Bestuur & Politiek

Verordening betreffende economische steunmaatregelen in het kader van de coronacrisis via de terugbetaling van de onroerende voorheffing

Artikel 1

Er wordt een terugbetaling voorzien voor het gemeentelijk deel van de onroerende voorheffing voor de uitbaters van een commerciële activiteit met één of meerdere vestigingseenheden en/of maatschappelijke zetels die zich uitsluitend op het grondgebied van de gemeente Oudergem bevinden en waarvan de activiteiten volledig of deels opgeschort zijn naar aanleiding van de noodmaatregelen die de federale regering genomen heeft om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan.

Artikel 2

Rechtspersonen of natuurlijke personen die een of meerdere vestigingseenheden op het grondgebied van andere gemeentes hebben, genieten geen terugbetaling van het gemeentelijk deel van de onroerende voorheffing.

Artikel 3

§1 De terugbetaling van de onroerende voorheffing wordt berekend op basis van het aantal sluitingsmaanden. Elke begonnen maand wordt als een volledige maand geteld.

Het aantal sluitingsmaanden wordt bepaald volgens de officiële maatregelen die door de federale regering en de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken genomen zijn.

§2 De terugbetaling wordt enkel berekend op het gemeentelijk deel van de onroerende voorheffing.

§3 De terugbetaling bedraagt maximaal € 3000 en er geldt geen minimumbedrag.

Artikel 4

§1 Er is geen automatische terugbetaling. Elke terugbetaling moet schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen aangevraagd worden en dat uiterlijk op 31 december 2020.

§2 Onverminderd paragraaf 4 kan er enkel een terugbetaling worden toegekend indien de aanvrager het betalingsbewijs van de laatste onroerende voorheffing voorlegt.

§3 De aanvraag moet ingediend worden door een geldig gemachtigd persoon die de aanvrager vertegenwoordigt en dient de volgende gegevens te bevatten:

* naam van de handelszaak, adres en het inschrijvingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen of het btw-nummer;

* korte omschrijving van de handelsactiviteiten;

* kopie van het laatste aanslagbiljet van de onroerende voorheffing voor het betreffende gebouw;

* betalingsbewijs van de onroerende voorheffing.

§4 Indien de aanvrager een nieuwe handelszaak uitbaat en indien de laatste onroerende voorheffing ingekohierd is ten laste van de vorige eigenaar van het gebouw, dient de aanvrager een kopie van het aanslagbiljet voor te legen om meteen een terugbetaling te ontvangen.

Artikel 5

Om de verwerking van de ingediende aanvragen te verzekeren, bepaalt het college van burgemeester en schepenen welke leden van het gemeentepersoneel gemachtigd zijn voor het uitvoeren van alle fiscaleonderzoeksbevoegdheden krachtens titel VII, hoofdstukken 1,3, 4 en 6 tot en met 9 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

Artikel 6

In geval van betwisting kan de aanvrager of zijn vertegenwoordiger een klacht indienen bij het college van burgemeester en schepenen dat als administratieve overheid optreedt.

De klacht moet gemotiveerd zijn en ingediend worden binnen drie maanden te rekenen vanaf de bekendmaking van de beslissing betreffende de aanvraag tot terugbetaling.