Bestuur & Politiek

Bijzonder plan 20

 

 

Bijzonder plan 20 - Gezien en definitief aangenomen door de Gemeenteraad op 01/07/1987

Documenten

Libellé Format
Cartouche jpg
Légende jpg
Plan jpg
Plan1 jpg
Plan2 jpg 
Plan3 jpg
Plan4 jpg
Tekst1 jpg
Tekst2 jpg
Tekst3 jpg
Tekst4 jpg
Tekst5 jpg
Tekst6 jpg
Tekst7 jpg
Tekst8 jpg
Bijzonder plan 20 (volledig) pdf

 














 

 

 

 

 

 

 

Stedebouwkundige voorschriften

ALGEMEENHEDEN :

  1. De bouwverordeningen van de Gemeente en de Agglomeratie zijn van toepassing voor zover zij niet strijdig zijn met de voorschriften van het bijzonder plan van aanleg.
  2. In geval van stijfheid tussen de grafische gegevens en de tekst van de voorschriften, zijn de eersten van toepassing.
  3. Buiten de openbare aanplakking en de uithangborden die strikt voorbehouden zijn voor de uitgeoefende activiteit in het gebouw, is het uitdrukkelijk verboden iedere vorm van publiciteit aan te plakken of af te beelden op het oord dat het bijzonder plan omvat. De uithangborden, omschriften, schilderwerken of decoraties betreffende de activiteit uitgeoefend in het gebouw zijn onderworpen aan de goedkeuring van het college van Burgemeesters Schepenen.
  4. De bestaande gebouwen waarvan de bestemming, het volume en het aspect niet stroken met de voorschriften van het bijzonder plan van aanleg, mogen in hun huidige staat behouden blijven. Enkel onderhoudswerken, zonder volumevermeerdering, mogen uitgevoerd worden.
  1. WOONGEBIED
  1. Bestemming

Uitsluitend voorbehouden voor de woonst. Elke handels-of administratieve activiteit is verboden. Nochtans, enkel in de gebieden G+2+D, zijn kantoren bestemd voor de uitoefening van vrije beroemen toegelaten, met een beperkte bezetting van 1/3 van de totale vloeroppervlakte van het gebouw.

De gebieden aangeduid met G+4+D worden bestudeerd volgens een stedenbouw van een verkavelingsaanvraag voor zover het maximum toegelaten gabarit G+2+D is, en dat het gebied “V” aangeduid on het plan eveneens het voorwerp uitmaakt van een verkavelingsaanvraag, volgens de voorwaarden beschreven in B.1.1. van deze tekst.

De voorschriften betreffende het gebied C+2+D zullen dan van toepassing zijn.

  1. Inplanting en gabarit :

De gebouwen worden ingeplant binnen de grenzen die voorkomen on het bijzonder plan van aanleg. Deze worden beschouwd als maxima.

In de gebieden aangeduid met G+2+D, worden de gebouwen verwezenlijkt tussen gemeenschappelijke muren.

Het aantal verdiepingen van de gebouwen aangeduid on het plan is een maxima.

De maximum hoogte van het gabarit wordt vastgesteld vanaf het peil van het voetpad, genomen op de aanzet en in de as van het gebouw tot aan het peil van de kornis:

  • 9 m. voor het gebied G+2+D (dak niet inbegrepen)
  • 15 m. voor het gebied g+4+D (dak niet inbegrepen)
  1. Daken

De gebouwen worden verplicht bedekt met een bellend dak (D) met uitzondering van de gebieden aangeduid met G+4+D waar (D) een plat dak mag zijn met, eventueel een technische verdieping, verplichtend 2,50 m. minimum in achteruitbouw ten opzichte van de gevels.

De helling mag variëren tussen 35° en 50 °.

De toegelaten bedekkingen voor de bellende daken zijn niet geverniste dakpannen, natuur of kustlijnen.

In geval de diepte van het gebouw niet bedekken, zodanig verwezenlijkt is dat de hellingen van gedeelte van het gebouw dat zich uitstrekt naar het midden van huizenblok. In dat geval zal de achterste kroonlijst op ongeveer hetzelfde niveau vastgehecht zijn de langs de straatkant.

De inrichting van woonkamers in de bellende daken is toegelaten. Dakvensters en dakramen zijn toegelaten in het dak, voor zover de dakvensters een totale breedte hebben die minder bedraagt dan de helft van de breedte van de gevels en dat de dakramen elk een breedte hebben van 1, 20 m. maximum.

  1. Uitzicht van de gebouwen :

Alle gevels worden bedekt met parementmaterialen. Geverniste bakstenen zijn verboden.

Balkons en luifels zijn toegelaten.

De individuele buitenantennen zijn verboden.

  1. Garage

Minstens een garage of parkeerplaats moet voorzien zijn per woning of per 150 m 2 benutte oppervlakte.

Zij zijn geïntegreerd in de constructie of gevestigd onder deze.

Niettemin, is de inrichting van garages toegelaten in de onderaardse bouwgebieden, aangeduid op het plan.

Maximum een garagetoegang per gebouw, is toegelaten. De afritten naar de ondergrondse garages, hebben een helling van maximum 10 % op een afstand van 5m vanaf de rooilijn.

 

  1. GEBIED MET VERANDERLIJK VOLUME

B.1. Gebied “V”

  1. Bestemming :

Hoofdzakelijk voorbehouden voor de woonst: handelsbedrijven die verenigbaar zijn met de hoofdfunctie mogen verwezenlijkt worden op de gelijkvloerse verdieping, als zij niet meer dan 1/3 van de oppervlakte innemen. In afwijking, mag dit gebied het voorwerp uitmaken van een verkavelingsaanvraag voor zover het voorbehouden blijft voor een woongebied met bouwgrens en een maximum toegelaten gabarit van G+2+D op een maximum diepte van 15 m. ten opzichte van de straat en dat de gebieden aanvraag volgens de voorwaarden beschreven in A.1 zie voorschriften met betrekking tot de gebieden G+2+D zijn dan van toepassing.

  1. Inplanting en gabarit:

In dit bediend, is de inplanting van de gebouwen vrij. De maximale bebouwde oppervlakte is aangeduid op het plan. De aanleg van het gebied is verwezenlijkt volgens een stedenbouwkundig groepsontwerp. Dit ontwerpmoet onderworpen worden aan het advies van de overlegcommissie.

De maximum hoogte van de gebouwen wordt bepaald vanaf het niveau van het voetpad, genomen on de aanzet en in de sas van het gebouw tot aan het peil van de kroonlijst: 23 m. + een dak van maximum 5 M.

  1. Daken

De gebouwen zijn bedekt met hellende daken, helling begrepen tussen 35 ° en 50 °.

De toegelaten bedekkingen voor de hellende daken zijn niet geverniste dakpannen, natuur of kunstleien.

Dakvensters en dakramen zijn toegelaten in het dak voor zover de dakvensters een totale breedte hebben die minder bedraagt dan de helft van de breedte van de gees en dat de dakramen elk een breedte hebben van 1, 20 m. maximum.

In afwijking, mag een plat dak aangelengd worden met eventueel een technische verdieping, verplichtend in achteruitbouw van minimum 2,50 m. ten oprichtte van de gevels.

  1. Uitzicht van de gebouwen:

Alle gevels worden bedekt met parementmaterialen. Geverniste bakstenen zijn verboden.

Balkons en luifels zijn toegelaten.

De individuele buitenantennen zijn verboden.

  1. Garages:

Minstens een garage of parkeerplaats moet voorzien zijn per woning of per 150 m 2 h benutte oppervlakte. Zij zijn geïntegreerd in de constructie of gevestigd onder deze.

Maximum een garagetoegang peur gebouw is toegelaten.

De afritten naar de ondergrondse garage hebben en helling van maximum 10 % beginnend op een afstand van 5 m. van de rooilijn.

B.2. gebied “Y”

Voor dit gebied, blijven de voorschriften betreffende de woongebieden aangeduid op het plan G+4+D van toepassing.

De gabarit met maximum 5 verdiepingen + dak (G+4+D) moeten een harmonieuze overgang vormen met de naaste gebieden van G+2+D en G+4+D.

Deze “overgang” zal onderworpen worden aan het advies van de overlegcommissie.

  1. WOON-, BEDRIJFS- EN PANDELSGEBIED
  1. Bestemming:

Hoofdzakelijk voorbehouden voor de woonst, de inplanting van ondernemingen en handelsbedrijven evenals van kantoren die er een onderdeel van uitmaken zijn toegelaten, met een beknopte bezetting van 1/3 van de totale vloeroppervlakte van het gebouw.

Elke opslagplaats of parkeerplaats die in verband staat met deze activiteit moet opgericht worden binnen de gebouwen.

  1. Inplanting en gabarit:

De gebouwen worden ingeplant binnen de grenzen aangeduid op het bijzonder plan van aanleg. Deze worden beschouwd als maxima. De gebouwen worden verwezenlijkt tussen gemene muren.

De maximum hoogte van de gebouwen wordt bepaald, vanaf het peil van het voetpad, genomen op de aanzet, en in de as van het gebouw tot aan het peil van de kroonlijst.

  • 4 m. voor het gebied G+D (dat niet inbegrepen)
  • 7 m. voor het gebied G+1+D (dak niet inbegrepen)
  • 10 m. voor het gebied G+2+D ( dak niet inbegrepen)
  • 12,50 m. voor het gebied G+3+D (dak niet inbegrepen)
  1. Daken

De gebouwen zijn verplichtend bedekt met hellende daken (D) met uitzondering van het gebied aangeduid G+3+D waar D een plat dak mag zijn met eventueel een technische verdieping verplichtend in achteruitbouw van 2,50 m. minimum ten opzichte van de gevels.

De hellingen zijn begrepen tussen 35 ° en 50 ° .

De toegelaten bedekkingen voor de hellende daken zijn niet geverniste dakpannen, natuur- of kustlijn.

Ingeval de diepte van het gebouw zodanig is, dat het dak het geheel van get gebouw niet bedekt, mag een plat dak aangelegd worden op het gedeelte dat zich uitstrekt naar het midden van de huizenblok toe.

In dat geval zal de achterste kroonlijst zich ongeveer on hetzelfde niveau bevinden als deze langs de straatkant.

  1. Uitzicht van de gebouwen:

Alle gevels worden bedekt met parementmaterialen. Geverniste stenen zijn verboden.

Balkons en luifels zijn toegelaten.

  1. Garages:

Minstens een garage of parkeerplaats moet voorzien zijn per woning of pet 150 m 2 benutte oppervlakte. Zij zijn geïntegreerd in de constructie of gevestigd onder deze.

Maximum een garagetoegang per gebouw is toegelaten.

De afritten naar de ondergrondse garages hebben een maximum helling van 10 % beginnend op een afstand van 5 m. vanaf de rooilijn.

  1. GEBIED VOOR BIJGEBOUWEN
  1. Bestemming:

Uitsluitend voorbehouden voor de handel en de ondernemingen, opstapplaatsen zijn er toegelaten.

De uitbating mag noch verontreinigend, noch luidruchtig zijn. De aard van de activiteiten moet verenigbaar zijn met de woonst.

  1. Inplanting en gabarit:

De oprichtingen worden ingeplant binnen de grenzen voorkomend op het bijzonder plan; Deze Worden beschouwt als maxima. Het gabarit van de gebouwen is beperkt tot een verdiepingen (G).

De maximale hoogte van dit gabarit is beperkt tot 4 m. en wordt bepaald vanaf de begane grond, genomen op aan de aanzet en in de as van het gebouw tot aan het peil van de kornis of de dakrand

  1. Daken

De oprichtingen zijn verplichtend bedekt met een plat dak.

  1. Uitzicht van de gebouwen :

Alle gevels worden bekleed met parement materialen die in harmonie zijn met het hoofdgebouw. Geverniste bakstenen zijn verboden.

Luifels zijn toegelaten.

  1. Garages:

De garages mogen in het gebouw begrepen zijn, of eronder gevestigd.

Wanneer de bijgebouwen voorzien van laadkaden, zullen deze opgericht worden binnen de grenzen van het gebied.

  1. BEDRIJFS- EN HANDELSGEBIED
  1. Bestemming

Voorbehouden voor bedrijven, handel en kantoren die er een onderdeel van uitmaken.

De oprichting in dit gebied is gebonden aan de verplichting de groene zone “Y” aan te leggen overeenkomstig de voorschriften K.3 van deze tekst.

  1. Inplanting en gabarit

De gebouwen worden ingeplant binnen de grenzen voorkomend op het plan. Deze worden beschouw als maxima. Het gabarit van de gebouwen is beperkt tot twee verdiepingen + technische verdieping (G+1+TY).

De maximale hoogte van dit gabarit is beperkt tot 7 m. en wordt vastgesteld vanaf het peil van het voetpad, aan de aanzet en in de as van het gebouw tot aan het peil van de kornis of dakrand (technische verdieping niet inbegrepen)

  1. Daken

De gebouwen zijn afgewerkt met een plat dak dat eventueel een technische verdieping mag krijgen (TY) verplicht ingeplant in achteruitbouw van 2,50 m. minimum ten opzichte van de gevels. Deze technische verdieping moet nochtans verborgen worden langs de straatzijde achter een al dan niet volledig hellend dak

De toegelaten bedekkingen voor de hellende daken zijn niet geverniste pannen, natuur of kustlijn.

  1. Garages:

Minstens een parkeerplaats moet voorzien zijn per 100 m 2 bruto kantoor- of handels- oppervlakte.

De loskaden en de plaatsen voorbehouden voor de behandeling der goederen moeten geïntegreerd worden in het voorziene volume.

De toegangen tot de ondergrondse garages hebben een helling van 10 % maximum beginnend op een afstand van 5 m. vanaf de rooilijn.

  1. KAANTORGEBIED

1. Bestemming:

Dit gebied wordt uitsluitend voorbehouden voor kantoor activiteiten. De helft van de oppervlakte mag bestemd worden voor laboratoria activiteiten en/of voor niet verontreinigende werkplaatsen (elektronica, informatica of gelijkaardige activiteiten) evenals voor activiteiten samenhangend met de hoofdfunctie.

De gelijkvloerse verdiepingen mogen bestemd worden voor tentoonstellingszalen, demonstratiezalen voor handel en materiaal.

2. Inplanting en gabarit:

De gebouwen worden ingeplant binnen de grenzen van het plan. Deze worden beschouwd als maxima. De ingeplant en de gabarit van de gebouwen worden zodanig verdeeld langs weerszijden van Oost-West as aangeduid op het plan, dat een geheel ontwerp gerealiseerd wordt.

Voor elk gebied wordt de maximale bebouwde oppervlakte aangeven (MBO) evenals de maximale bebouwde oppervlakte voor het geheel van de verschillende verdiepingen (MBY)

De maximale hoogte van het gabarit van de gebouwen wordt bepaald vanaf het peil van het voetpad, op de aanzet en in de as van het gebouw tot aan het peil van de kroonlijst.

Maximale hoogte van het geheel der niveaus:

  • 12m. voor het gebied aangeduid G+2+D (dak niet inbegrepen)
  • 15m. voor het gebied aangeduid G+3+D
  • 19m. voor het gebied aangeduid G+4+D
  • 23m. voor het gebied aangeduid G+5+TV
  1. Daken

De gebouwen worden bedekt met platte daken waar eventueel technische verdiepingen (TV) mogen opgericht worden, verplichten ingeplant in achteruitbouw van 2,50 m. minimum ten opzichte van de gevels.

Hellende. Daken van maximum 45 ° zijn toegelaten.

  1. Uitzicht van de gebouwen:

Alle gevels worden bekleed met parementmaterialen. Het geheel van de gebouwen moet door het aanwenden van een harmonieuze architectuur bijdragen tot een geheelontwerp.

Dit geheelontwerp wordt onderworpen aan het advies van de overlegcommissie.

  1. Garages :

Minstens een parkeerplaats moet voorzien zijn per 50 m 2 netto buikbare kantooroppervlakte. De parkeerplaatsen moeten voorzien worden in de ondergrondse verdieping van de gebouwen of in het gebied van de ondergrondse bouwwerken aangeduid op het plan.

De laadkaden en de plaatsen voorbehouden voor de behandeling der goederen moeten ingelijfd worden in het voorziene volume.

De toegangen tot de parking en ondergrondse verdiepingen hebben een helling van maximum beginnend op een afstand van 5m. vanaf de rooilijn.

  1. GEBIED VOOR ONDERGRONDSE BOUWWERKEN

Dit gebied is bestemd voor ondergrondse constructies (kelders, garages) ingeplant binnen de grenzen op het plan. Deze grenzen worden beschouw als maxima.

In het gebied voor koeren en tuinen, moeten deze bouwwerken bedekt worden met een laag teelaarde van minimum 60 cm.

Onder de private weg, mogen de onderaardse constructies de groei van de hoogstammige bomen niet hinderen, binnen de overgangsgebieden gelegen langs weerszijden van de oost-west as aangeduid on het plan.

  1. GEBIED VOOR GEMEENSCHAPSUITRUSTIGEN
  1. Bestemming:

Dit gebied is uitsluitend voorbehouden voor gemeenschansuitrustingen in open lucht. Dit gebied is zodanig aangelegd teneinde school-, parascolaire-, culturele en sportactiviteiten toe te laten. In dit gebied echter een gebouw ongericht worden om de uitrustingen van dit gebied te beschutten.

De aanleg van dit gebied moet gebeuren binnen een geheel van helplantingen:

Afsluitingen mogen slechts verwezenlijkt worden door middel van levende hagen, 1,50 m. hoogte.

In de aanleg van dit gebied moet een voetpad begrepen zijn dat toegang verschaft naar de verschillende wegen die er naartoe leiden.

  1. Inplanting en gabarit:

De plaatsaanduiding op het plan is slechts ter aanduiding gegeven?. De oprichting mag de bebouwde maximale oppervlakte op de grond niet overschrijden. De hoogte van het gebouw is beperkt tot aan het neil van de kroonlijst.

  1. Daken :

Het gebouw mag bedekt worden met een bellend dak/ de hellingen zijn begrepen tussen 35° en 50°. De toegelaten bedekkingen voor de bellende daken bestaan uit niet geverniste pannen, natuur- of kustlijn.

  1. Uitzicht van de gebouwen :

Alle gevels worden uitgevoerd in parement materialen. Geverniste bakstenen zijn verboden.

  1. ACHTERUITROUWSTROOK

Dit gebied is voorbehouden voor sierstruiken en decoratieve beplantingen. Geen enkel gebouw is toegelaten in de achteruithouwstrook.

Enkel de toegangspaden tot de gebouwen mogen verhard worden.

Afsluitingen zijn toegelaten voor zover de hoogte niet meer dan 60 cm. Bedraagt en dat deze bestaan uit levende baggen of uit lage muurtjes die bestaan uit parementmaterialen in harmonie met het hoofgebouw.

  1. GEBIED VOOR KOEREN EN TUIMEN

Dit gebied is uitsluiten voorbehouden voor siertuinen en/of groentetuinen. Zijn aanleg mag bestaan uit grasperken, terreinverschillen, laagstammige en hoogstammige beplantingen.

Enkel kleine gebouwen die dienst doen als tuinberging, of als decoratief element, mogen toegelaten worden in dit gebied. Deze gebouwen mogen 6 m 2 maximum bebouwde oppervlakte niet overschrijden (MBO). De maximale hoogte van de gebouwen is beperkt tot 3m. (dak inbegrepen). Deze is te rekenen vanaf de grond, op de aanzet en in de as van het gebouw.

De afsluitingen tussen eigendommen zijn toegelaten voor zover zij 1,50 m. niet overschrijden. Zij bestaan uit levend hagen. Het gebruik van verschillende materialen dient nochtans te worden voorgelegd aan het gemeentebestuur.

  1. OPENBAAR GROENGEBIED:
  1. Algemeenheden:

Dit gebied is bestemd voor beplantingen. Het is enkel voorbehouden voor de voetgangers.

  1. Gebied “X”:

Dit gebied moet overheersend de karakteristieken van een park vertonen. Dit gebied moet de continuïteit van de voetpaden die er op uitkomen verzekeren. Minstens 2/3 van de oppervlakte van dit gebied moet ingenomen worden door hoog- en laagstammige ontwerp langs weerszijden van de Oost-westas aangeduid op het plan. Dit ontwerp moet onderworpen worden aan het advies van overlegcommissie.

  1. Gebied “Y”:

De aanleg van dit gebied is afhankelijk van de oprichting van het bedrijfs- en handelsgebouw. Dit gebied moet de verbinding verzekeren tussen dit gebouw en de bestaande gebouwen. Een minimum van 2/3 van de oppervlakte van dit gebied moet ingenomen worden door hoog- en laagstammige beplantingen en heesters.

  1. Gebied “Z”

Dit gebied moet een duidelijk visueel element bevatten dat het vertrekpunt aanduidt van de ontwerpfase van de kantoren en het groen gebied “X”. Dit element moet opgevat worden als een beeldhouwwerk met grote afmetingen en hoeft niet noodzakelijk plantaardig te zijn.

  1. BUFFERZONE

Dit gebied is voorbehouden voor de verwezenlijking van een dicht beplant visueel scherm, volgens de grafische gegeven van het bijzonder plan van aanleg.

De vergunning om handelingen en werken uit te voeren in deze eigendom waarin dit zen ijking van dit scherm. Dit scherm bestaat uit een beplanting in regelmatige tussenafstanden met hoogstammige en naar boven groeiende bomen waarvan de volwassen groei minimum 10 m. bedraagt. Naaldbomen zijn niet toegelaten.

  1. OVERGANGSGEBIED

Dit gebied is bestem om beplant te worden in relmatige tussenafstanden door een rij hoogstammige bomen met een kroondiameter die minimum 5 m. bereikt op volwassen leeftijd, symmetrisch gerangschikt en langs weerszijden van de ontwerp-as om alzo het visueel effect van een bomenlaan te bekomen. In dit gebied mogen parkeerplaatsen aangelegd worden evenals de verschillende toegangen tot de gebouwen.

  1. OVERGANGSGEBIED

Dit gebied is bestemd om beplant te worden in regelmatige tussenafstanden door een rij hoogstammige bomen met een kroondiameter die minimum 5 m. bereikt op volwassen leeftijd, symmetrisch gerangschikt en langs weerszijden van de ontwerp-as om alzo het visueel effect van een bomenlaan te bekomen. In dit gebied mogen parkeerplaatsen aangelegd worden evenals de verschillende toegangen tot de gebouwen.

  1. GEBIED VOOR WEGEN

Dit gebied is voorbehouden voor het gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers.

De wegzakte bevat kruisingsgebieden, de parkeergebieden en het voetpad.

  1. GEBIED VOOR OPENBARE WEGEN

De gemeente oefent er alle politiemacht uit en neemt er alle maatregelen om de veiligheid en de openbare orde te handhaven. De aan te leggen wegen, die openbare wegen zullen worden, moeten het ontwerp uitmaker van een overeenkomst met de gemeente. Teneinde de aard en de grenzen van deze wegen vast te stellen.

  1. De inplanting van de private weg moet gericht zijn op de ontwerp-as Oost-West, aangeduid op het plan.

Deze weg mag een helling van 6% vertonen.

  1. GEBIED VOOR HANDELMEGEN

Dit gebied is bestemd voor het verkeer van voetgangers en is een openbare plaats.

Zijn aanleg moet de veiligheid van de gemakkelijke doorgang van het verkeer verzekeren. De toegang is verboden voor het gemotoriseerd verkeer. De verharding moet de water doorlatendheid van de grond verzekeren.

  1. GEBIED MET MOGELIJKHEID TOT INPLANTING VAN EEN STOPMBEKKEN

Dit gebied is voorbehouden voor de eventuele inplanting in de ondergrond van een stormbekken. De afdekplaat van het eventueel bekken moet van het type “ doorlopende plaat” zijn. Deze plaat moet zodanig opgevat worden dat ze de structuur van de gebouwen die in de verschillende er bovengelegen zones worden voorzien, kan opvangen.

De doorlopende plaat moet verwezenlijkt worden op zulke diende dat deze in geen enkel geval de verwezenlijking van de parking in de ondergrondse verdieping van gebouwen waarvan sprake in de vorige paragraaf, belemmert.

De oprichting van het stormbekken evenals zijn hoofleiding, zullen in geen enkel geval de verwezenlijking van de gebouwen en hun infrastructuren, voorzien in het bijzonder plan van aanleg verhinderen, noch bij hun verwezenlijking de oprichtingen die aan de gang zijn verstoren, noch hum uitbating hinderen.