Bestuur & Politiek

Bijzonder plan 28

 

Bijzonder plan 28 - Gezien en definitief aangenomen door de Gemeenteraad op 03/06/1983

 

Documenten 

Libellé Format
Cartouche jpg
Legende jpg
Plan0 jpg
Plan1 jpg
Plan2 jpg 
Plan3 jpg
Plan4 jpg
Tekst1 jpg
Tekst2 jpg
Bijzonder plan 28 (Volledig) pdf

 














 

Stedebouwkundige voorschriften

  1. Algemeen
  1. De gemeente- en agglomeratie reglementen zijn van toepassing voor zover zij niet in strijd zijn met voorschriften van het bijzonder plan.
  2. Hij tegenstrijdigheid tussen de grafische bepalingen en de tekst van de voorschriften zijn de eerste van toepassing.
  3. De aanplantingen moeten worden uitgevoerd rekening houden met de huidige beplanting en het reliëf.
  4. Iedere publiciteit is verboden met uitzondering van die betreffende de verkoop van gronden en gebouwen. De publiciteit is verban met de uitoefening van vrije bergrepen is alleen toegestaan op de benedenverdieping van de gebouwen: toegestane maximumoppervlakte: 30 dm2.
  5. Het plan van aanleg is verdeelt in drie gebieden:
  1. GEBIED A : gebied voor alleenstaande gebouwen, gelegen tussen Putdaal en de Micaralaan.
  2. GEBIED B : gebied voor alleenstaande gebouwen en enkele gebouwen in halfopen bebouwing, gelegen tussen de Kolonel Daumerielaan, Tervuurenlaan, Isidoor Gerardlaan
  3. GEBIED C : groengebied gelegen tussen Tervuursesteenweg, Vosdreef, Micaralaan, Isidoor Gerardlaan en Tervurenlaan.
  1. De bestaand gebouwen waarvan de bestemming, het volume en uitzicht niet beantwoorden aan de voorschriften van het plan mogen in hun huidige staat worden behouden.

Verbouwingswerken in de opgelegde inplantingen mogen eraan gebracht worden in zoverre de totale bebouwde oppervlakte van het gebouw die voorzien door het plan niet overschrijdt.

Buiten die implantaties zijn slechts onderhoudswerken toegestaan, voor zover die niet leiden tot een verhoging van het volume.

  1. GEBIEDEN VOOR OPEN BEBOUWING (GEBIEDEN A en B)
  1. Bestemming

Uitsluitend bestemd voor woningbouw. Iedere handelsactiviteit is daar verboden.

  1. Inplanting

De gebouwen worden ingeplant volgens de op het plan opgegeven grenzen. De voor ieder perceel opgegeven bebouwde oppervlakte vormt een maximale bezetting van van de voor bouwwerken gereserveerde ruimte. Zo geen melding gemarkt wordt van de bebouwde oppervlakte dan is de bebouwbare grondoppervlakte voor ieder perceel, gelegen tussen de Isidoor Gerardlaan en het groengebied (zuidelijke rand van deze verkeersweg), beperkt tot SB (bebouwde oppervlakte) = 250 m2 en voor de andere percelen is deze oppervlakte beperkt tot SB (bebouwde oppervlakte) = 400 m2.

In alle gevallen is de grondinneming beperkt tot 30

  1. Gabarit

De bouwwerken mogen niet hoger zijn dan het op het plan aangegeven gabarit. De hoogte moet genomen worden in de aslijn van het gebouw tussen de kroonlijn en het aangelegd peil van het terrein.

Alle woningen moeten een oppervlakte hebben tenminste 150 m2, waarbij de maten genomen worden, inclusief muurdikte.

  1. Daken

De gebouwen moeten een dak hebben met ten minste 2 dakschilden met een helling van 40 tot 50 graden ten opzichte van de horizontale.

De daken van de woningen in het gebied met half open bebouwing zullen voor dezelfde helling hebben en bestaan uit dezelfde materialen.

Voor alle binnen de omtrek van het plan gelegen bouwwerken zijn die materialen: natuur- of kunsteleien en de dakpannen zijn donkerrood tot zwart, met uitzondering van de geverniste dakpannen.

Dakvensters zijn toegelaten over twee derde van de ontwikkelde gevellengte. Ten opzichte van het vlak van de dakschild mogen zij niet meer dan 1,20m uitstekken.

  1. Uitzicht van het bouwwerk.

Alle gevels dienen te worden uitgevoerd met parament materialen. Het esthetisch uitzicht moet bijzonder worden verzorgd. Materialen met schreeuwende kleuren en geverniste baksteen zijn verboden.

  1. Garages

In de kelderverdiepingen mogen garages en parkeerruimten worden ingericht, als zij vanop de weg bereikbaar zijn met inachtneming van de omzendbrief nr. 27/1 van 10.09.1965 van het Ministerie van Openbare Werken.

Geen enkel rijweg voor voortuigen mag verder lopen dan de rooilijn van de gevel die het verst van de weg afstaat.

Geen enkel voertuig mag worden geparkeerd buiten de achteruitbouwstrook, behalve in de kelderverdieping.

Laterale toegangen tot de garages in de kelderverdiepingen zijn toegelaten op voorwaarde dat alle nodige voorzorg maat regelen zijn getroffen met het oog op de instandhouding van de stabiliteit van de grond de belendende gebouwen.

  1. Achteruitbouwstrook

De achter uitbouwstroken tussen de straat en het gebouw zijn uitsluitend voorbehouden voor beplanting op ten minste 1/6 van hun oppervlakte, voor trappen en toegangswegen tot gebouwen, voor afritten naar de garages, met uitsluiting van alle andere constructies.

  1. Gebied van binnenpleinen en tuinen

Dit gebied is uitsluiten bestemd voor particulieren tuinen, de aanleg ervan bestaat uit grasperken en hoog en laagstammige beplantingen evenals de toegangswegen naar de gebouwen. Het vellen van de bestaande hoogstammige bomen is verboden, tenzij als zulks om veiligheidsredenen noodzakelijk is, en overeenkomstig de reglementering ter zake. Alle oppervlakten die geen constructies boven de grond krijgen, inclusief die aangelegd boven een ondergrond constructie, zijn tuinen en vormen een greengebied. De afsluitingen tussen de eigendommen bestaan uit levende hagen van verschillende houtsoort en gebladerde op metalen geraamte met een maximum hoogte van 2,00m

Alle publiciteit is verboden.

  1. Afsluitingen aan de straatkant

De afsluitingen aan de straatkant worden uitgevoerd het muurtjes van 30 cm hoogte, opgetrokken in een parement materiaal. De ingaan mogen worden afgezoomd met maaltjes van ten hoogste hoog.

Een levende haag van hoogte mag parallel met voornoemde muurtjes aan de kan van de achteruitbouwzone worden geplant.

Deze haag moet geregeld worden dunheid.

  1. GROENGEBIED (GEBIED C)

de hele zone van het gebied waarop dit plan van aanleg betrekking heeft, die niet afgebakend is als gebied voor open bebouwing of als wegennet, wordt beschouwd als groengebied, het betreft een uitbreiding van het zonen woud dat bij K.B. van 02.12.1959 als beschermde zone is ingedeeld.

Dit gebied C wordt beschouwd als gemeentelijk gebied van esthetisch belang. Uit plan hoofde is het verboden daarin nieuwe bouwwerken op te trekken of nieuwe wegen of straten aan te leggen.

Het gebied valt onder de rechtsmacht van het Bestuur Waters en Bossen. Het gebied met “erfdienstbaarheid rondom de Bossen” bestaande uit een gedeelte van de percelen tussen de Isidoor gerardlaan en het woud (zuidelijke rand van die verkeersweg) wordt beschouwd als groengebied. Het zal mogen worden beplant en zal moeten worden onderhouden als een gebied van binnenpleinen op tuinen daarin begrepen het aanbrengen van afsluitingen.