Bestuur & Politiek

Huishoudelijk reglement van het college van burgemeester en schepenen

Hoofdstuk I: Algemeen

Artikel 1: Dit huishoudelijk reglement is van toepassing op de gewone vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 2: Behoudens beslissing van de burgemeester, vinden de gewone vergaderingen plaats elke dinsdag vanaf 10.00 uur in de "zaal van het college" van het gemeentehuis, Idiersstraat.

Artikel 3: De vergadering vindt plaats onder het voorzitterschap van de burgemeester of, wanneer hij verhinderd is, van de eerstgekozen schepen en zo verder.

De voorzitter van het OCMW woont de vergaderingen van het college bij. Hij wordt niet meegerekend voor het aanwezigheidsquorum.

De voorzitter van het OCMW kan niet zetelen:

- wanneer het college het toezicht uitoefent op de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn;

- in tuchtzaken;

- in zaken van vestiging en invordering van belastingen.

Hoofdstuk II: Agenda

Artikel 4: De ontwerpagenda wordt vastgesteld door de gemeentesecretaris uiterlijk de eerste werkdag van de week voor de vergadering na goedkeuring van de agendapunten door de schepenen en de burgemeester.

Artikel 5: De punten van de ontwerpagenda moeten duidelijk zijn en telkens het voorstel van besluit en van beraadslaging van de diensten vermelden.

Wanneer er een budgettaire weerslag is, moet het verslag daarvan melding maken, de ontvangsten vermelden of het ingeroepen artikel en de noodzaak, al dan niet, van een begrotingswijziging. De ontwerpagenda moet geviseerd worden door de Ontvanger. In geval van een besluit waarbij een werknemer betrokken is, moet de HR-beheerder haar paraaf plaatsen.

In geval van een besluit met een impact op de veiligheid en het welzijn van de werknemers (wijziging arbeidsplaats, aankoop werkkledij of werkmateriaal te gebruiken door de werknemers), moet de goedkeuring gevraagd worden van de preventieadviseur.

Artikel 6: De agenda wordt op de maandag voor de datum van het college, uiterlijk 's middags, meegedeeld aan de leden van het college, aan de voorzitter van het OCMW en aan de leden van het directiecomité.

Bij de agenda kan een ontwerp van proces-verbaal gevoegd zijn, met naast de titels van de agendapunten, de voorstellen van besluit.

Artikel 7: Wanneer een lid van het college meent een belangenconflict te hebben in de zin van artikel 92 van de Nieuwe Gemeentewet of wanneer er een belangenconflict bestaat in hoofde van een lid van het college, zijn of haar partner of één van zijn/haar ouders of verwanten tot de 4 de graad in de zin van artikel 6 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten of er een conflictsituatie bestaat in de zin van artikel 69 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, dient hij/zij de secretaris daarvan op de hoogte te brengen alvorens enig punt te viseren waarvan een dienst vraagt dat het op de agenda staat van het college of de raad of voor de vergadering waarbij een van zijn/haar collega's dergelijk punt op de agenda geplaatst heeft.

Wanneer een personeelslid zich in dezelfde situatie bevindt, kan hij/zij het besluit niet opstellen, viseren noch uitvoeren waarbij een situatie van belangenconflict gecreëerd wordt of wanneer het besluit aanleiding geeft tot een conflictsituatie.

Artikel 8: De verslagen die de voorschriften aangaande de vorm of de inhoud niet naleven zoals voorgeschreven door onderhavig reglement of het proces geïmplementeerd in het beheerprogramma van de vergaderingen, kunnen niet op de agenda geplaatst worden.

Artikel 9: In zoverre er een objectieve urgentie bestaat, kunnen de diensten en de leden van het college analyses voorleggen die niet opgenomen zijn in de agenda. In dit geval moet de dienst de urgentie melden aan de secretaris en aan de burgemeester die beslissen dit op de agenda te plaatsen.  In de mate van het mogelijke zal de secretaris dit voor de vergadering melden aan de schepenen en aan de voorzitter van het OCMW. Het diensthoofd en de dossierbeheerder die dit verslag opgemaakt heeft, blijven ter beschikking van het college tot wanneer over dit punt beraadslaagd is.

Het verslag aan het college moet in het kort het motief van de urgentie beschrijven, de objectieve redenen waardoor de dienst het punt niet binnen de opgelegde termijn kon voorstellen en de gevolgen van het uitblijven van een beslissing van het college.

Elk lid van het college en de voorzitter van het OCMW kunnen de stemming vragen over een punt dat dringend ingediend is.

Hoofdstuk III: De vergadering

Artikel 10: De agenda wordt voorgesteld door de voorzitter van de vergadering.

Wanneer personen gehoord moeten worden, wordt daarmee gestart. Vervolgens worden de punten besproken voor dewelke de voorzitter van het OCMW niet mag zetelen en de vergadering eindigt met de behandeling van de punten die dringend ingediend zijn.

Artikel 11: De gemeentesecretaris kan juridisch en administratief advies verlenen aan het college. Wat de punten betreft die dringend ingediend zijn, is de gemeentesecretaris niet gehouden tot enig onderzoek noch advies.

Artikel 12: Voor elk punt kan de stemming gevraagd worden door de voorzitter van de vergadering. In dit geval worden de besluiten genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.