Antwoorden op de schriftelijke vraag van de heer Alan Lenglet: Opvolging van de solidariteitsmotie met het Palestijnse volk die op 26 juni 2025 werd aangenomen

HET COLLEGE,

Gelet op de Nieuwe Gemeentewet, de artikelen 84 en 84bis;

Gelet op het Huishoudelijk Reglement van de Raad, de artikelen 58 tot 60;

Overwegende het volgende:

Op 20.03.2026 heeft de heer Alan Lenglet, gemeenteraadslid, per e-mail een schriftelijke vraag gericht aan de heer Étienne Schoonbroodt, Gemeentesecretaris.

Mevrouw de Burgemeester,Geachte leden van het College,

De Gemeenteraad heeft op 26 juni 2025 een motie aangenomen waarin onder meer werd gevraagd dat het College de middelen onderzoekt om een einde te maken aan elke samenwerking van de gemeente met instellingen, ondernemingen of entiteiten die medeplichtig zijn aan ernstige schendingen van het internationaal recht, te onderzoeken welke middelen conform de wetgeving op de overheidsopdrachten kunnen worden ingezet om elke rechtstreekse of onrechtstreekse gemeentelijke betrokkenheid te vermijden, en de motie te publiceren op de gemeentelijke website.

Ik wens te vernemen of:

Het College een onderzoek heeft uitgevoerd naar de samenwerkingen, partnerschappen, overheidsopdrachten of institutionele relaties die mogelijk binnen het toepassingsgebied van de motie vallen? Kunt u ons informeren over de gehanteerde methodes, het resultaat van dat onderzoek en de periode waarin dit werd uitgevoerd?Zijn concrete maatregelen genomen of overwogen om elke rechtstreekse of onrechtstreekse betrokkenheid van de gemeente met ondernemingen of entiteiten bedoeld in de motie te vermijden, met name in het kader van overheidsopdrachten? Kunt u ons hiervan het detail bezorgen?Zijn brieven, standpunten of officiële transmissies gericht aan de betrokken bestuursniveaus, met name aan de Brusselse Regering en aan de Federale Regering, naar aanleiding van deze motie? Kunt u ons hiervan een kopie bezorgen, ons informeren over de verzenddatum en eventuele ontvangen antwoorden?Indien er nog acties moeten worden ondernomen, welke zijn dat dan en volgens welke planning?

In afwachting van uw antwoord, verzoek ik u, Mevrouw de Burgemeester, geachte leden van het College, de uitdrukking van mijn hoogachting te aanvaarden.

Alan LengletFractieleider Ecolo-Groen

NEEMT AKTE van de schriftelijke vraag van de heer Alan Lenglet

GAAT AKKOORD met de volgende antwoorden van Mevrouw Sophie de Vos, Burgemeester:

  1. Heeft het College een onderzoek uitgevoerd naar de samenwerkingen, partnerschappen, overheidsopdrachten of institutionele relaties die mogelijk binnen het toepassingsgebied van de motie vallen?
    Ja.
    Kunt u ons informeren over de gehanteerde methodes, het resultaat van dat onderzoek en de periode waarin dit werd uitgevoerd?
    Wij hebben gebruik gemaakt van de lijst die werd opgesteld door het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN (https://www.ohchr.org/en/business/bhr-database), die werd gekruist met een extractie van de bedrijven uit de gemeentelijke boekhouding.
  2. Zijn concrete maatregelen genomen of overwogen om elke rechtstreekse of onrechtstreekse betrokkenheid van de gemeente met ondernemingen of entiteiten bedoeld in de motie te vermijden, met name op het vlak van overheidsopdrachten? Kunt u ons hiervan het detail bezorgen?
    Wij hebben contact opgenomen met de gewestelijke overheid om te vernemen of via het Optiris-programma of op een andere manier een monitoring was ingevoerd, en wij kregen het volgende antwoord:
    Er bestaat inderdaad geen monitoring op gewestelijk niveau van inschrijvers of opdrachtnemers bij wie een (rechtstreekse of onrechtstreekse) betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen werd vastgesteld. Een dergelijke monitoring veronderstelt bovendien, naast de aanwezigheid in de bijzondere bestekken van clausules om dergelijke inschrijvers/opdrachtnemers uit te sluiten, dat een reeks criteria werd vastgesteld die de uitvoering van dergelijke clausules mogelijk maakt. Er bestaat evenwel, in tegenstelling tot wat bijvoorbeeld het geval is voor het gewapend conflict in Oekraïne, geen wettelijke of reglementaire basis met dergelijke criteria die de bedoelde monitoring zou kunnen objectiveren.” Meer recent, nadat Paradigm ons had gecontacteerd om onze interesse te peilen in een contract met Microsoft om gebruik te maken van de Azure-cloud, en bewust van de kritiek op het gebruik van deze cloud en de eraan verbonden diensten in een massale surveillance door Israël van de bezette gebieden, hebben wij ons geïnformeerd over de genomen maatregelen ter zake, en wij kregen het volgende antwoord:“Wij begrijpen uw vraag, maar indien de toezichthoudende instellingen oordelen dat dergelijke (al dan niet legitieme) maatregelen moeten worden genomen, dan is het aan het parlement om wetgeving uit te vaardigen en aan de regering om deze uit te voeren, onder meer binnen haar administratie. Bij gebrek daaraan heeft de overheidsplicht tot terughoudendheid en neutraliteit.
  3. Zijn brieven, standpunten of officiële transmissies gericht aan de betrokken bestuursniveaus, met name de Brusselse Regering en de Federale Regering, naar aanleiding van deze motie? Kunt u ons hiervan een kopie bezorgen, ons informeren over de verzenddatum en eventuele antwoorden?
  • E-mail naar de 18 gemeenten van het BHG op 30.06.2025 – geen antwoord
  • Brief van 30.06.2025 aan Brulocalis, aan de Missie van Palestina bij België, aan de Voorzitter van het Brussels Parlement, aan de Minister-President van het BHG, aan de Minister van Buitenlandse Zaken, aan de Eerste Minister en aan de Voorzitter van de Kamer – geen antwoord
  • Op 7 juli ontvingen wij een antwoord per e-mail van de stad Ramallah.