Bestuur & Politiek

Belastingreglement op de bank- en financiele instellingen

Artikel 1

Vanaf 1 januari 2019 en tot 31 december 2025, wordt er ten voordele van de Gemeente Oudergem, een jaarlijkse belasting geheven op:

1) de bank-of financiële instellingen en dergelijke alsook hun filialen en bijkantoren voorzover ze toegankelijk zijn voor het klienteel.

2) de automatische apparaten die bankverrichtingen toelaten.

De belasting is verschuldigd :

1) voor de bank-of financiële instellingen : door de natuurlijke of rechtspersoon die de instelling heeft opgericht en/of in wiens naam deze wordt uitgebaat.

2) voor de automatische apparaten : door de natuurlijke of rechts- persoon houdster en/of eigenares van het apparaat.

Artikel 2

De belasting wordt als volgt vastgesteld :

1) 1000 € (duizenden euro's) per jaar per bank- en financiële instelling.

2) 1500 € (vijftienhonderd en vijftig euro's) per jaar per automatisch apparaat.

De belasting is verschuldigd voor het ganse aanslagjaar, welke ook het moment van de oprichting of de sluiting van het instelling of de plaatsing van het automatisch apparaat. De belasting is verschuldigd voor het ganse aanslagjaar, welke ook het moment van de oprichting of de sluiting van het instelling of de plaatsing van het automatisch apparaat.

Artikel 3

Onder "bankinstelling" of "financiële instelling" dient verstaan iedere instelling die als hoofd-of bijdoel aktiviteiten uitvoert van bankbeleggingen en/of van krediet onder gelijk welke vorm. Hun eventuele bijzetels en agentschappen zijn eveneens onderworpen aan de belasting. Onder "automatisch apparaat" dient verstaan ieder vast apparaat bruikbaar van de openbare weg of in een plaats toegankelijk voor het publiek die automatische bankverrichten toelaat alsook de apparaten waarmee deraadpleging en het opnemen van bankpost kan gebeuren.

Artikel 4

Zijn vrijgesteld van de belasting:

1) de bank -en financiële instellingen die het bewijs kunnen inleveren dat ze ingevolge een speciale wet van de vrijstelling genieten.

2) de natuurlijke of rechtspersonen die als tussenpersonen handelen voor een aparte financiële instelling en voor dewelke het kapitaalbeheer en het afsluiten van kredietcontracten geen hoofdaktiviteiten betekenen

Artikel 5

De natuurlijke of rechtspersoon die een bank- of financiële instelling opent, overbrengt, overlaat of sluit of die een automatisch apparaat plaatst, is gehouden bij het gemeentebestuur ervan aangifte te doen binnen de vijftien dagen na de opening of de overname van gezegde instelling. Deze aangifte blijft geldig totzolang de belastingplichtige het gemeentebestuur op de hoogte stelt van een gewijzigde toestand.

Artikel 6

Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, zal de belastingplichtige van ambtswege belast worden op basis van de elementen waarover het gemeentebestuur kan beschikken. Bij gebrek aan aangifte of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de ambsthalve ingekohierde belasting  verhoogd met een bedrag ter hoogte van het bedrag van de ambsthalve ingekohierde belastingen en, in geval van herhaling binnen het jaar, met een bedrag ter hoogte van het dubbele van de ambsthalve ingekohierde belasting.

Artikel 7

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de ordonnantie betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen, zijn van toepassing op de gemeentebelastingen de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 8 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen, artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat Wetboek voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen, alsook het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet fiscale schuldvorderingen, met uitzondering van de artikelen 43 tot en met 48, van toepassing op dit belastingreglement voor zover ze niet specifiek de in dit Wetboek bepaalde fiscale schuldvorderingen betreffen.