Bestuur & Politiek

Mondelinge vraag van de heer Jeremy Van Gorp en mevrouw Martine Maelschalck (MR-OpenVLD) over het gebruik van de beelden van de videobewaking van de MIVB

Geachte heer voorzitter van de raad,
Geachte collega's,
In antwoord op een vraag van de politieraad van 18 maart 2019 deelde de korpschef mij mee dat er nog steeds geen rechtstreekse verbinding is tussen de videobewakingscamera's van de MIVB-metrostations en het politiecommissariaat Tritomas. "Niet dat er geen vraag naar is", zei hij in feite. Hij maakte ook duidelijk dat hij erop zal blijven hameren. Ter herinnering, het was in de nasleep van de aanslagen in Brussel, die drie jaar geleden 32 mensen het leven kostten, dat duidelijk werd dat zo'n verbinding nodig was.
Bovendien hebben wij op dezelfde politieraad vernomen dat in de hele zone meer fietsen worden gestolen, waarbij de meeste diefstallen gebeuren op de openbare weg in Oudergem en Watermaal-Bosvoorde. De omgeving van openbare vervoerstations is dan ook een plek waar veel fietsen worden gestald - en dus mogelijk gestolen.
Mijn vraag is deze:
  • Welke instantie is verantwoordelijk voor de terughoudendheid om de videobewakingsbeelden van de MIVB te gebruiken en waarom?
Alvast bedankt voor uw antwoord.
Jérémy Van Gorp en Martine Maelschalck, gemeenteraadsleden voor MR-Open VLD
  • Antwoord van mevrouw de Vos, waarnemend burgemeester
Hoewel het delen van de MIVB-beelden al in 2012 werd aangekondigd door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, werd het in de praktijk nog niet gerealiseerd. De aankondiging volgde op het overlijden van een MIVB-begeleider dat jaar. Er is inderdaad een wet goedgekeurd die de politiediensten vrij toegang geeft tot de beelden van de bewakingscamera's van de openbare vervoersmaatschappijen en bepaalde strategische locaties, maar het koninklijk uitvoeringsbesluit is er nooit gekomen, ondanks verschillende herinneringen (Op het laatste schrijven aan Jambon, op 9 juli 2018, is nog altijd geen antwoord gekomen).
In 2015 verklaarde minister-president Rudi Vervoort in LDH van 15/12/2015 dat "het systeem nog niet operationeel is, omdat er nog altijd wordt gewacht op een uitvoeringsbesluit van het ministerie van Binnenlandse Zaken."
In 2018 herhaalde de minister-president, toen hem hier opnieuw naar werd gevraagd, dat hij nog altijd wachtte op het uitvoeringsbesluit en een advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat hij een jaar eerder had gevraagd. 
Onze verhinderd burgemeester DG heeft dit dossier altijd van dichtbij opgevolgd en heeft in 2018 in een schrijven aan RV gevraagd naar de stand van zaken en verzocht om de uitvoering ervan te bespoedigen. Dit schrijven heeft geleid tot de goedkeuring door de RBHG van een specifieke nota over videobewaking. 
Er dient opgemerkt dat het Gewest op het vlak van veiligheid en meer bepaald op het vlak van videobeveiliging geen enkele wettelijke of reglementaire bevoegdheid heeft om de overdracht van gegevens toe te staan. De federale overheid blijft als enige bevoegd om het referentiekader aan te passen. 
Voor het specifieke probleem met de toegang tot de beelden van het openbaar vervoer bepaalt de wet van 3 augustus 2012, zoals vermeld, dat de openbare vervoersmaatschappijen hun bewakingsbeelden moeten overdragen aan de lokale politiediensten. Deze wet moest vergezeld gaan van een uitvoeringsbesluit, dat zoals hierboven aangehaald nooit door de federale regering is genomen. 
Op Brussels niveau biedt de BPV-ordonnantie, die eind 2018 door het Parlement werd goedgekeurd, een technische oplossing voor het delen en opslaan van gegevens (niet voor het overdragen ervan), en zal ze nauwkeurig definiëren wie verantwoordelijk is voor de verwerking van de gegevens, door samenwerkingsprotocollen die nu ondertekend moeten worden door de MIVB en de politiezones voor het delen van beelden.
Men moet dus een logge procedure van meerdere en opeenvolgende overeenkomstprotocollen doorploeteren om uiteindelijk te komen tot een rechtstreekse overdracht van gegevens tussen de Brusselse politiezones, terwijl dit niet nodig was geweest, als het uitvoeringsbesluit van de wet betreffende de videobewaking was aangenomen. 
Maar in de praktijk is dit geen oplossing voor het probleem met beelden in stations van de NMBS (bv. DELTA), die onder de bevoegdheid van de spoorwegpolitie (en dus van de federale overheid) vallen en waarvoor het ontbrekende uitvoeringsbesluit niet door de BPV-ordonnantie wordt "opgelost".
Conclusie: ondanks de toetreding van onze zone in 2016 tot het gewestelijk videobewakingsplatform, is er meer dan drie jaar na de aanslagen in de Brusselse metro nog steeds geen enkel beeld van de MIVB in real time te zien in onze dispatching, ook al zou dit niet langer uitgesteld mogen worden door de oplossing die de ordonnantie biedt via overeenkomsten tussen de MIVB en de politiezones.