Bestuur & Politiek

Gemeenteraad - huishoudelijk reglement

 


Sektie 1. - DE FREQUENTIE VAN DE VERGADERINGEN VAN DE GEMEENTERAAD.

Artikel 1.
De gemeenteraad vergadert zo dikwijls de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen en ten minste 10 maal per jaar.

Sektie 2. - DE BEVOEGDHEID OM TE BESLISSEN DAT DE GEMEENTERAAD ZAL VERGADEREN.

Artikel 2.
Onverminderd de toepassing van de artikels 3 et 4, behoort de bevoegdheid om te beslissen dat de gemeenteraad zich die dag, op dat uur, zal verenigen aan de Voorzitter van de Gemeenteraad.

Artikel 3.
Ter gelegenheid van één van deze vergaderingen, kan de gemeenteraad beslissen dat ze, op die dag en op dat uur, opnieuw zal vergaderen ten einde het onderzoek, onafgewerkt, van de punten ingeschreven op de dagorde te beëindigen.

Artikel 4.
Op vraag van een derde van de zittinghebbende leden van de gemeenteraad, is de Voorzitter van de Gemeenteraad gehouden de raad op te roepen op de aangeduide dagen en uren.

Wanneer het aantal van de zittinghebbende leden van de gemeenteraad geen veelvoud is van drie, moet, voor de bepaling van het derde, het resultaat van de deling door drie afgerond worden naar de hogere eenheid.


Sektie 3. DE BEVOEGDHEID OM TE BESLISSEN OVER DE DAGORDE VAN DE VERGADERINGEN VAN DE GEMEENTERAAD.

Artikel 5.
Onverminderd de toepassing van de artikels 6 en 7 en van het reglement van 24 mei 2007 betreffende de interpellatie van de bewoners ter attentie van het college van Burgemeester en schepenen, behoort de bevoegdheid om op te stellen over de dagorde van de vergaderingen van de gemeenteraad aan de Voorzitter van de Gemeenteraad.

Artikel 6.
Wanneer de Voorzitter van de Gemeenteraad de gemeenteraad bijeenroept op vraag van een derde van de zittinghebbende leden, omvat de dagorde van de vergadering van de gemeenteraad, bij voorrang, de punten aangeduid door de aanvragers van de vergadering.

Artikel 7.
Elk lid van de gemeenteraad mag de inschrijving vragen van één of meerdere bijkomende punten aan de dagorde van de vergadering van de raad, rekening houdend :
a) dat elk voorstel dat niet op dagorde voorkomt moet overhandigd worden aan de Voorzitter van de Gemeenteraad ten minste vijf vrije dagen voor de vergadering van de gemeenteraad;
b) dat het moet vergezeld zijn van een verklarende nota of elk document dat de gemeenteraad kan voorlichten en van een schatting van de eventuele onkosten;

Bij "vijf vrije dagen" moet men begrijpen vijf dagen van vierentwintig uren, ermee rekening houdend dat de dag van ontvangst, door de burgemeester of diegene die hem vervangt, van het voorstel dat niet op de dagorde voorkomt en de dag van de vergadering van de gemeenteraad niet begrepen zijn binnen deze termijn.

De Voorzitter van de Gemeenteraad deelt terstond de bijkomende punten van de dagorde van de gemeenteraad mee aan de leden van de raad.

Bij gebrek aan enig verklarend document kan de raad beslissen het punt niet te bespreken wegens het ontbreken van de vereiste inlichtingen.

De raad kan weigeren een gelijkaardig voorstel te bespreken dat niet op de agenda voorkomt en dat reeds ingediend werd binnen de drie maand die de bespreking van het voorstel voorafgaat.

Sektie 4. - DE INSCHRIJVING IN OPENBARE ZITTING OF IN BESLOTEN ZITTING VAN DE PUNTEN VAN DE DAGORDE VAN DE VERGADERINGEN VAN DE GEMEENTERAAD.

Artikel 8.
Onverminderd de toepassing van de artikels 9 en 10 , zijn de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar.

Artikel 9.
Behalve wanneer de raad geroepen is te beraadslagen over de begroting, een begrotingswijziging of de rekeningen, kan de gemeenteraad beraadslagend met een tweederde meerderheid van de aanwezige leden, in het belang van de openbare orde en op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid, beslissen dat de vergadering van de raad niet openbaar zal zijn.

Wanneer het aantal van de zittinghebbende leden van de gemeenteraad geen veelvoud is van drie, moet, voor de bepaling van de tweederde, het resultaat van de deling door drie gevolgd door de vermenigvuldiging met twee afgerond worden naar de hogere eenheid.

Artikel 10.
De vergadering van de gemeenteraad is niet openbaar wanneer het om personen gaat.

Het gaat om "personen" wanneer in vraag gesteld worden :
- hetzij andere personen dan de leden van de gemeenteraad of dan de secretaris;
- hetzij het priveeleven van de leden van de raad of van de secretaris.

Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter terstond de behandeling in besloten vergadering.

Artikel 11.
Wanneer de vergadering van de gemeenteraad niet openbaar is mogen enkel aanwezig zijn :
- de leden van de raad,
- de secretaris,
- en indien nodig, personen geroepen om er een beroepsbezigheid uit te oefenen.

Artikel 12.
Uitgezonderd in tuchtzaken kan de besloten vergadering slechts plaatsvinden na de openbare vergadering.
Wanneer tijdens de openbare vergadering blijkt dat de behandeling van een punt in besloten vergadering moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering, enkel met dit doel, worden onderbroken.

Sektie 5. - TERMIJN TUSSEN DE ONTVANGST VAN DE OPROEPING DOOR DE GEMEENTERAADSLEDEN EN DE VERGADERING.

Artikel 13.
Behalve in spoedeisende gevallen geschiedt de oproeping voor de gemeenteraad -waarvan de agendapunten voldoende duidelijk omschreven zijn - per elektronische post, ten minste zeven vrije dagen voor de dag van de vergadering.

Deze termijn wordt tot twee vrije dagen teruggebracht wanneer het gaat om een tweede en derde oproeping voor de gemeenteraad, waarvan er sprake is in artikel 90, derde lid, van de nieuwe gemeentewet.

Bij "zeven vrije dagen" en "twee vrije dagen", moet men respectievelijk begrijpen zeven dagen van vierentwintig uren en twee dagen van vierentwintig uren, ermee rekening houdend dat de dag van ontvangst van de oproeping door de gemeenteraadsleden en deze van de vergadering niet begrepen zijn in deze termijn.

AFDELING 5BIS - VOORKOMEN VAN BELANGENCONFLICTEN

Artikel 13bis

Wanneer een lid van de Raad onder artikel 92 van het Nieuwe Gemeentewet valt, stelt hij/zij de voorzitter van de gemeenteraad en de gemeentelijke secretaris daarvan onmiddellijk in kennis.


Sektie 6. - HET TERBESCHIKKINGSTELLEN VAN DE DOSSIERS AAN DE GEMEENTERAADSLEDEN.

Artikel 14.
Onverminderd de toepassing van artikel 16, worden voor elk agendapunt alle stukken die betrekking hebben op dit punt, ter plaatse ter inzage gelegd van de leden van de gemeenteraad, vanaf het verzenden van de agenda.

Gedurende de openingstijden van de burelen, kunnen de gemeenteraadsleden de stukken inzien op het gemeentesecretariaat.

Artikel 15.
Gedurende de openingstijden van de burelen, verlenen de gemeenteambtenaren aangeduid door de gemeentesecretaris, aan de gemeenteraadsleden die erom vragen de technische informatie betreffende de documenten van de dossiers, waarvan sprake in artikel 14.

De gemeenteraadsleden die wensen dat hun dergelijke informatie meegedeeld wordt, komen met de gemeentesecretaris dag en het uur overeen waarop ze zullen langskomen.

Artikel 16.
Ten laatste zeven vrije dagen voor de vergadering waarop de gemeenteraad geroepen is te beraadslagen over de begroting, een begrotingswijziging of van de rekeningen, overhandigt het College van burgemeester en schepenen aan elk lid van de gemeenteraad een exemplaar van het begrotingsvoorstel, het voorstel van begrotingswijziging of van de rekeningen. Het gemeenteraadslid brengt de gemeentesecretaris op de hoogte of hij dit exemplaar schriftelijk dan wel per elektronische drager wenst te ontvangen of in beide vormen.

Bij "zeven vrije dagen", moet men begrijpen zeven dagen van vierentwintig uren, ermee rekening houdend dat de dag van ontvangst van het begrotingsontwerp, het ontwerp van begrotingswijziging of van de rekeningen door de gemeenteraadsleden en deze van de vergadering niet begrepen zijn binnen deze termijn.

Het ontwerp wordt overgemaakt zoals het zal onderworpen worden aan de beraadslagingen van de gemeenteraad, in de voorgeschreven vorm en vergezeld van de bijlagen die vereist zijn voor zijn definitieve vaststelling, met uitzondering, wat betreft de rekeningen, van de bewijsstukken. Het ontwerp van begroting en de rekeningen zijn vergezeld van een verslag.

Het verslag bevat een synthese van het ontwerp van begroting of van de rekeningen.

Bovendien geeft het verslag dat betrekking heeft op de definitieve begroting, het algemeen en financieel beleid van de gemeente aan alsook alle nuttige informatiegegevens, en geeft het verslag dat betrekking heeft op de rekeningen een overzicht van het beheer van de gemeentefinanciën gedurende het dienstjaar waarop die rekeningen betrekking hebben.

Voordat de gemeenteraad beraadslaagt voorzien het College van burgemeester en schepenen de inhoud van het verslag van commentaar.

Sektie 7. - DE INFORMATIE AAN DE PERS EN DE INWONERS.

Artikel 17.
Plaats, dag en uur en de dagorde van de raadsvergaderingen worden openbaar gemaakt door aanplakking aan het gemeentehuis en publicatie op de internetsite van de gemeente, binnen dezelfde termijnen als deze voorzien in de artikels 7, eerste alinea, 13, alinea 1 en 2, en 16, alinea 1, betreffende de oproeping van de raad.

De pers en belangstellende inwoners van de gemeente worden, op hun verzoek en binnen een nog lopende termijn, op de hoogte gesteld van de agenda van de gemeenteraad, mits betaling van een vergoeding vastgesteld door het belastingsreglement voor administratieve diensten verleend aan particulieren. De nog lopende termijn geldt niet voor de punten die aan de agenda zijn toegevoegd na het verzenden van de oproeping overeenkomstig artikel 7, eerste alinea.
Kopieën van de agenda van de gemeenteraad worden ter beschikking gelegd van het publiek en de pers tijdens de zitting van de gemeenteraad.

Sektie 8. - DE BEVOEGDHEID OM DE VERGADERINGEN VAN DE GEMEENTERAAD VOOR TE ZITTEN.

Artikel 18.
De bevoegdheid om de zittingen van de gemeenteraad voor te zitten behoort aan de Voorzitter of zijn/haar diens plaatsvervanger.

Wanneer de voorzitter van de gemeenteraad tijdelijk niet in staat is om zijn functie uit te oefenen tijdens de besprekingen waaraan hij krachtens artikel 92 van de Nieuwe Gemeentewet niet mag deelnemen of nog wanneer hij verhinderd is in de zin van artikel 11 van dit wet, wordt de functie uitgeoefend door zijn plaatsvervanger of, bij ontstentenis, door het gemeenteraadslid dat de eerste plaats bekleedt op de ranglijst als bedoeld in artikel 17 van de Nieuwe Gemeentewet en die de onverenigbaarheden als bedoeld in artikel 71bis van dit wet in acht neemt.


Sektie 9. - DE BEVOEGDHEID OM DE ZITTINGEN VAN DE GEMEENTERAAD TE OPENEN EN TE SLUITEN.

Artikel 19.
De bevoegdheid om de zittingen van de gemeenteraad te openen en te sluiten behoort aan de voorzitter.
De bevoegdheid om de zittingen van de gemeenteraad te sluiten omvat deze om ze te schorsen.

Artikel 20.
Onverminderd de toepassing van artikel 4, moet de voorzitter de zittingen van de gemeenteraad openen op het uur vastgesteld door de oproeping.
Indien alle leden van de gemeenteraad aanwezig zijn, mag de voorzitter de zitting openen vóór het uur vastgesteld door de oproeping.

Artikel 21.
Wanneer de voorzitter een zitting van de gemeenteraad gesloten heeft :
a) kan de raad niet meer geldig beraadslagen.
b) kan de vergadering niet meer heropend worden.

Sektie 10. - HET AANTAL GEMEENTERAADSLEDEN DAT MOET AANWEZIG ZIJN OM GELDIG TE KUNNEN BERAADSLAGEN.

Artikel 22.
De gemeenteraad kan geen besluit nemen indien niet de meerderheid van de zittinghebbende leden aanwezig is.
De raad kan echter, indien hij tweemaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden is opgekomen, na een derde en laatste oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en besluiten over de onderwerpen die voor de derde maal op de agenda voorkomen.
De tweede en derde oproeping moeten geschieden overeenkomstig de voorschriften van artikel 87 van de nieuwe gemeentewet, en er moet vermeld worden of de oproeping voor de tweede of voor de derde maal geschiedt; bovendien moeten de bepalingen van de twee eerste alinea van artikel 90 van de nieuwe gemeentewet in de derde oproeping woordelijk worden overgenomen.
Bij "de meerderheid van de zittinghebbende leden" moet men verstaan :
- de helft plus een half van het aantal zittinghebbende raadsleden, indien dit aantal onpaar is;
- de helft plus één van het aantal zittinghebbende raadsleden, indien het aantal paar is.

Voor de bepaling van het aantal gemeenteraadsleden in functie, tellen niet :
- de overleden gemeenteraadsleden;
- de gemeenteraadsleden ontzet uit hun mandaat omdat ze niet meer voldoen aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden;
- de gemeenteraadsleden die nog niet geïnstalleerd zijn;
- de gemeenteraadsleden die overeenkomstig artikel 92, eerste alinea, 1° en 4°, de aanwezigheid verbiedt,
- de gemeenteraadsleden die niet konden vervangen worden door gebrek aan vervangers,

Artikel 23.
Indien de voorzitter, na het openen van de zitting van de gemeenteraad, vaststelt dat de meerderheid van de zittinghebbende leden niet aanwezig is, sluit hij onmiddellijk de vergadering.
Zo ook, wanneer in de loop van de zitting van de gemeenteraad, de voorzitter vaststelt dat de meerderheid van de zittinghebbende leden niet meer aanwezig is, sluit hij onmiddellijk de zitting.

Sektie 11. - VERLOOP VAN DE ZITTINGEN.

Artikel 24.
Voor het binnengaan van de vergadering tekenen de leden, in een daartoe bestemd register, de aanwezigheidslijst opgesteld volgens hun voorrang.
De namen van de leden, die getekend hebben, worden in de notulen vermeld.

Artikel 25.
De voorzitter geeft kennis van de tot de raad gerichte verzoeken en doet alle mededelingen die de raad aanbelangen. De vergadering vat daarna de behandeling aan van de punten die vermeld staan op de agenda, in de volgorde waarin ze er op voorkomen, tenzij de raad er anders over beslist.
De mededelingen kunnen geen aanleiding geven tot discussie.

Artikel 26.
Nadat het agendapunt werd voorgelicht, vraagt de voorzitter welk lid het woord wenst te nemen over het voorstel. De voorzitter verleent het woord in de volgorde van de aanvragen en, in geval van gelijktijdige aanvraag, volgens de rangorde van de raadsleden.

Artikel 27.
Het woord kan door de voorzitter niet geweigerd worden voor een rechtzetting van een aangehaald feit. Het woord wordt verleend bij voorrang op de hoofdvraag met onderbreking van de bespreking ervan volgens de gevallen en in de hierna vermelde volgorde :
1. om te vragen dat men geen beslissing zou nemen;
2. om de verdaging van een punt te vragen;
3. om het dossier te verwijzen naar een commissie van de raad;
4. om voor te stellen dat een ander dan het besproken probleem bij voorrang zou behandeld worden;
5. om te eisen dat het voorwerp van de beslissing duidelijk zou omschreven worden;
6. om naar het huishoudelijk reglement te verwijzen.

Artikel 28.
Elk lid van de raad dat amendementen of subamendementen ter stemming wenst voor te stellen, overhandigt deze schriftelijk aan de voorzitter. De amendementen worden ter stemming gelegd vóór de hoofdvraag, de subamendementen worden ter stemming gelegd vóór de amendementen.

Artikel 29.
Niemand mag onderbroken worden wanneer hij spreekt, behalve voor een verwijzing naar het huishoudelijk reglement of voor een terugroeping tot de orde. Geen lid van de raad, met uitzondering van de verslaggever, mag meer dan twee keer over hetzelfde onderwerp spreken, tenzij de voorzitter er anders over beslist.
De spreektijd wordt beperkt tot vijf minuten voor de eerste tussenkomst en tot drie minuten voor de tweede tussenkomst over hetzelfde punt.
Voor de gemeentelijke begrotingen en rekeningen, na commentaar door het College van burgemeester en schepenen over de vergezellende verslagen, wordt de tijd van de sprekers teruggebracht op maximum twintig minuten per lijst.
Wanneer een lid van de raad aan wie het woord werd verleend, afdwaalt van het onderwerp, kan alleen de voorzitter hem tot de behandeling van het onderwerp terugroepen; indien na een eerste verwittiging het lid verder van het onderwerp blijft afdwalen, kan hem het woord door de voorzitter ontnomen worden. Dit geldt eveneens voor hen, die het woord nemen zonder het gevraagd en verkregen te hebben. Elk scheldwoord, elke beledigende uitdrukking en elke persoonlijke aantijging worden geacht de orde te verstoren.

Artikel 30.
De voorzitter is belast met de handhaving van de orde tijdens de raadsvergadering. Elk raadslid dat de orde verstoort, wordt door de voorzitter tot de orde teruggeroepen. Elk lid dat tot de orde werd teruggeroepen, mag zich verantwoorden, waarna de voorzitter beslist of de terugroeping tot de orde gehandhaafd of ingetrokken wordt.

Artikel 31.
Na een verwittiging mag de voorzitter elke persoon, die openlijk tekenen van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op om het even welke manier tumult uitlokt, onmiddellijk uit de beraadslagingszaal doen verwijderen.
Bovendien kan hij proces-verbaal opstellen tegen de overtreder voor zijn verwijzing naar de politierechtbank, onverminderd de andere vervolgingen, indien het feit er aanleiding toe geeft.

Artikel 32.
Wanneer de vergadering zo rumoerig wordt, dat het normaal verloop van de besprekingen in het gedrang wordt gebracht, kondigt de voorzitter aan dat hij, bij voortduring van het rumoer, de vergadering zal schorsen of sluiten.
Indien de wanorde aanhoudt, schorst of sluit hij de vergadering. De leden van de raad moeten dan onmiddellijk de zaal verlaten. In geval van schorsing wordt de vergadering ten laatste een half uur nadien hervat. Van deze schorsing of sluiting wordt melding gemaakt in de notulen.

Artikel 33.
Tijdens de bijeenkomst van de raad is het verboden, behalve voor het opstellen van de notulen door de gemeentesecretaris en behoudens toestemming door de voorzitter, gebruik te maken van toestellen voor het opnemen van klanken en beelden, zoals bandopnemers, camera's en fototoestellen.

Artikel 34.
Het is verboden te roken in het gebouw van het gemeentehuis.
Het gebruik van de G.S.M. mag de goede werking van de zittingen van de gemeenteraad en/of de commissies niet hinderen.

Artikel 35.
Tijdens de vergadering is communicatie tussen publiek en pers enerzijds en de raadsleden anderzijds verboden.

Artikel 36.
Gedurende de vergadering mag het publiek geen uiting geven van zijn goed- of afkeuring op welke manier dan ook.

Sektie 12. - DE BESPREKING VAN PUNTEN DIE NIET INGESCHREVEN ZIJN OP DE AGENDA VAN DE VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD.

Artikel 37.
Een punt dat niet op de agenda van de gemeenteraad voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen wanneer het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren.
Tot spoedbehandeling kan niet worden besloten dan door ten minste twee derden van de aanwezige leden, in het begin van de vergadering; de namen van die leden worden in de notulen vermeld.
Wanneer het aantal van de zittinghebbende leden van de gemeenteraad geen veelvoud is van drie, moet, voor de bepaling van de tweederde, het resultaat van de deling door drie gevolgd door de vermenigvuldiging met twee afgerond worden naar de hogere eenheid.

Sektie 13. - HET AANTAL GEMEENTERAADSLEDEN DAT MOET STEMMEN VOOR EEN VOORSTEL OPDAT DIT ZOU AANGENOMEN WORDEN.

Ondersektie 1. Andere besluiten dan benoemingen en voordrachten van kandidaten.

Artikel 38.
De besluiten worden bij volstrekte meerderheid der stemmen genomen; bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.

Bij "volstrekte meerderheid der stemmen" moet men verstaan :
- de helft plus een half van het aantal stemmen, indien dit aantal onpaar is;
- de helft plus één van het aantal stemmen, indien dit aantal paar is.

Voor de bepaling van het aantal stemmen, worden niet in rekening gebracht :
- de onthoudingen,
- en, in geval van geheime stemming, de ongeldige stembriefjes.

In geval van geheime stemming, is het stembiljet ongeldig, wanneer het een indicatie bevat waardoor men het gemeenteraadslid dat het neergelegd heeft kan identificeren.

Ondersektie 2. - De benoemingen en de voordrachten van kandidaten.

Artikel 39.
Indien bij de benoeming of voordracht van kandidaten de absolute meerderheid niet verkregen werd bij de eerste geheime stemming, wordt er overgegaan tot een herstemming tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaald hebben.
Ten dien einde maakt de voorzitter een lijst op waarop enkel de namen van deze twee kandidaten voorkomen.
De stemmen kunnen alleen uitgebracht worden op de kandidaten die op deze lijst voorkomen.
De benoeming of de voordracht geschiedt bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de oudste kandidaat de voorkeur.

Sektie 14. - PUBLIEKE OF GEHEIME STEMMING.

Artikel 40.
Onverminderd de toepassing van artikel 41, is de stemming openbaar.

Artikel 41.
De voordracht van kandidaten, de benoemingen, de terbeschikkingstellingen, de preventieve schorsingen in het belang van de dienst en de tuchtmaatregelen maken het voorwerp uit van een geheime stemming.

Artikel 41bis
Wanneer de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn geen lid is van de gemeenteraad, heeft hij zitting in de laatstgenoemde raad met raadgevende stem.

 

Sektie 15. - PUBLIEKE STEMMING.

Artikel 42.
Wanneer de stemming publiek is, stemmen de leden van de gemeenteraad bij handopsteken.
De stemming gebeurt luidop elke keer wanneer een derde van de aanwezige gemeenteraadsleden het vragen.
Wanneer het aantal aanwezige gemeenteraadsleden geen veelvoud is van drie, moet men voor de bepaling van de derde, het resultaat van de deling door drie afronden naar een hogere eenheid.

Artikel 43.
In het begin van elke gemeenteraadsvergadering, en met het oog op een publieke stemming, trekt de voorzitter bij loting de naam van het raadslid dat het eerst zal stemmen, na hem stemmen de raadsleden in de volgorde van de ranglijst, waarvan sprake in artikel 17 van de nieuwe gemeentewet, dan stemmen diegenen, nog steeds volgens de ranglijst, waarvan de naam voorkomt vóór diegene die bij lot getrokken werd om eerst te stemmen; tenslotte stemt de voorzitter; indien het raadslid waarvan de naam bij loting getrokken werd afwezig is op het ogenblik van de stemming, stemt het raadslid waarvan de naam volgt in de ranglijst waarvan sprake in artikel 17 van de nieuwe gemeentewet, het eerst indien hij aanwezig is.

Artikel 44.
Na elke publieke stemming, maakt de voorzitter de uitslag van de stemmingen bekend.

Artikel 45.
Wanneer de stemming publiek is, vermeldt het proces-verbaal van de zitting van de gemeenteraad, voor elk raadslid of hij voor of tegen een voorstel gestemd heeft of, of hij zich onthouden heeft.
De leden die zich onthouden mogen hun redenen te kennen geven, die zullen opgenomen worden in het proces-verbaal, op voorwaarde dat deze ten laatste tegen het einde van de vergadering schriftelijk overgemaakt werden aan de voorzitter.

Sektie 16. - DE GEHEIME STEMMING.

Artikel 46.
In geval van geheime stemming :
a) voor de stemming en het opnemen der stembriefjes, is het bureau samengesteld uit de voorzitter en twee assessoren, de jongsten der aanwezige raadsleden;
b) het geheim van de stemming wordt verzekerd door het gebruik van stembriefjes die zo zijn opgesteld dat de raadsleden, behalve wanneer ze beslist hebben zich te onthouden, de cirkel onder "ja" moeten zwartmaken of er een kruisje over maken, of één of meerdere cirkels moeten zwart maken of de cirkel onder "neen" moeten zwart maken of er een kruisje over maken.
c) de onthouding wordt kenbaar gemaakt door het neerleggen van een blancostem, het is te zeggen door het overhandigen van een stembiljet waarop het raadslid geen enkele cirkel zwart gemaakt heeft of door geen enkele cirkel een kruisje getrokken heeft.

Artikel 47.
In geval van geheime stemming :
a) voordat er overgegaan wordt tot het opnemen der stembriefjes, wordt het aantal stembriefjes geteld; indien hun aantal niet overeenstemt met het aantal raadsleden dat deel genomen heeft aan de stemming, dan worden de stembriefjes vernietigd en wordt elk raadslid uitgenodigd opnieuw te stemmen;
b) elk raadslid mag de regelmatigheid van de stemopneming verifiëren.

Artikel 48.
Na elke geheime stemming, deelt de voorzitter het resultaat van de stemming mee.

Sektie 17. - DE INHOUD VAN HET PROCES-VERBAAL VAN DE VERGADERINGEN VAN DE GEMEENTERAAD.

Artikel 49.
Het proces-verbaal van de zittingen van de gemeenteraad herneemt in de chronologische volgorde, al de voorwerpen die ter bespreking gesteld werden alsook het gevolg dat gegeven werd aan al de punten waarvoor de gemeenteraad geen besluit genomen heeft. Zo ook, herneemt het duidelijk al de besluiten.

Sektie 18. - DE GOEDKEURING VAN HET PROCES-VERBAAL VAN DE GEMEENTERAADSVERGADERINGEN.

Artikel 50.
Er wordt, bij het openen van de gemeenteraadsvergadering, geen lezing gegeven van het proces-verbaal van de vorige zitting.

Artikel 14 is van toepassing op het proces-verbaal van de gemeenteraadsvergaderingen.

Artikel 51.
Elk lid van de gemeenteraad heeft het recht, tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van het proces-verbaal van de voorgaande vergadering. Indien deze opmerkingen worden aangenomen, is de secretaris ertoe gehouden staande de vergadering of ten laatste tijdens de volgende vergadering een nieuwe tekst, in overeenstemming met de beslissing van de raad, voor te leggen.
Indien er geen opmerkingen gemaakt worden voor het einde van de vergadering worden de notulen beschouwd als goedgekeurd en worden ze ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Telkens als de gemeenteraad het gewenst acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door de aanwezige leden ondertekend.

Sektie 19. - DE COMMISSIES WAARVAN SPRAKE IN ARTIKEL 120, 1E PARAGRAAF, 1E ALINEA VAN DE NIEUWE GEMEENTEWET.

Artikel 52.
Er worden vijf commissies opgericht die belast zijn met het voorbereiden van de punten die op de dagorde van de gemeenteraad gezet zijn. De bevoegdheden van de commissies zijn de volgende :

  1. Commissie Financiën, Personeel, Veiligheid, Burgerparticipatie, Preventie, Huisvesting
  2. Commissie Burgerlijke Stand, Bevolking, Europese zaken, Sports, Animaties.
  3. Commissie Onderwijs, Buitenschoolse activiteit, Academie, Sociale Pomotie, lokale economie, Vlaamse zaken, Gelijke kansen beleid, IT-ontwikkeling.
  4. Commissie Stedenbouw, Leefmilieu, Publieke ruimte, Mobiliteit, Cultuur, bibliotheken
  5. Commissie Solidariteiten en Sociale cohesie, Sociale coördinatie, Jeugd, Seniors Werkgelegenheid-Vorming, Peuterzorg, Volkgezondheid, Dierenwelzijn

De commissies worden voorgezeten door een gemeenteraadslid.

Artikel 53.
§1. De leden van de commissies worden benoemd volgens de procedure en binnen de limieten hierna vastgesteld.

§2. Elke commissie wordt samengesteld uit ten hoogste dertien leden, de voorzitter niet inbegrepen. Er kan afgeweken worden van het aantal van dertien leden met eerbiediging van de principes aangehaald in de paragrafen 4 en 5.

Elk raadslid zetelt in drie commissies.

Hij vertegenwoordigt een van de politieke groepen waaruit de gemeenteraad bestaat.

Mogen een politieke groep vertegenwoordigen en voor zover deze laatste zijn akkoord verleend heeft, het of de gemeenteraadsleden verkozen op eenzelfde lijst of die een verklaring afgelegd heeft dat hij of zij deel uitmaakt van een politieke partij die beschikt over een beschermd letterwoord of van een lijst die kandidaten voorgesteld heeft bij de verkiezingen.

§3 De kandidaturen van de raadsleden voor een commissie voorgesteld door een politieke groep worden ondertekend door de meerderheid van de raadsleden van die groep.

Voor elke kandidatuur wordt de commissie vermeldt waarin hij wenst te zetelen.

Elke kandidatuur van lid van een commissie wordt vergezeld van een voorstel van plaatsvervanger.
De kandidaturen worden neergelegd in handen van de voorzitter van de gemeenteraad of de gemeentesecretaris ten laatste twee dagen voor de datum van de vergadering van de gemeenteraad waar de benoeming van de leden van de commissies op de dagorde staat.

§4 Bij gebrek aan overeenkomst tussen de politieke groepen over de verdeling van de mandaten van de leden van de commissies, worden de mandaten van de commissies waarvoor geen akkoord bereikt werd proportioneel verdeeld tussen de politieke groepen volgens hun aantal zetels.

§5 Principe van de vertegenwoordiging van de minderheid : Elke politieke groep heeft recht op ten minste één mandaat in elke commissie.

§6 De samenstelling van de commissies kan in de loop van de legislatuur gewijzigd worden volgens dezelfde procedure beschreven in huidig artikel.

Artikel 54
Twee of verschillende commissies kunnen in één en dezelfde vergadering bijeenkomen om gemeenschappelijk te beraadslagen naargelang het belang of de aard van de te onderzoeken onderwerpen.

AFDELING 19bis: MANDATEN BIJ INTERCOMMUNALES OF RECHTSPERSONEN WAARVAN DE GEMEENTE LID IS

Artikel 54bis

De kandidaturen voor de benoemingen voorzien in artikel 120 § 2 van de nieuwe gemeentewet, moeten ingediend worden overeenkomstig de modaliteiten van artikel 53 § 3 van dit reglement.

Artikel 54ter

Elke vertegenwoordiger van de gemeenteraad in de raad van bestuur van een rechtspersoon, legt jaarlijks tijdens een openbare zitting van de gemeenteraad, het jaarverslag van deze rechtspersoon voor evenals het verslag over zijn eigen activiteiten binnen deze rechtspersoon.

Artikel 54quater

De gemeenteraad nodigt, één keer per jaar, de voorzitters uit van de gemeentelijke vzw's of feitelijke verenigingen genietende van een gemeentelijke toelage opdat zij er het laatste activiteitenverslag van hun instellingen zouden voorstellen tijdens een openbare zitting van de gemeenteraad.


Sektie 20. - HET RECHT, VOOR DE GEMEENTERAADSLEDEN OM SCHRIFTELIJKE EN MONDELINGE VRAGEN TE STELLEN AAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN.

Artikel 55.
De gemeenteraadsleden hebben het recht om, aan het College van burgemeester en schepenen, schriftelijke en mondelinge vragen te stellen betreffende het beheer van de gemeente.                   
De gemeenteraadsleden hebben het recht om het college van burgemeester en schepenen te interpelleren over de manier waarop het zijn bevoegdheden uitoefent. De interpellaties worden ingeschreven op de agenda en worden ingediend overeenkomstig artikel 97, derde lid van de Nieuwe Gemeentewet.
De vragen en de interpellaties moeten duidelijk en kort zijn en beperkt blijven tot een woordkeuze nodig voor het begrijpen zonder commentaar.
Zijn onder meer niet aanvaardbaar :
a) vragen en interpellaties over gevallen van eigen belang of van persoonlijke aard;
b) vragen en interpellaties die enkel tot doel hebben statistische gegevens te verkrijgen;
c) vragen en interpellaties in verband met aanvraag van documentatie;
d) vragen en interpellaties die erop gericht zijn juridische informatie in te winnen;
e) vragen en interpellaties waarvan het voorwerp hetzelfde is als dat van een aanvraag tot inschrijving op de agenda.

Artikel 56.
Binnen de maand na ontvangst, door de burgemeester of diegene die hem vervangt, wordt er geantwoord op de schriftelijke vragen.

Artikel 57.
Op het einde van de openbare zitting en alvorens de besloten vergadering wordt geopend, hebben de gemeenteraadsleden hebben het recht om het college van burgemeester en schepenen te interpelleren over de manier waarop het zijn bevoegdheden uitoefent . Ze kunnen ook mondelinge vragen stellen aan het College van burgemeester en schepenen gedurende twintig minuten.
De mondelinge vragen worden uiterlijk twee werkdagen vóór de zitting van de gemeenteraad meegedeeld.  
Elk interpellatie moet uiterlijk vijf vrije dagen vóór de vergadering overhandigd worden aan de voorzitter van de raad ; het moet vergezeld zijn van een verklarende nota of van elk document dat de raad kan voorlichten. Van deze mogelijkheid kan geen gebruik worden gemaakt door een lid van het college van burgemeester en schepenen.
De voorzitter oordeelt of ze ontvankelijk zijn.
Voor de orde der vragen, geeft de voorzitter beurtelings het woord aan de oppositie en aan de meerderheid.
De globale spreektijd voor vraag en antwoord mag de vijf minuten niet overschrijden. Stelt het raadslid een bijvraag, wordt de globale spreektijd (vraag en antwoord) beperkt tot twee minuten.
Is het lid dat de vraag stelt afwezig, dan wordt zijn vraag ingetrokken.
Er wordt geantwoord op mondelinge vragen :
- hetzij staande de zitting,
- hetzij ter gelegenheid van de volgende gemeenteraadszitting, voordat de voorzitter het woord verleent, opdat, zonodig, nieuwe vragen zouden kunnen gesteld worden.
De aanvrager beschikt over een repliek van vijf minuten en de andere raadsleden mogen het woord tijdens drie minuten nemen.
Er kan geen aanvraag tot motie op de dagorde worden ingediend tengevolge het antwoord op een vraag.

Sektie 21. - HET INZAGERECHT VOOR DE GEMEENTERAADSLEDEN.

Artikel 58
Geen akte, geen stuk betreffende het bestuur van de gemeente mag aan het onderzoek van de raadsleden onthouden worden.

Artikel 59.
Buiten de documenten die betrekking hebben op punten vermeld op de agenda van de vergaderingen van de gemeenteraad, mogen de raadsleden kennisnemen van de akten en stukken bepaald door artikel 84 van de nieuwe gemeentewet, op het bureau van de gemeentesecretaris, op maandag, woensdag en vrijdag van 8 uur 30' tot 11 uur 30' en van 13 uur 30' tot 16 uur 30' en tijdens de zomerregeling van 7 uur 30' tot 12 uur 30'.
De gemeentesecretaris en de functionarissen, speciaal door hem daarbij aangewezen, die minstens de graad van dienstchef hebben, of een dienst leiden, zullen de raadsleden op aanvraag technische inlichtingen verstrekken in verband met de stukken en akten.
De inlichtingen verstrekt door voormelde functionarissen mogen geen aanleiding geven tot tegenspraak of discussie.

Artikel 60
De raadsleden melden schriftelijk, acht werkdagen op voorhand, aan de Voorzitter van de Gemeenteraad, dat de mededeling deze of gene welbepaalde stukken beoogt, ten einde aan het College de mogelijkheid te geven, te onderzoeken of de gevraagde stukken of akten de voorwaarden vermeld in artikel 84 van de nieuwe gemeentewet vervullen.
Deze stukken of akten zullen acht werkdagen na ontvangst van de aanvraag ter beschikking van het raadslid liggen.
Om te vermijden dat een te groot aantal stukken in omloop zou zijn en zo het verloop van de behandelde zaken zou schaden en de werking van de diensten zou verstoren, zal het raadslid, dat de volgende week de gevraagde stukken niet heeft geraadpleegd, geacht worden af te zien van zijn aanvraag.
De gemeenteraadsleden hebben het recht een kopij te vragen van de akten en stukken  waarvan sprake in artikel 59 mits eventuele betaling van een vergoeding die niet hoger ligt dan de kostprijs.


Sektie 22. - HET RECHT, VOOR DE GEMEENTERAADSLEDEN, OM DE GEMEENTELIJKE INSTELLINGEN EN DIENSTEN TE BEZOEKEN.

Artikel 61.
De gemeenteraadsleden hebben het recht de gemeentelijke instellingen en diensten te bezoeken, vergezeld van een lid van het College van burgemeester en schepenen en van de betrokken dienstchef.
Ten einde het College van burgemeester en schepenen toe te laten één van zijn leden aan te duiden en deze om zich vrij te maken, delen de gemeenteraadsleden het College, ten minste 3 dagen op voorhand schriftelijk de dagen en uren mee waarop ze vragen om de instelling of de dienst te bezoeken.
Behalve in uitzonderlijke gevallen, kan eenzelfde dienst of instelling slechts aanleiding geven tot één bezoek in de loop van het kalenderjaar.

Artikel 62.
Gedurende hun bezoek, moeten de leden van de gemeenteraad zich op een passieve manier gedragen.

Sektie 23. - PRESENTIEGELD.

Artikel 63.
De raadsleden, met uitzondering van de burgemeester en de schepenen, ontvangen een presentiegeld voor elke vergadering van de raad waarop ze aanwezig zijn.
Om recht te hebben op een presentiegeld moeten de leden gedurende minimum twee uur deelnemen aan de vergadering. Indien deze minder dan twee uur duurt, is de aanwezigheid vereist gedurende de ganse vergadering.
De aanwezigheid van de leden moet blijken uit een register dat hiertoe op de vergadering, door de voorzitter en de secretaris, gehouden wordt en waarvan de vermeldingen echt en waar verklaard worden.
Dit presentiegeld moet niet toegekend worden wanneer de raad niet in aantal was en men geen regelmatige zitting heeft kunnen houden.
Een presentiegeld kan niet meer dan éénmaal op dezelfde dag toegekend worden.
Het bedrag van het presentiegeld bedraagt vierentachtig euro (84,00 €) (bedrag vastgesteld door de gemeenteraad op datum van 27 november 2008).