Bestuur & Politiek

Reglement voor de toewijzing van gemeentelijke woningen

Art. 1. Algemeenheden en definities
§ 1. Dit reglement is van toepassing op de verhuur van gemeentewoningen die deel uitmaken van het privédomein van de gemeente, met uitzondering van de transitwoningen.
§ 2. In de zin van dit reglement dient te worden verstaan onder:
1° gemeentewoning: particuliere woning of appartement dat is ingericht als woning voor een gezin, met inbegrip van de eventuele aanhorigheden, en dat door de gemeente te huur wordt aangeboden;
2° ongezonde woning: woning die onbewoonbaar of ongezond werd verklaard of voor afbraak is bestemd, in toepassing van hetzij een besluit van de burgemeester dat werd genomen op basis van artikels 133 en 135, § 2 van de nieuwe gemeentewet, hetzij een beslissing van de directie van de Gewestelijke Huisvestingsinspectie in toepassing van de Brusselse Huisvestingscode, hetzij een advies van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3°aangepaste woning: woning die is ontworpen voor een bepaald type van gezin in overeenstemming met de in artikel 2 van dit reglement vastgelegde normen;
4°kandidaat-huurder: de persoon (of de personen) die een aanvraag indient (indienen) om een gemeentelijke woning te kunnen huren;
5° huurder: de persoon (of de personen) die een gezin vormt (vormen) of er deel van uitmaakt (uitmaken) en die een huurovereenkomst sluit (sluiten) met de gemeente;
6° gezin: de persoon die alleen woont of de personen die feitelijk samenwonen, ook al zijn ze niet op het betrokken adres in het bevolkingsregister ingeschreven;
7° register: het register waarin de kandidaat-huurders door de gemeente worden ingeschreven in overeenstemming met artikel 5 van dit reglement en dat digitaal kan worden beheerd; 
8°gehandicapte: de persoon die als gehandicapte wordt beschouwd in overeenstemming met artikel 135, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;
9°kind ten laste: kind dat onder de aansprakelijkheid valt van één van de gezinsleden die tevens de rechthebbende van de kinderbijslag is; een gehandicapt kind wordt geteld als twee kinderen ten laste;
10° inkomsten: de netto-inkomsten uit onroerende of roerende goederen en het belastbaar nettobedrag van de beroepsinkomsten vóór iedere aftrek, vermeerderd of verminderd met de onderhoudsuitkeringen die werden ontvangen of betaald en de aftrek voor kinderopvang zoals voorzien in het Wetboek van de inkomstenbelastingen. De bedoelde inkomsten worden vastgesteld op basis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen van het land waar ze worden belast. Studiebeurzen die worden uitgekeerd aan gezinsleden die geen kind ten laste zijn, worden ook als inkomsten beschouwd. De inkomsten hebben betrekking op het jaar dat voorafgaat aan het verkrijgen van de gemeentelijke woning;
11° worden ook als inkomsten beschouwd: het bedrag van het leefloon of de equivalente bijstand, de kinderbijslag en de toelagen voor gehandicapten. De volgende toelagen worden als toelagen voor gehandicapten beschouwd: de inkomensvervangende tegemoetkoming in de zin van de wet van 27 februari 1987, het bedrag dat hieraan gelijk is in de zin van artikel 28 van de wet van 27 februari 1987 voor de gehandicapten aan wie een tegemoetkoming werd toegekend die vóór 1 januari 1975 is ingegaan of de gewone of bijzondere toelage bepaald door de wet van 27 juni 1989 voor de gehandicapten aan wie een gewone toelage werd toegekend die na 31 december 1974 maar vóór 1 juli 1987 is ingegaan;
12° gezinsinkomsten: de globale inkomsten van alle gezinsleden, met uitzondering van die van de kinderen ten laste; de inkomsten van gehandicapten en van kinderen jonger dan 21 jaar worden evenwel slechts voor de helft in rekening gebracht;
13° onafhankelijke commissie voor de toewijzing van de woningen (OCTW): onafhankelijke commissie opgericht binnen de gemeente met het oog op de toewijzing van de woningen die toebehoren aan de gemeente en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. De gemeenteraad stelt de samenstelling en de werkwijze van deze commissie vast.
 
Artikel 2. Aangepaste woning
Om als geschikt voor verhuur te kunnen worden beschouwd, moet de woning in functie van de samenstelling van het gezin over het volgende aantal slaapkamers beschikken:
1° een slaapkamer per alleenstaande persoon of per koppel. Flats of studio's zijn ook geschikt voor een alleenstaande persoon of een koppel;
2° een bijkomende slaapkamer per kind; voor twee kinderen van hetzelfde geslacht die jonger zijn dan 12 jaar of twee kinderen van een verschillend geslacht die beide jonger zijn dan 9 jaar, volstaat echter één kamer voor zover zij niet gehandicapt zijn;
3° een bijkomende slaapkamer voor de meerderjarige persoon of het koppel dat deel uitmaakt van het gezin
Er wordt rekening gehouden met de kinderen die niet permanent in het gezin aanwezig zijn wanneer een vonnis of een overeenkomst voorziet in hun halftijdse aanwezigheid of residentieel bezoekrecht.
 
Artikel 3. Kandidaturen
§ 1. De aanvragen worden ingediend via het formulier in bijlage 1. Dit formulier is beschikbaar op de website van de gemeente. 
Het formulier moet verplicht worden vergezeld van de volgende documenten: :
 1° een recto-versokopie van de identiteitskaart of het paspoort van alle meerderjarige gezinsleden;
 2° een recente gezinssamenstelling afgeleverd door het gemeentebestuur;
 3° in voorkomend geval, een kopie van het vonnis of van de overeenkomst die de voorwaarden bepaalt van de kinderopvang van de kinderen die niet permanent bij het gezin wonen;
 4° een verklaring op erewoord dat geen enkel ander gezinslid de volle eigendom, de erfpacht of het vruchtgebruik heeft van een onroerend goed dat bestemd is als woning;
 5° een bewijs van het inkomen van elk gezinslid dat geen kind ten laste is: het laatste beschikbare aanslagbiljet of bij het ontbreken hiervan, elk ander document dat het mogelijk maakt om het bedrag van het inkomen van de gezinsleden vast te stellen;
 6° in voorkomend geval, elk document dat door het gemeentebestuur nuttig wordt geacht om het aantal voorrangspunten te kunnen bepalen waarop de kandidaat-huurder recht heeft op grond van artikel 7.
§ 2. Het formulier dient volledig te worden ingevuld en te worden ondertekend door de kandidaat-huurder, door de persoon met wie hij gehuwd is of feitelijk samenwoont en door de andere meerderjarige gezinsleden.
§ 3. De aanvraag wordt per aangetekende brief naar de gemeente gestuurd of wordt er tegen ontvangstbewijs afgegeven. De poststempel of de datum van het ontvangstbewijs geldt als bewijs voor de datum van de indiening van de aanvraag.
§ 4. Het gemeentebestuur beschikt over een termijn van vijftien werkdagen, vanaf de dag waarop het dossier volledig is, om zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van de aanvraag en om de kandidaat, per aangetekende brief, kennis te geven van haar met redenen omklede beslissing.
Samen met deze brief ontvangt de kandidaat-huurder, indien de aanvraag is goedgekeurd, een ontvangstbewijs met vermelding van de datum van de inschrijving, het inschrijvingsnummer in het register en de na te leven verplichtingen voor de opvolging van zijn dossier.
§ 5. De kandidaat-huurder meldt binnen een maximumtermijn van twee maanden iedere wijziging in de gezinssamenstelling, iedere adreswijziging of elke andere informatie die zijn oorspronkelijke inschrijving zou wijzigen. Als hij dit nalaat, kan zijn kandidatuur worden geschrapt.
§ 6. De kandidaat-huurder bevestigt jaarlijks, op vraag van de gemeente, zijn kandidatuur binnen 30 dagen na de verjaardag van zijn inschrijving. De jaarlijkse bevestiging wordt per aangetekende brief naar de gemeente gestuurd of wordt er tegen ontvangstbewijs afgegeven.
 
Artikel 4. Toelatingsvoorwaarden
Om in het register van kandidaat-huurders te kunnen worden ingeschreven:
1° moet de kandidaat-huurder meerderjarig zijn, ontvoogd minderjarige zijn of begeleid zelfstandig wonend minderjarige zijn (de begeleid zelfstandig wonende minderjarige is de persoon die jonger dan achttien jaar is en die een maatregel voor begeleid zelfstandig wonen geniet die werd vastgesteld door de bevoegde diensten van jeugdbijstand, de jeugdrechtbank of het OCMW);
2° mag geen enkel gezinslid van de kandidaat-huurder de volle eigendom, de erfpacht of het vruchtgebruik van een onroerend goed met een woonbestemming hebben.
 
Artikel 5. Register
§ 1. De gemeente houdt een register bij met, in chronologische volgorde van de indiening van de aanvragen, de geanonimiseerde lijst van de aanvragers voor de toewijzing van een van die woningen.
Het register vermeldt het nummer van de kandidatuur, de datum van inschrijving, de gezinssamenstelling en het type van gevraagde woning.
Dit register vermeldt voor elke aanvrager van wie de identiteit via een volgnummer wordt vastgesteld:
1° de verschillende kenmerken van de situatie waarmee rekening wordt gehouden voor de toewijzing van de woning, met uitzondering van zijn identiteit. Het gaat zowel om informatie die het mogelijk maakt het aangepaste karakter van een beschikbare woning te bepalen, zoals (niet exhaustief) de gezinssamenstelling, de gezondheidstoestand of de aanwezigheid van een handicap, als om de elementen die de aanvrager in de mogelijkheid stellen om één of ander wegingscriterium te doen gelden in overeenstemming met artikel 29, tweede lid van de Code;
2° de hem toegewezen woning;
3° het adres van deze woning;
4° de datum van de gunningsbeslissing;
5° in voorkomend geval, zijn aanspraak op de huurtoelage;
6° in voorkomend geval, het motief van schrapping van het register.
In geval van wijziging van de kenmerken van de situatie van de aanvrager wordt het register zo snel mogelijk aangepast.
Het register vermeldt geen identiteitsgegevens van de aanvragers. Het verband tussen elk registernummer en de identiteit van de aanvrager is enkel toegankelijk voor het beheersorgaan van de operator of de gemachtigde ambtenaar.
§ 2. Dit register kan worden geraadpleegd door minstens de aanvragers, de gemeenteraadsleden, de adviseurs van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van deze gemeente en de leden van het Parlement en van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
§ 3. Om het beheer van haar patrimonium te vergemakkelijken, kan de gemeente ook een geïnformatiseerd register bijhouden waarmee ze gedifferentieerde lijsten kan opmaken in functie van het type van woning (in functie van het aantal kamers, doorstromingslijsten, lijsten voor aangepaste woningen, enz.), steeds met inachtneming van de chronologische volgorde.
 
Artikel 6. Algemeen toewijzingsprincipe
§1. Met uitzondering van de in artikel 11 van dit reglement bedoelde afwijkingen wijst het college van burgemeester en schepenen de woning toe aan de op de lijst ingeschreven kandidaat-huurder die het best gerangschikt is van alle kandidaten die, met inachtneming van de voorziene vormen en termijnen, een positief antwoord hebben gegeven op de brief bedoeld in artikel 8, § 1 van het reglement op eensluidend advies van de OCTW.
§ 2. De toewijzingsbeslissing volgt de chronologische volgorde van de aanvragen van het register die in overeenstemming zijn met de locatie en het aantal kamers van de betrokken woning. De chronologische volgorde wordt evenwel gewogen door de voorrangsregels die in artikel 7 zijn vastgelegd. Deze regels zijn opgesteld met inachtneming van de bepalingen van Titel X van de Huisvestingscode.
§ 3. Bij de toewijzing van de woning zal, voor de toepassing van het tweede lid, rekening worden gehouden met het kind dat in aanmerking komt/de kinderen die in aanmerking komen voor modaliteiten tot huisvesting bij het één of andere lid van het gezin, zoals vastgelegd in een gerechtelijke beslissing.
§ 4. De huur bedraagt minder dan 40% van het gezinsinkomen.
 
Artikel 7. Voorrangsregels
1. Beschikken over een inkomen dat toelaat om een sociale woning te huren of 10% superieur
2. Toestand van dringende omstandigheden
3. Een onaangepaste sociale woning moeten verlaten
4. Een ongeschoolde of laaggeschoolde gemeente- of OCMW-ambtenaar zijn
 
Artikel 8. Toewijzingsprocedure
§ 1. Telkens wanneer het college van burgemeester en schepenen een van zijn vacante huurwoningen moet toewijzen, neemt die per aangetekende brief of met ieder ander middel waarmee kan worden bewezen dat de brief ontvangen is, contact op met de kandidaat-huurders uit het register van wie de kandidatuur overeenstemt met de beschikbare woning en die het hoogst gerangschikt staan op grond van artikel 7.
Deze brief aan de betrokken aanvragers bevat de volgende informatie:
1°de beschikbaarheid en het type van de desbetreffende woning;
2° het adres van de desbetreffende woning;
3° de huurprijs die zal worden gevraagd;
4° het bedrag van de eventuele vaste huurkosten;
5° de regels voor het bezoek aan het goed, met name de datum, het uur en de plaats van de afspraak;
6°de regels, met inbegrip van de termijn, die de aanvragers moeten naleven om hun akkoord te geven voor het huren van de woning;
7° in voorkomend geval, zijn recht op een huurtoelage en de details hiervan;
8°de regels en de criteria voor de toewijzing van de woning, de brief bevat de volledige tekst van het door de gemeente goedgekeurde toewijzingsreglement.
De modaliteiten voor het bezoek en de mededeling van een akkoord zijn identiek voor alle aanvragers en zijn zodanig opgevat dat wordt vermeden dat bepaalde categorieën van normaal gerede aanvragers zonder aanvaardbaar bewijs uit de boot vallen.
§ 2. Het college van burgemeester en schepenen doet een uitspraak op basis van het eensluidend advies van de OCTW.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen stelt de in § 2 bedoelde niet-geselecteerde kandidaat-huurders in kennis van de redenen waarom de woning niet aan hen werd toegewezen en brengt hen op de hoogte van de beroepsmogelijkheden en -termijnen.
§ 4. De huurovereenkomst treedt pas in werking na het verstrijken van de termijn van het administratief beroep, of indien die werd ingesteld, op de dag van de in beroep genomen beslissing.
 
Artikel 9. Weigering van een woning
§ 1. Elke kandidaat-huurder heeft de mogelijkheid om een aangepaste woning te weigeren. Deze weigering moet met redenen omkleed zijn en per aangetekende brief worden gestuurd of worden afgeleverd tegen ontvangstbewijs.
 § 2.De kandidaat-huurder kan zonder te worden gesanctioneerd een woning weigeren die één van de volgende kenmerken vertoont:
1° een woning waarvan de vereiste huurprijs, met inbegrip van de lasten, de financiële mogelijkheden van het gezin overschrijden;
2° een woning die duidelijk niet aan de beperking van de kandidaat-huurder is aangepast.
De kandidaat moet de elementen bezorgen op basis waarvan de openbare vastgoedbeheerders kan beoordelen of het ingeroepen argument gegrond is.
Wie een aangepaste woning weigert, wordt uit het register geschrapt en verliest de chronologische volgorde.
 
Artikel 10. Mutaties
Op zijn verzoek kan de huurder die in een gemeentewoning woont die niet langer aan de grootte van zijn gezin is aangepast, een beschikbare aangepaste woning aangeboden krijgen.
Deze aanvragen worden op een gedifferentieerde lijst geschreven.
 
Artikel 11. Afwijkingen
Het college van burgemeester en schepenen kan enkel van het toewijzingsreglement afwijken op eensluidend advies van de OCTW en enkel:
1° indien het afwijkingsmechanisme, bedoeld in artikel 5, § 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2017 houdende de regels die van toepassing zijn op de woningen die door openbare vastgoedbeheerders en door de sociale verhuurkantoren te huur worden gesteld, moet worden toegepast;
2° wanneer de aanvrager zich in een situatie van extreme nood bevindt;
3° wanneer de toewijzing betrekking heeft op de verhuur van woningen die zijn aangepast voor het gebruik van als gehandicapte erkende personen;
4° wanneer de woningen zijn ontworpen voor ouderen en zij de begunstigde zijn van specifieke diensten;
5° wanneer de toewijzing gebeurt in het kader van een mutatie;
6° wanneer de toewijzing gebeurt in het kader van een herhuisvestingsplan van huurders van woningen die door de openbare vastgoedbeheerder worden beheerd en zullen worden gerenoveerd.
Deze afwijking moet formeel met redenen worden omkleed en op de kant van het register worden vermeld.
 
Artikel 12. Straffen en administratief beroep
§ 1. Het beroep tot wijziging bedoeld in artikel 32, § 2 van de Brusselse Huisvestingscode moet worden ingediend binnen de maand na kennisgeving van de toewijzingsbeslissing. Dit beroep heeft betrekking op elke beslissing die een kandidaat-huurder benadeelt, met inbegrip van een beslissing tot onontvankelijkheid die op basis van artikel 4, § 3 van dit reglement wordt genomen. 
Dit beroep wordt per aangetekende brief aan het college van burgemeester en schepenen gericht.
In het beroep worden de betwiste beslissing en de redenen die daaraan de grondslag van liggen duidelijk vermeld.
§ 2. Vanaf de in de vorige paragraaf bedoelde datum van indiening van het beroep dient het college van burgemeester en schepenen binnen één maand een uitspraak te doen over het beroep.
Het college van burgemeester en schepenen bevestigt of wijzigt de betwiste beslissing. In dat laatste geval draagt zijn beslissing alle gevolgen van een op grond van artikel 8 genomen gunningsbeslissing. 
De in beroep genomen beslissing wordt ter kennis van de verzoeker gebracht en vermeldt de gewone beschikbare beroepsprocedures.
 
Artikel 13. Formele motivering
De beslissing tot toewijzing van een woning en de beslissing in beroep moeten formeel met redenen worden omkleed en voldoen aan de voorschriften ingevoerd in de Brusselse Huisvestingscode in Hoofdstuk III van Titel XI door de ordonnantie van 27 juli 2017 houdende de regionalisering van de woninghuurovereenkomst.
 
Artikel 14. Jaarlijks verslag aan de gemeenteraad
Het college van burgemeester en schepenen brengt aan de gemeenteraad jaarlijks verslag uit van zijn toewijzingsbeslissingen. Het jaarverslag vermeldt voor iedere toegekende woning de namen van de kandidaat-huurders die in toepassing van artikel 8 werden gekozen, de berekening op basis waarvan er werd gekozen tussen de aanvragers of in voorkomend geval de motiveringen die aan de basis liggen van de toepassing van artikel 10, de kandidaat-huurder die uiteindelijk werd geselecteerd en de kenmerken van zijn gezin en de woning.
 
Artikel 15. Jaarlijks verslag aan de regering
Vóór 1 juli van elk jaar bezorgt het college van burgemeester en schepenen de regering de op 31 december van het vorige jaar vastgestelde inventaris van alle woningen waarvoor hij houder van een zakelijk hoofdrecht is en/of die te huur worden gesteld, met vermelding van de ligging, het type, de bewoonbare oppervlakte, het aantal kamers, de huurprijs en de naam van de huurder.
 
Artikel 16. Inwerkingtreding
Dit reglement is niet van toepassing op de toewijzing van woningen die voor verhuring beschikbaar zijn vóór ……………. 2018, behalve indien de procedure voor toekenning op deze datum nog niet is gestart