Bestuur & Politiek

Belastingreglement op prive-clubs en op de inrichtingen waarvan de toegang voorbehouden is aan personen die zich onderwerpen aan zekere formaliteiten

Artikel 1

Er wordt vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2025 , een jaarlijkse belasting geheven op prive-clubs en op de inrichtingen waarvan de toegang voorbehouden is aan personen die zich onderwerpen aan zekere formaliteiten.

Onder prive-clubs en inrichtingen waarvan de toegang voorbehouden is aan personen die zich onderwerpen aan zekere formaliteitenmoet worden verstaan :

De inrichtingen waarvan de toegang

1. voorbehouden aan bepaalde personen op basis van hun opleidingsniveau of hun sociale of financiële achtergrond en ondergeschikt aan de vervulling van bepaalde formaliteiten is ;

2. ofwel verboden aan minderjarigen is en waarvan de activiteit impliceert het gebruik van kansspelen of fysieke prestaties van de uitbaters, van hun aangestelden of onderaannemers zonder dat het doel van de gezegde prestaties enkel van therapeutieke, sportieve of culturele natuur zijn ;

3. ofwel waarvan de klanten er gewoonlijk dansen en dranken verbruiken.

Artikel 2

De aanslagvoet wordt gebracht op 2.000 Euro's per jaar en per prive-clubs en inrichtingen.

De aanslagvoet wordt gebracht op 3.000 Euro's wanneer de vloeroppervlakte die dient voor de uitbating van de privé-club of inrichting 100 m² bereikt of meer.

Hij wordt opgetrokken tot 5.250 Euro's wanneer de vloeroppervlakte 400m2 bereikt of meer voor de nrichtingen waarvan de toegang verboden aan minderjarigen is en waarvan de activiteit impliceert het gebruik van kansspelen of fysieke prestaties van de uitbaters, van hun aangestelden of onderaannemers zonder dat het doel van de gezegde prestaties enkel van therapeutieke, sportieve of culturele natuur zijn.

Artikel 3

De belasting is solidair verschuldigd door de persoon of alle leden van een vereniging zonder juridische persoonlijkheid, die de privé-club of inrichting, waarvan sprake in het 1ste artikel, uitbaten en door de eigenaar van het gebouw waar de privé-club of inrichting, waarover sprake in het 1ste artikel, uitgebaat wordt.
De belasting is geïnd door inkohiering.

Artikel 4

De belasting is onverdeelbaar. Zij is voor het ganse jaar verschuldigd, welke ook de datum
van de ingebruikstelling of van de overname van een bestaande inrichting. Er wordt geen elke vermindering om het even welke reden toegestaan.
De personen die de activiteiten genoemd in artikel 1 uitvoeren zonder winstogend doel en die officieel erkend zijn door het college, zijn vrijgesteld van de belasting.

Artikel 5

Het gemeentebestuur stuurt naar de belastingplichtige een aangifteformulier dat degelijk ingevuld en ondertekend moet teruggezonden worden, binnen de termijn van een maand ingaande op de datum van verzending.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier ontving wordt verondersteld dit formulier bij het gemeentebestuur aan te vragen, ten laatste op de 15de januari die volgt op het betreffende dienstjaar.
De verklaring geldt tot herroeping. In geval van wijziging van de belastbare situatie dient spontaan een nieuwe aangifte te gebeuren door de belastingplichtige binnen een termijn van tien dagen in voege tredend op de dag van de wijziging.
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, zal de  belastingplichtige van ambtswege belast worden.

Artikel 6

Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, zal de belastingplichtige van ambtswege belast worden op basis van de elementen waarover het gemeentebestuur kan beschikken. Bij gebrek aan aangifte of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de ambsthalve ingekohierde belasting  verhoogd met een bedrag ter hoogte van het bedrag van de ambsthalve ingekohierde belastingen en, in geval van herhaling binnen het jaar, met een bedrag ter hoogte van het dubbele van de ambsthalve ingekohierde belasting.

Artikel 7

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de ordonnantie betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen, zijn van toepassing op de gemeentebelastingen de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 8 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen, artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat Wetboek voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen, alsook het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet fiscale schuldvorderingen, met uitzondering van de artikelen 43 tot en met 48, van toepassing op dit belastingreglement voor zover ze niet specifiek de in dit Wetboek bepaalde  fiscale schuldvorderingen  betreffen.