt nochtans tot de helft herleid: als het uithangbord of de reclame geplaatst wordt na de 30 juni van het dienstjaar; in geval van verwijdering van het uithangbord of de reclame vóór 1 juli van het dienstjaar. Het plaatsen van een nieuw uithangbord of reclame, de vermeerdering van de oppervlakte van het uithangbord of de reclame, dienen binnen de veertien dagen aan het Gemeentebestuur medegedeeld te worden. Elke vermindering aangebracht aan de afmetingen van een uithangbord of reclame, of de verwijdering, dienen binnen de veertien dagen aan het Gemeentebestuur medegedeeld te worden. op straffe van geen recht op vermindering te bekomen.

Artikel 9

De belasting is verschuldigd door inkohiering. Het College van Burgemeester en Schepenen zal ieder jaar doen overgaan tot een telling van de belastbare elementen .

Artikel 10

De heffingsplichtige zal kosteloos een aanslagbiljet ontvangen. De aanslag van de heffing wordt uitgevaardigd en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar volgende op het boekjaar van de heffing.  De aanslag wordt meegedeeld per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs aan de gemeentelijke ontvanger belast met de ontvangst waardoor wordt verzekerd dat de aanslagbiljetten onverwijld worden verstuurd.  Het biljet vermeldt de gegevens uit artikel 4 § 2 van de verordening van 3 april 2014. Het aanslagbiljet bevat de informatie uit artikel 4 § 2 en 3 van de verordening van 3 april 2014. Bij het aanslagbiljet wordt een samenvatting gevoegd van het reglement op basis waarvan de heffing wordt verschuldigd. De heffing dient te worden betaald binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

De heffingsplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen. Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te tellen vanaf de derde werkdag na de verzenddatum van het aanslagbiljet.  Daarbij moet het, op straffe van nietigheid, schriftelijk, ondertekend door de bezwaar makende persoon of door zijn vertegenwoordiger, worden ingediend met vermelding van:

1° de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de heffingsplichtige ten laste van wie de heffing gevestigd wordt;

2° het onderwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.